Nederlandse ploegen leven even op

De gele trui van Marcel Kittel en de derde plek van sprinter Danny van Poppel onderstrepen de opkomst van de teams Argos en Vacansoleil.

Een blik op de ranglijst van het World Tour-klassement, de wereldranglijst voor ploegen, leert dat het beroerd is gesteld met het Nederlandse wielrennen. Belkin is een middenmoter, Vacansoleil en Argos-Shimano bezetten troosteloos de laatste twee plaatsen.

Maar zaterdag in Bastia kwam de ommekeer. Argos won met de Duitser Marcel Kittel de eerste etappe van de Tour de France, in een massasprint, en veroverde en passant de gele trui. De negentienjarige Vacansoleil-sprinter Danny van Poppel werd op zijn beurt derde. Het was 82 jaar geleden dat een jongere renner de topdrie had bereikt in een Touretappe.

Vooral de opleving van de nummer laatst, Argos, is opvallend. De ploeg debuteerde in 2009 in de Tour de France, waar vooral Kenny van Hummel in het nieuws kwam, de cultsprinter die dat jaar laatste stond in het algemeen klassement. Bij gebrek aan succes besloot teammanager Iwan Spekenbrink twee jaar geleden de ploeg om te vormen tot een sprintersequipe, met de Duitsers John Degenkolb en Marcel Kittel als speerpunten.

Het ging niet meteen goed met Kittel. Spekenbrink haalde zaterdag bij de finish in Bastia herinneringen op aan drie jaar geleden, toen Kittel deelnam aan het Critérium International, ook op Corsica. „We zouden Marcel voor een vlakke rit meenemen, voor een sprintje. Toen kwam hij buiten de tijd. Wel een talent, dat kon sprinten, maar dat het wielrennen nog moest ontwikkelen. En nu staat hij hier, ook op Corsica, in de gele trui.”

Kittel en ook Degenkolb behoren volgens Spekenbrink inmiddels tot de „absolute wereldtop”. Toch profiteerde Kittel zaterdag natuurlijk ook van de chaotische aankomst van de etappe. Talloze favorieten kwamen ten val of zaten klem achter een valpartij van andere renners.

Behalve Kittel deed Danny van Poppel zijn voordeel met de wanorde. De zoon van voormalig topsprinter Jean-Paul van Poppel, die nu zijn ploegleider is, werd zaterdag derde. Dat bevestigde de keuze van Vacansoleil om hem mee te nemen naar de Tour, ondanks veel kritiek – was hij niet te jong, te onervaren, kon je zo’n jonkie de ontberingen van drie weken Tour wel aandoen?

Vader Jean-Paul, negenvoudig ritwinnaar in de Tour, twijfelde ook of het verstandig was, zei hij zaterdag in Bastia. Maar zijn collega-ploegleider, de Belg Hilaire Van der Schueren, stond erop. Jean-Paul van Poppel: „Hilaire heeft mij gevraagd wat ik ervan vond. Ik stond er wel voor open, omdat ik ook zag dat Danny een toegevoegde waarde kon zijn voor die sprintetappes.”

Gisteren toonde de jongste Van Poppel – zijn ruim vijf jaar oudere broer Boy rijdt voor dezelfde ploeg – dat hij ook goed kan sprinten als de wereldtoppers er wel bij zijn. In een tussensprintje van het peloton werd hij weer derde, vóór de zieke Mark Cavendish. „Ik denk dat ik hier wel bevestig dat ik snel ben”, zei hij zaterdag al na de etappe.

Argos-manager Spekenbrink maakt zich allerminst zorgen over mogelijke degradatie van zijn ploeg uit de World Tour, waardoor hij niet meer zou mogen uitkomen in aansprekende koersen als de Tour de France en de Ronde van Vlaanderen. Zelfs de meeste ploegleiders worden geen wijs uit de regels van de wielerunie UCI met betrekking tot het ploegenklassement. Het zijn in elk geval niet per se de onderste ploegen die degraderen. Spekenbrink: „Eigenlijk heb je heel andere rankings die bepalen of je World Tour mag rijden. En daar staan we zeker safe.”