Journalisten en Snowden: helden of medeplichtigen?

Ja, er is veel te doen over Edward Snowden, de man die ons ‘PRISM’ bracht. Held, klokkenluider, ijdeltuit, ridder van het vrije woord, verrader- zegt u het maar. Maar hoe zit het dan met de journalistiek? Ook daarover is het debat opgelaaid. Want als Snowden een held is, zijn de journalisten die zijn primeur brachten

Foto Reuters

Ja, er is veel te doen over Edward Snowden, de man die ons ‘PRISM’ bracht. Held, klokkenluider, ijdeltuit, ridder van het vrije woord, verrader- zegt u het maar.

Maar hoe zit het dan met de journalistiek? Ook daarover is het debat opgelaaid.

Want als Snowden een held is, zijn de journalisten die zijn primeur brachten dan niet óók dappere strijders voor de openbaarheid van informatie? Maar als hij een landverrader is, wat moet je dan vinden van de pers die hem hielp zijn boodschap te verspreiden?

En dan gaat het niet alleen om de kwestie-Snowden maar ook om bredere vragen als: hoe ver kunnen journalisten gaan om te helpen geheime informatie te verspreiden, en hoe geëngageerd of juist neutraal moet zulke berichtgeving eigenlijk zijn?

Het begon met Glenn Greenwald, de bekende columnist van The Guardian die van Snowden de primeur van het verhaal kreeg. Greenwald, een blogger met uitgesproken meningen, wordt aangevallen door collega’s die hem, als ‘helper’ van Snowden, betichten van immoreel of zelfs crimineel gedrag. Het Nieman Journalism Lab gaf een handig overzicht van de belangrijkste bijdragen aan dat debat, dat hier te lezen is.

Wie vielen hem aan?

David Gregory van NBC vroeg in een live interview aan Greenwald waarom hijzelf eigenlijk niet ook zou moeten worden aangeklaagd, net als Snowden? Greenwald kaatste direct terug: ,,Ik vind het ongehoord dat iemand die zich een journalist noemt, publiekelijk zit te mijmeren over de vraag waarom andere journalisten niet worden aangeklaagd”.

Een journalist van The New York Times, Andrew Ross Sorkin, flapte er op CNBC uit dat je ,,bijna’’ zou willen dat Greenwald voor zijn samenwerking met Snowden zou worden gearresteerd.. Letterlijk zei hij, in de hitte van live televisie:

Ik zou hem [Snowden] arresteren en nu zou ik ook bijna Glenn Greenwald arresteren, de journalist die hem helpt naar Ecuador te gaan.

Hij zei nog ,,bijna’’, maar het werd toch een rel.

Greenwald beschuldigde zijn critici er van de weeromstuit van ‘lakeien van de macht’ te zijn:

Zij zijn veel meer dienaren van de politieke macht dan dat ze die op een kritische manier controleren. Wat hen woest maakt is niet de corruptie van de machthebbers (daar malen ze niet om), maar het gedrag van degenen die de corruptie onthullen, zeker als die niet behoren tot hun eigen, incestueuze wereldje.

Daar konden de heren het mee doen.

Ross Sorkin kwam overigens snel op zijn uitspraken terug en bood zijn excuses aan. Hij had zich dom uitgedrukt, sorry. Voor de zekerheid twitterde hij ook nog dat hij eigenlijk iets heel anders had willen aankaarten. Maar ja, wat dan?

Greenwald heeft inmiddels een bak steun gekregen van vakgenoten. In The Los Angeles Times sneerde een van zijn medestanders dat David Gregory juist zélf een partijdige polemist is, die steevast de kant van de overheid kiest. Ook David Carr, de kleurrijke media-verslaggever van The New York Times, sprong in de bres voor Greenwald. En die werd nog voller, toen ook commentatoren van het rechtse Fox News Gregory de les begonnen te lezen, zoals hier.

Maar wacht even, mag je dan geen lastige vragen stellen aan een collega? Journalisten zijn toch niet heilig?

Natuurlijk mag dat, als je ook dan maar weet waar je het over hebt. En daar schortte het in dit geval nogal aan. Washington Post-blogger Erik Wemple beredeneert hier dat er helemaal geen zaak is tegen Greenwald. Er is in juridisch opzicht een groot verschil tussen degene die lekt en de journalist naar wie wordt gelekt: een ambtenaar schendt zijn geheimhoudingsplicht, maar die geldt niet voor de journalist.

