Het archief van Otto Frank is niet weg

Het klinkt dramatisch: Amsterdam, dat wil zeggen de Anne Frank Stichting, verliest het archief van Otto Frank (1889-1980), de vader van Anne. Anderzijds: de Stichting hád dat archief nooit. Otto Frank liet de verzameling paperassen, brieven en foto’s na aan het Anne Frank Fonds in zijn woonplaats Bazel. Bazel gaf dat archief in 2007 in bruikleen aan de stichting in Amsterdam. Met een einddatum: in 2017 had de stichting Otto Franks archief hoe dan ook moeten teruggeven.

Er kwam ruzie. Amsterdam vond dat Bazel te veel een eigen koers ging varen en de partijen verschilden van mening over wat Otto Frank voorhad met zijn nalatenschap. Het fonds in Bazel eiste in 2010 zijn eigendom op staande voet terug. Het bereidt een Familie Frank Centrum voor in Frankfurt, Annes geboortestad. Dat moet in 2016 opengaan, met gebruik van zoveel mogelijk originele stukken uit de nalatenschap van de familie Frank. Concurrentie voor de stichting dus, die in het Anne Frank Huis aan de Amsterdamse Prinsengracht sinds drie jaar wisseltentoonstellingen inricht met stukken uit datzelfde archief.

De stichting weigerde vervroegde teruggave en betwistte het Zwitserse eigendomsrecht van bepaalde stukken. Het gevolg was een juridische strijd tussen beide Anne Frank-instituten. Allemaal nog minder fraai in het besef wat de inzet is. De nagedachtenis van Anne Frank en via haar van de slachtoffers van de Jodenvervolging door de nazi’s.

De rechter in Amsterdam heeft uitspraak gedaan: het archief moet terug naar de eigenaar in Bazel. Dat Amsterdam het liever onder eigen dak hield is voorstelbaar, maar meer ook niet. Het is de kern, de fysieke dagboeken, niet kwijt. De Nederlandse staat is eigenaar, de stichting heeft ze in permanente bruikleen. Daarbij, de stichting ‘heeft’ het originele Achterhuis. In 2012 trok het 1.152.888 bezoekers. Die kwamen niet voor die wisseltentoonstellingen, die kwamen om te leren hoe dat was, onderduiken, en ontdekten wat het is, discriminatie.

Het is ook niet zo dat Amsterdam met lege handen staat. Het verwierf in november nog de imposante collectie foto’s en documenten die Otto Frank schonk aan Joseph Schildkraut, de acteur die in 1957 Otto op Broadway vertolkte.

Eigendom en plaats van het betwiste archief zijn secundaire kwesties. Het archief is niet weg. Wie het wil bestuderen, kan er straks in Frankfurt bij. Wordt het op internet ontsloten, dan hoeft er niet eens voor gereisd te worden.

De Anne Frank Stichting moet haar wrok inslikken. De banden aanhalen. Samenwerken. Het Achterhuis tot zijn recht laten komen, voor dat grote, gelukkig nog altijd geïnteresseerde publiek.