Etmaal na operatie weer op 't racemonster

Jorge Lorenzo stapte met een gebroken sleutelbeen op zijn motor en eindigde bij de TT in Assen als vijfde. „We hebben risico’s genomen.”

Met zijn linkerarm in een mitella en een van pijn vertrokken gezicht lacht Jorge Lorenzo zijn tanden bloot. Zijn TT-race is een helletocht geweest. In fysiek opzicht. Qua resultaat kan het bijna niet beter. De Spaanse motorcoureur heeft 48 uur na een zware valpartij en een tussentijdse operatie in Barcelona in de WK-stand van de MotoGP slechts twee punten verspeeld op klassementsleider Dani Pedrosa. De nummer twee van de rangschikking hoor je niet klagen, al sterft hij van de pijn.

Natuurlijk was het krankzinnig om in Assen te rijden, dat weet Lorenzo als geen ander. Alle behandelende artsen hadden de wereldkampioen van 2012 voor gek verklaard. Medisch onverantwoord om daags na een operatie aan een gebroken sleutelbeen op een racemonster van 1.000 cc 26 ronden te rijden. Toch stapte Lorenzo zaterdagmiddag op zijn motor en reed hij ogenschijnlijk probleemloos de TT uit. Hij won niet, dat zou een godswonder zijn geweest. Maar de vijfde plaats voelde als misschien wel zijn grootste triomf. „Jorge is vandaag de ware held”, sprak winnaar Valentino Rossi na afloop met oprechte bewondering. Veelzeggend, omdat de Italiaan drie jaar na zijn laatste grand-prixzege ook een wonderbaarlijke prestatie meende te hebben geleverd.

Maar het meest verbaasd was Lorenzo zelf. Nadat hij donderdagmiddag rond een uur of twee hard van zijn motor was gevallen en zich met een gebroken sleutelbeen bij de medische post had gemeld, had hij ‘Assen’ uit zijn hoofd gezet. Misschien dat over twee weken de GP van Duitsland op de Sachsenring haalbaar zou zijn, maar de TT? No way.

Tot Wilco Zeelenberg, zijn Nederlandse teammanager bij Yamaha, op hem begon in te praten. Uit ervaring weet de voormalige coureur dat een sleutelbeenbreuk een start niet bij voorbaat onmogelijk maakt. Lorenzo moest alleen overtuigd worden. Maar nog belangrijker: hij moest zo snel mogelijk geopereerd worden. Elke minuut tijdverlies zou de kans op deelname aan de TT verkleinen.

Telefoontjes naar Nederlandse ziekenhuizen leidden niet tot resultaat. Protocollair gaan alleen bij levensbedreigende situaties de deuren van operatiekamers buiten werkuren open. Contact met een ziekenhuis in Barcelona bracht uitkomst. Daar kon Lorenzo wel geholpen worden. Dorna, de Spaanse raceorganisator van de MotoGP, regelde een privévliegtuig, waarna Lorenzo om twee uur ’s nachts op een brancard de operatiekamer werd binnengereden. Twee uur later was zijn op twee plekken gebroken sleutelbeen met een plaat van titanium en enkele schroeven gerepareerd. Eenmaal ontwaakt uit narcose en volgestopt met morfine vloog Lorenzo vrijdagmiddag terug naar Nederland.

Na een goede nachtrust moest Lorenzo zich zaterdagochtend rond achten bij de rondearts melden die hem tijdens zijn retourtje Spanje had begeleid en op de operatie had toegezien. Of Jorge even een aantal push-ups wilde doen? Als test voor de stevigheid van zijn sleutelbeen. Dat lukte, waarna de coureur medisch het groene licht kreeg. Vier uur later stond hij in volle concentratie onder de paraplu van een pronte dame aan de start. Alsof er niets gebeurd was.

Een uur na de race beseft Zeelenberg nog niet helemaal wat er gebeurd is. Hij kijkt bewonderend naar Lorenzo als die de internationale pers te woord staat. Het lijkt business as usual. Maar dat is het niet. Vallen, vliegen, opereren, racen en vijfde worden, noem dat maar normaal. Het had anders kunnen aflopen, realiseert Zeelenberg zich. „Als Jorge weer was gevallen zou hij de schlemiel van het weekeinde zijn geweest. We hebben risico’s genomen.”