Gender, ras en identiteit

Een man en een vrouw nemen plaats achter een schaakbord. Zij is de elegantie zelve: ze zit keurig rechtop, in een witte jurk, en legt bij het peinzen over een volgende zet alleen even een hand tegen haar kin. Hij is anders. Hij moet winnen, voor minder doet hij het niet. In een grotesk geruit pak, het haar in een rockerskuif, beziet hij met superieure minachting de stukken. Op de achtergrond repeteert een pianist een simpele melodie – hij speelt totdat zijn handen het niet meer weten, en begint dan van voren af aan.

Tien minuten later verstommen de noten en is het schaakspel voorbij. Uitslag ongewis. De man en de vrouw staan op en lopen op ons af tot het beeld zwart is. Ze zijn voor onze ogen oud geworden. Hij is nu een grijs, nors ventje; zij heeft een warrig Tina Turner-kapsel en oogt vooral vermoeid.

Dit rijke verhaal – over man en vrouw, over competitie en zelfbeheersing, over de futiliteit en de schoonheid van het steeds opnieuw proberen – weet beeldend kunstenaar Lorna Simpson (New York, 1960) met een minimum aan visuele foefjes neer te zetten in Chess (2013), een video-installatie op drie schermen. Chess vult een van de vijf ruimten op Simpsons eerste grote Europese expositie. Het Jeu de Paume in Parijs maakte een zorgvuldige selectie uit haar toch al beheerste en consistente oeuvre, grotendeels in zwart-wit, dat draait om een paar grote thema’s: gender, ras, identiteit en herinneringen.

De veertien dansers uit de video Momentum (2010) doen denken aan de hoopvolle auditanten uit X-Factor en A Chorus Line, zo ernstig als ze om beurten een kale dansvloer betreden voor hun beste en langste pirouette. Het wijde shot zorgt ervoor dat ze zich letterlijk bij ons in de kijker moeten dansen; zij zwoegen, wij keuren. Je telt al snel mee: acht seconden – matig. Vijftien seconden – mag door.

Hun krullenpruiken figureren ook in Gold Headed (2013), een reeks abstracte tekeningen.

The Waterbearer (1986) is een foto van een donkere vrouw in een wit schort, met in haar linkerhand een zilveren kan en rechts een jerrycan. Ze giet ze allebei leeg. We zien haar op de rug. De zin eronder vertelt van een machteloze getuige: ze heeft een man zien verdwijnen bij de rivier, maar haar verhaal wordt bij voorbaat niet geloofd. De waterdraagster wordt zo een symbool van racisme.