Polarisatie door sociale media Turkije

Werken sociale media democratiserend of polariserend? Engin Bozdag en Martijn Warnier zien een gevaarlijke filter bubble aan het werk in Turkije.

De recente gebeurtenissen in Istanbul hebben geleid tot grote maatschappelijke onrust in Turkije. Wat begon als een vreedzaam protest tegen het verwijderen van bomen voor de aanleg van een winkelcentrum, escaleerde na hard ingrijpen van de politie tot een massaprotest tegen de sociale, culturele en economische politiek van de overheid. Terwijl de stenen door de lucht vlogen, werden de protesten genegeerd door de Turkse media. CNN International zond een live verslag van de incidenten uit, terwijl CNN Turk alleen een documentaire over pinguïns liet zien. Als er al melding werd gemaakt van de gebeurtenissen op straat, volgden de media de officiële regeringslijn. Dit leidde ertoe dat mensen meer en meer informatie zochten via internet en de sociale media. Hashtags in Twitters trending topics, zoals #direngeziparki (verzet gezi park) en #occupygezi ontvingen ruim twee miljoen tweets per dag. Sociale media vormen voor veel mensen – niet alleen in Istanbul, maar op vele plaatsten van conflict en sociale onrust – de enige manier om goed geïnformeerd te blijven.

Sociale media worden vaak gezien als cruciaal voor democratische processen. Sociale media staan open voor iedereen die iets te zeggen heeft en stellen burgers in staat om snel actuele informatie vanuit verschillende gezichtspunten te ontvangen. Diezelfde sociale media kunnen er echter paradoxaal genoeg ook voor zorgen dat mensen minder goed op de hoogte zijn en dat men zelfs belangrijke ontwikkelingen mist. Dit effect wordt ook wel de filter bubble genoemd. De theorie van de filter bubble zegt dat gebruikers zich organiseren binnen gepolariseerde groepen die onderling geen informatie uitwisselen. Dit effect wordt verder versterkt doordat sociale media vaak voorselecteren welke informatie ze hun gebruikers tonen. Voorselectie vergroot vaak de relevantie van de getoonde informatie voor de ontvanger, maar wel ten koste van de diversiteit en pluriformiteit. De sociale media gebruiker ziet alleen nog informatie van een beperkt aantal bronnen die zijn vrienden hebben ‘geliked’. Andere media, met andere politieke uitgangspunten, worden genegeerd.

Recent hebben wij bij de Technische Universiteit Delft onderzocht in hoeverre gebruikers van sociale media worden blootgesteld aan uiteenlopende politieke meningen en of minderheden hun mening kunnen verspreiden onder de meerderheid van de sociale media gebruikers. Voor dit onderzoek hebben we 2.000 Nederlandse en 2.000 Turkse Twittergebruikers met elkaar vergeleken. Volgens onze analyses blijkt dat zelfs als de gebruikers diverse opinies binnenkrijgen, datgene wat ze met elkaar delen niet divers is. Dit betekent dat tweets die gebruikers doorsturen geen goede indicatie zijn van de diversiteit van de meningen in hun omgeving, maar dat ze een selectie maken op basis van hun eigen mening. Verder suggereert ons onderzoek dat de hoeveelheid berichten die een gebruiker ontvangt invloed heeft op wat deze deelt met anderen. 65 procent van de Nederlandse gebruikers en 47 procent van de Turkse hebben een bepaalde vooringenomenheid: de berichten die ze plaatsen of doorsturen tonen een politieke positie die gereflecteerd wordt door de politieke inhoud van de berichten die ze ontvangen. Ten slotte toont ons onderzoek dat een groot percentage van de Turkse gebruikers helemaal geen tweets van minderheidsgroeperingen ontvangt. Dat is belangrijk, omdat algemeen wordt aangenomen dat de stem van minderheden een belangrijke bijdrage levert aan politieke diversiteit.

Twitter gebruikt geen filter bij het doorsturen van berichten, maar Facebook doet dit wel. Volgens Facebook zelf bereikt een status update van een gebruiker slechts 12 procent van zijn volgers. Zo’n voorselectie, kan het filter bubble- effect verder vergroten. In het geval van Turkije zien we dat de sociale media tegelijkertijd een cruciale rol spelen in het op de been brengen van gelijkgestemden, en zo een enorme golf van protest teweeg brengen.

Aan de andere kant zien we dat dankzij de filter bubble de informatie over de protesten in Turkije slechts een deel van de bevolking kan bereiken. Voorstanders van premier Erdogan zitten in een andere bubble dan de demonstranten en zullen vooral het beeld dat de regering en de traditionele media schetsen te zien krijgen. De informatie bubbles waar beide kampen in verstrikt zijn geraakt, werken uitermate polariserend en brengen het land in een moeilijke positie.

Nu het mechanisme voor nieuwsselectie van sociale media deels de rol van de traditionele journalistieke redactie overneemt, moet de vraag worden gesteld hoe we deze mechanismen zo kunnen ontwerpen dat ze overeenkomen met de regels die voor redacties gelden. Kunnen deze mechanismen worden uitgebreid met gevoeligheid voor diversiteit, zodat sociale media-gebruikers een meer gebalanceerd beeld van de wereld te zien krijgen? Hoe kunnen sociale media de politieke discussie verder versterken en uitbreiden? Dit zijn vragen die hoog op de agenda zouden moeten staan in samenlevingen waarvan het democratisch proces voor een belangrijk deel beïnvloed wordt door sociale media.

Engin Bozdag is een promovendus en Martijn Warnier is universitaire docent, beiden aan de Technische Universiteit Delft.