Merkel, bierdorst en kabouternationalisme

Een liefdesverklaring in 180 stickers, luidt de ondertitel van het plakplaatjesboek Unser Deutschland, dat de Duitse supermarkt Rewe verkoopt. Het album is bedoeld om kinderen aan te moedigen stickers over hun land te verzamelen. En ze te laten zien „was wir an unserem Land lieben”.

Dat is niet weinig – maar alles in het brave. Op het omslag staan onder meer de Brandenburger Tor, een voetbal, een postzegel van Beethoven, een klassieke VW Kever, een tuinkabouter en een vlag – om misverstanden te voorkomen wordt dat symbool van nationalisme omhoog gehouden door een lief meisje van een jaar of zes, met het zwart-rood-geel ook op beide wangetjes gekrijt.

Oké, er ligt ook een herdershond bij, maar zijn tanden zijn niet te zien. En de adelaar („een van de oudste staatssymbolen ter wereld”, aldus de toelichting) staat pas op pagina 2. Wie verder bladert komt een ratjetoe van hoge en lage Duitse cultuur tegen, van Boris Becker, paus Benedictus, Maja de Bij, de BMW en de Currywurst, tot Goethe, Einstein, de Trabant, de ‘Jeanshose’ (Levi-Strauss heette eigenlijk Löb Strauß en kwam uit Beieren), het Oktoberfest en Wagner. Allemaal op plakplaatje verkrijgbaar.

Zelfs voor de Europese Unie is een plaatsje ingeruimd, waarbij de stickerverzamelaartjes wordt wijsgemaakt dat „de gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidspolitiek een van de hoofdkenmerken van de Unie is”. Was het maar waar. De Berlijnse Muur is opmerkelijk genoeg ook opgenomen in deze verzameling van „was wir an unserem Land lieben”. Hij is in 1961 gebouwd „vanwege toenemende spanningen” – daar moeten we het mee doen. De samenstellers waren duidelijk van plan de geschiedenis nu maar eens even de geschiedenis te laten.

De tijd dat Duitsland vond dat het niet van zichzelf mocht houden, is allang voorbij. Toen het WK Voetbal in 2006 in Duitsland plaatsvond, werd al overal onbekommerd de vlag uitgestoken. Ruim zestig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog was een zeker patriottisme, mits beschaafd geconsumeerd, weer algemeen geaccepteerd.

Dat blijkt ook uit een intellectuele tegenhanger van het stickerboek met zijn tuinkabouternationalisme: de boeiende bestseller Die deutsche Seele. In ruim zestig opstellen behandelen de auteurs, nu eens lichtvoetig dan weer met grote ernst, allerlei Duitse fenomenen – van Abendbrot, Bierdurst en Kulturnation tot Wanderlust, Wurst en Winnetou. „Beste lezer wees gewaarschuwd”, schrijven de auteurs met fijne ironie in het voorwoord, „in dit boek word je niet gewaarschuwd tegen het Duitse”.

Misschien zal Duitsland zich nooit helemaal kunnen ontworstelen aan de schaduw van Hitler en de holocaust. Maar de afgelopen zes, bijna zeven decennia heeft het land genoeg gedaan om zijn groeiende zelfbewustzijn te rechtvaardigen.

Gevoelig blijft het wel. En de voorzichtige Angela Merkel is zich daarvan zeer bewust. Ooit zei ze: „We moeten een natuurlijk gevoel voor onze hele geschiedenis ontwikkelen en dan zeggen: we zijn ook blij Duits te zijn.” Typisch Merkel, aldus een van haar biografen. Oók blij – naast al die andere emoties. Voor het woord ‘trots’ is het kennelijk nog te vroeg, maar Duitsland cijfert zichzelf niet meer weg voor de lieve vrede.

Of dat in het buitenland voldoende is doorgedrongen, is de vraag. „Duitsland staat voor Merkel voorop nu de verkiezingen naderen”, kopte de International Herald Tribune vrijdag op de voorpagina. Alsof meer voor de hand had gelegen dat de Duitse bondskanselier zich in de eerste plaats om ándere landen zou bekommeren.