Bovendien ging het in dit geval niet om geheime informatie die de nationale veiligheid of de levens van Amerikanen in gevaar brengt, aldus Wemple. Greenwald onthulde bijvoorbeeld geen geheime troepenbewegingen of namen van CIA-agenten. En dan is er ook nog het precedent van de federale overheid zelf, die vaak genoeg vertrouwelijke informatie lekt naar invloedrijke journalisten als het zo uitkomt. Wemple:

Wanneer is Bob Woodward eigenlijk voor het laatst aangeklaagd wegens lekken?

Greenwald zelf beargumenteert hier dat Snowden juridisch niets te verwijten valt.

De ketelmuziek tegen Greenwald was dus wat voorbarig. Maar de steun die hem nu ten deel valt, klinkt ook iets té luidruchtig. Op de achtergrond lijkt de angstige vraag mee te spelen: zijn we eigenlijk zelf wel kritisch genoeg geweest?

Geen gekke vraag, want al langere tijd maken Amerikaanse mediakenners zich zorgen om de kwaliteit van de onderzoeksjournalistiek in de VS. Daar komen dan de recente pogingen van de regering-Obama bij om journalisten in het gareel te dwingen of juridisch af te straffen. Zoals in het schandaal over onderzoek naar telefoongegevens van AP-journalisten. Zes van de negen aanklachten wegens lekken, op grond van de Nationale Spionage Wet, komen voor rekening van de regering-Obama. Greenwald hekelde het vijandige ,,klimaat” dat de regering zo heeft geschapen:

Dan is iedere onderzoeksjournalist die met vertrouwelijke bronnen en geheime informatie werkt, een misdadiger. Dat is heel bedreigend.

Zie bijvoorbeeld dit blog van Edward Wasserman, decaan van de studierichting journalistiek in Berkeley. Wasserman signaleert niet alleen een scherpe stijging in de juridische stappen van de overheid tegen klokkenluiders – bekendste voorbeeld: de WikiLeaks-militair Bradley Manning – maar ook een navenante daling in de bescherming die zij krijgen van pers en publiek.

En ook David Carr van The New York Times waarschuwt voor de kille wind die de regering-Obama laat waaien:

De pers krijgt nog wel eens het verwijt van zelfgenoegzaamheid, maar in dit geval zou wat meer solidariteit op zijn plaats zijn. De neiging van de huidige regering om informatie te beheersen is geen nieuw verschijnsel, maar er is wel duidelijk een tegenmacht nodig, in dienst van de openbaarheid.

De beste verdediging van Greenwald en van zijn soort journalistiek staat intussen te lezen in een uitvoerig, puntsgewijs opgeschreven stuk van Jay Rosen van New York University.

Rosen bespeurt in de kritiek van collega’s op Greenwald de suggestie dat alleen ‘neutrale’ journalistiek echte journalistiek is en wettelijk beschermd zou moeten worden - en ‘activistische’ journalistiek die stelling neemt, niet. Maar dat argument is volgens Rosen niet alleen juridisch onjuist, maar zou ook om andere redenen desastreus zijn voor een vrije, kritische pers.

Die andere redenen zijn te vinden in een opiniestuk van Rosen over ‘journalistiek met een visie’ en één zonder. De laatste doet zo feitelijk en ‘neutraal’ mogelijk verslag van gebeurtenissen; de eerste onthult en klaagt (soms) aan. Beide benaderingen van het vak zijn volgens hem onmisbaar voor een vrije pers. Uiteraard moeten ze beide voldoen aan eisen van betrouwbaarheid en accuratesse, maar de inzet is anders. The Guardian hoort volgens hem bij de eerste journalistieke richting, die met een bepaalde, politiek gekleurde invalshoek.

Dat stuk leidde weer tot andere pleidooien voor meer engagement en passie in de journalistiek. Maar ook tot de kritiek dat Rosen nog te voorzichtig was. Zo beweert Jeff Jarvis in dit stuk dat iedere journalistiek die de moeite van het lezen waard is, een gezichtspunt moet hebben. Journalistiek die zich daar verre van houdt en vooral ‘neutraal’ wil zijn, is volgens hem in het beste geval amusement, en in het slechtste geval marketing.

Het zwarte schaap - of juist de held - Greenwald zelf geeft hier een overzicht van de reacties op zijn werk. Mét een lofzang op de ombudsvrouw van The New York Times, Margaret Sullivan, die volgens hem op haar blog ,,tot nu toe de beste definitie ” geeft van wat volgens haar een journalist is:

Een echte journalist is iemand die tot in zijn porieën de contraire relatie tussen overheid en pers begrijpt, en daar niet voor terugdeinst.

Ja – maar wel in dienst van het publieke belang, zou ik er graag expliciet aan toevoegen (en dus niet als excuus om je eigen Watergate te spelen…)

En wat vindt u?