Mad Men

Geruisloos kwam het vijfde seizoen van de tv-serie Mad Men aan zijn einde. Dat merkte ik pas toen ik een week later tevergeefs het programma opzocht. Ik kijk er nog naar als een antieke tv-kijker: vanaf maart elke donderdagavond bij de VARA op Nederland 2. En elk jaar valt me weer op met hoeveel onverschilligheid de VARA zo’n serie behandelt. Je krijgt niet te horen naar welk deel je zit te kijken, wanneer het seizoen ophoudt en wanneer (en of! ) ze met het zesde seizoen doorgaan. „We weten het niet”, liet de afdeling communicatie me over die laatste kwestie weten.

In de Verenigde Staten is het zesde seizoen inmiddels uitgezonden. Er volgt nog een zevende en tevens laatste seizoen.

In bijna elk seizoen – ook dit vijfde weer – beland ik na drie, vier afleveringen in een fase van een zekere moedeloosheid. Waar zit ik naar te kijken, kan ik mijn tijd niet beter gebruiken?

Ik zit me dan te verbazen over houterige dialogen en slechte verhaaltjes. Ligt het aan de scriptschrijvers of aan mij? Daar ben ik nog niet uit. Ik heb het eerder gehad met series, maar bijvoorbeeld bij The Sopranos kan ik me dergelijke inzinkingen niet herinneren.

Wat me in dit vijfde seizoen van Mad Men op zeker moment tegenstond, was het veelvuldig loslaten van Don Draper als personage waar alles om draait. In plaats daarvan kregen we te veel inzage in de onbelangrijke privé-leventjes van de bijfiguren.

Het was alsof de makers niet meer wisten welke kant ze met Draper zelf op wilden. Misschien hadden ze hem te gelukkig gemaakt. Hij was de baas van een eigen reclamebedrijf geworden, hij had alleen nog maar collega’s die tegen hem opkeken (nooit goed voor een baas) en hij had een jonge, tweede vrouw die hem op handen droeg (nooit goed voor een man). Er moesten rond Draper weer nare, dramatische dingen gebeuren – anders zou Mad Men in saaie voorspelbaarheid sterven. Ik bleef er geduldig op wachten, al begon ik te wanhopen.

Maar zie: opeens rolden de lijken op Drapers kantoor zelfs letterlijk (nou ja, ééntje) uit de kast. Zijn Engelse boekhouder, een oudere, ogenschijnlijk brave man, bleek een greep in de kas te hebben gedaan. Draper ontsloeg hem zonder bedenken: „Ik kan je nooit meer vertrouwen.” Die schande was de boekhouder te groot, hij hing zich op aan de deur van zijn kantoorkamer. Dat leidde tot een scène die ik in dit genre (en gelukkig ook in werkelijkheid) nooit eerder heb gezien: de kantoormensen haalden het lijk onder toezicht van Draper („We kunnen hem zo niet laten hangen”) van de deur.

Hoogtepunt van dit seizoen was voor mij de aflevering waarin een dealer van Jaguar een reclamecampagne bij Drapers kantoor wil bevorderen op voorwaarde dat hij naar bed mag met Joan, een sexy medewerkster. Het wordt een triomf voor de hypocrisie, zoals zo vaak in Mad Men. De directie vindt het een bedenkelijk verzoek, maar het gaat om een prestigieuze order en daarom wordt Joan toch onder druk gezet. Ze weigert eerst („Dit is prostitutie”) maar blijkt uiteindelijk tot alles bereid indien ze een staffunctie kan krijgen. Zo geschiedt. Alleen Draper, hoe hard hij soms ook kan zijn, blijft tegen.

Het seizoen eindigde somber. Draper voelt zich vervreemd van zijn overambitieuze vrouw. In een bar benadert een vrouw hem met de vraag: „Ben je alleen?” Hij kijkt zwijgend opzij. Goede vraag, dacht ik. Goed genoeg om het zesde seizoen mee in te gaan.