Moeten ze nu echt weg of niet?

Vandaag komt een belangrijk advies uit Voor uitgeprocedeerden die buiten hun schuld Nederland niet kunnen verlaten Een twistpunt voor VVD en PvdA

Redacteur justitie

Natuurlijk: kabinetsplannen voor bezuinigingen op gezondheidszorg of werkloosheidsuitkeringen gaan óók over mensen. Achter die miljoenenbezuinigingen gaan mensen schuil die soms meer, maar veel vaker minder geld zullen krijgen van de overheid. En dat ligt politiek gevoelig.

Maar als het om asiel en immigratie gaat, is de discussie altijd net even emotioneler. Dat debat gaat diréct over mensen. Over wie weg moet en wie mag blijven. Over Nederland als toevluchtsoord, als land dat bescherming biedt aan mensen die in hun eigen land niet langer veilig waren. Of over Nederland dat mensen terugstuurt naar hun land van herkomst, als blijkt dat ze die bescherming niet echt nodig hebben.

Vandaag komt de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) met een advies waar oppositie en coalitie, advocaten, mensenrechtenorganisaties en gemeenten al maanden naar uitkijken. Het eerste kabinet-Rutte had de ACVZ gevraagd om kritisch naar de zogenoemde buitenschuldregeling te kijken.

Die regeling is bedoeld voor vreemdelingen die zijn uitgeprocedeerd, of zelfs nooit asiel aanvroegen en hier illegaal kwamen werken. Ze willen wel terug naar hun land van herkomst, maar ze kunnen niet, omdat hun land hen weigert. Ze moeten dus buiten hun schuld in Nederland blijven, en komen daarom alsnog in aanmerking voor een verblijfsvergunning.

De verwachtingen over het advies zijn hooggespannen. Hulpverleners en advocaten zeggen dat het bijna onmogelijk is voor uitgeprocedeerden om aan de criteria voor zo’n buitenschuldvergunning te voldoen. In 2011 kregen dertig van de 290 mensen die een aanvraag deden daadwerkelijk een vergunning. Zowel het aantal aanvragen als het aantal verleende vergunningen daalde afgelopen jaren. In 2008 en 2009 vroegen nog 460 en 550 mensen een vergunning aan – in beide jaren kregen zeventig mensen er eentje toegewezen.

De vraag is nu of de ACVZ ook werkelijk aan staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) gaat adviseren om de criteria voor zo’n buitenschuldvergunning te versoepelen, zodat er voortaan meer mensen onder zullen vallen. Teeven heeft in de discussie over bijvoorbeeld de uitgeprocedeerden in de Vluchtkerk in Amsterdam-West steeds naar het advies verwezen. Eerst maar eens afwachten wat daaruit komt, dan zien we verder, zei hij tegen de Tweede Kamer.

Vanuit de PvdA dreef afgelopen maanden vooral fractievoorzitter Diederik Samsom de verwachtingen op. „We gaan die regeling anders inrichten”, zei Samsom. En: „Het gaat me daarbij niet om aantallen, het gaat me om humane criteria.” Samsom beloofde zijn achterban een verruiming van het buitenschuldbeleid, in ruil voor de steun van zijn fractie aan het strafbaar stellen van illegaliteit. De verruiming is één van de acht punten uit de beruchte motie van PvdA-lid Sander Terphuis. In mei voerde Terphuis het interne verzet tegen de strafbaarstelling van illegaliteit aan.

Anders dan de PvdA staat coalitiepartij VVD een zo stringent mogelijk uitzetbeleid voor. Dus mócht de ACVZ inderdaad een verruiming adviseren, dan heeft Samsom zijn coalitiegenoot daar ook nog van te overtuigen. Die opdracht wordt alleen maar lastiger voor hem als de ACVZ tot de conclusie is gekomen dat het buitenschuldbeleid wél doet waar het ooit voor in het leven is geroepen.

Advies voor verruiming of juist niet, de achterban van de PvdA rekent inmiddels op een versoepeling. Die belofte maakt de positie van de PvdA er binnen de coalitie niet sterker op. Al helemaal niet omdat binnen de VVD-fractie lichte ergernis is ontstaan omdat hún staatssecretaris wel erg sociaal-democratisch bezig was, afgelopen maanden. Teeven beloofde onlangs een vermindering van het aantal vreemdelingen in detentie en zegde de PvdA toe dat hulp aan illegalen nooit strafbaar kan worden – allebei punten uit het Terphuis-lijstje.

De grens van hun toegeeflijkheid is wel een keer bereikt, vinden ze bij de VVD-fractie. Uiting van de sluipende irritatie was een kleine uitbarsting van VVD-woordvoerder Malik Azmani in een asieldebat twee weken geleden. Hij viel niet direct de PvdA aan, maar oppositiepartij GroenLinks die vooruitliep op de soepeler criteria voor mensen die niet terug kunnen. Het is geen uitgemaakte zaak dat die verruiming er wat de VVD betreft gaat komen, waarschuwde Azmani met stemverheffing.

Tot nu toe zeiden beide coalitiepartijen steeds dat ze niet formeel onderhandelden over het PvdA-lijstje, maar dat ze „natuurlijk altijd in gesprek zijn over actuele onderwerpen”. Na de presentatie van het rapport vanochtend hebben VVD en PvdA in elk geval iets zeer concreets te bespreken. De vraag wat ze doen met mensen die wel terugwillen naar hun land van herkomst, maar dat niet kunnen.