Irizar

De Tour de France draaide rondjes over Corsica. De naald van mijn innerlijke kompas tolde alle kanten op. Het fietsen over het eiland leidde tot zinsbegoocheling. Wat was het noorden, waar lag het zuiden? Wanneer ging de weg omhoog, wanneer omlaag? Om het kwartier ververste ik de site van de NOS. In het videofilmpje bleef

De Tour de France draaide rondjes over Corsica. De naald van mijn innerlijke kompas tolde alle kanten op. Het fietsen over het eiland leidde tot zinsbegoocheling. Wat was het noorden, waar lag het zuiden? Wanneer ging de weg omhoog, wanneer omlaag?

Om het kwartier ververste ik de site van de NOS. In het videofilmpje bleef Irizar winnen terwijl Bakelants bij de Belgen al in de gele trui op het podium stond

Er kwam nog een prangende kwestie bij: wie was de renner die ternauwernood de tweede etappe won? Jan Bakelants of Markel Irizar?

Ik kwam er niet uit.

Theo Koomen, de radioverslaggever van weleer, maakte zich in de jaren 60 en 70 niet zo druk om een uitslag. Als hem vlak voor de finish het uitzicht werd benomen door een wapperende vlag, nam hij een loopje met de waarheid.

„Nog honderd meter te gaan. O, jongens toch. Wat zien jullie eruit. Ze schreeuwen hier straks allemaal om hun moedertje. Weet ik zeker. Een boterham willen ze, een aai over de bol, een washandje over hun gezichten.”

De renners waren allang over de finish. Koomen weigerde te melden dat hij de sprint niet had kunnen zien.

„Daar komen ze aan. (Koomen keek ondertussen welke renner werd omhelsd), wat een fenomenale sprint… het is… (Koomen wist het nu zeker) het is Cees Haast die hier nipt wint. Formidabel.”

Met een vertraging van een halve minuut had iedere luisteraar de juiste uitslag vernomen. Dat is bij live tv onmogelijk.

Ik keek naar ‘de Belg’ tijdens de finale in Ajaccio. Er reed een groepje renners op kop. De verslaggevers herkenden vrijwel onmiddellijk hun nationale troef: Jan Bakelants, in zijn Radioshack-shirt. Ze schreeuwden hem naar de overwinning.

Op de site van de NOS zag ik even later een samenvatting van het live verslag. Volgens hen reed er een Bask op kop. „Daar is de vlag voor de laatste kilometer. Irizar! Markel Irizar. Hij is er nog niet.”

De man op kop droeg een zonnebril. Ik kende het gezicht van Irizar niet. Hij zou het best kunnen zijn. „Irizar. Hij gaat het houden. De man die kanker overwon. Teelbalkanker. Net als Armstrong. Er is iemand in Texas die nu heel hard mee zit te juichen.”

Ik schakelde weer naar de Belgische zender. Daar vertelde Bakelants hoe blij hij was. Hij had een tijdje in de put gezeten vanwege zijn rotte knieën.

Wie had er nu gewonnen?

Om het kwartier ververste ik de site van de NOS. In het videofilmpje bleef Irizar winnen terwijl Bakelants bij de Belgen al in de gele trui op het podium stond.

In de avonduitzending van Studio Sport kwamen de beelden van de etappe weer voorbij. Met deels hetzelfde commentaar. Alleen was de naam Irizar steeds vervangen door Bakelants. Het was heel goed gemonteerd. Op het filmpje op de site bleef Irizar nog een tijdje winnen. Pas rond acht uur was de juiste versie te zien.

Jan Bakelants in het geel. Fijn voor die jongen. Fijn voor België.

Zonder dat Irizar het wist, had ik met hem te doen. In Nederland was hij een tijdje de glorieuze winnaar van de etappe. Een renner uit Baskenland met een meeslepend levensverhaal, nota bene met een snufje Armstrong erbij.

Kon de fantasie het af en toe maar winnen van de werkelijkheid.