Een huisarts die wel erg dol is op zijn patiëntes

De zaak. Een getrouwde huisarts heeft gedurende een aantal jaren intieme relaties met twee patiëntes in zijn praktijk. Hij werkt aanvankelijk in een solo-praktijk en later in een zogeheten HOED-verband: ‘huisartsen onder één dak’.

Als hij ongenoegen krijgt met één van zijn vriendinnen, besluit hij zijn collega’s in te lichten en zijn vrouw. Ook legt hij zijn praktijk neer en stelt zich onder behandeling van een arts met een praktijk in ‘psychosomatiek en ontwikkelingsvragen’. Tevens licht hij de gezondheidsinspectie in.

Hij gaat elders in de medische wereld werken, waar hij geen contact met patiënten heeft.

Wat zegt de inspectie? Dat de huisarts de grenzen van de professionele behandelrelatie met de twee vrouwen ernstig heeft geschonden. Dat hij „op verschillende momenten toonde onvoldoende afstand te kunnen nemen naar vrouwelijke patiënten”. En dat hij niet in staat is „om te allen tijde zelfstandig zijn grenzen te bewaken”.

Wat zegt de arts? Die wil graag toch weer een praktijk kunnen voeren. Zijn psychiater acht de kans op herhaling ‘matig’.

Die kans kan worden gereduceerd tot ‘laag’, indien een aantal maatregelen wordt genomen. Hij moet dan maandelijks gedurende twee jaar onder behandeling van een arts blijven. De huisarts zou ook niet langer dan vier dagen per week mogen werken en ook niet ’s avonds. Een ervaren huisarts dient hem te begeleiden: een maandelijks evaluatiegesprek, met inzage in zijn agenda en zijn patiëntendossiers. Ook zijn echtgenote moet in het gesprek worden betrokken.

Wat weegt de tuchtrechter mee? Dat de arts zelf schoon schip maakte en zich overigens „coöperatief en kwetsbaar” opstelde. Hij hield zich ook „strikt” aan de aanwijzingen van de inspectie. Hij ging „onmiddellijk” in therapie en betrok daar ook zijn collega’s en echtgenote bij.

Waarom draait deze zaak? Niet om de vraag óf een sanctie nodig is, maar welke. De tuchtrechter spreekt van „een meerjarige, meervoudige, ernstige en wezenlijke schending van de zorg”, waar een „zeer zware sanctie” bij hoort.

Dat de huisarts zelf zijn misstappen meldde „mag zo zijn”, maar dat neemt niet weg dat hij dat pas deed toen hij geen uitweg meer zag. Kennelijk wilde de patiënte zijn collega’s inlichten over hun relatie.

Hoe oordeelt de rechter? De huisarts mag, alles afwegende, zijn werk in de patiëntenzorg hervatten, mits hij geen vrouwen meer zal behandelen. Hij krijgt dus een ‘vrouwenverbod’, een nooit eerder opgelegde sanctie.

Die maatregel wordt onderbouwd met de overweging dat de kans op herhaling „nagenoeg uitgesloten moet kunnen worden”. Volgens de psychiater kan het risico niet verder dan tot ‘laag’ worden gereduceerd.

Dat vindt de tuchtrechter niet genoeg. Bovendien vindt de tuchtrechter de voorgestelde maatregelen „onvoldoende controleerbaar”. Rechtstreekse contacten met vrouwelijke patiënten zijn daarom „onverantwoord”.

De huisarts krijgt een gedeeltelijke ontzegging van zijn bevoegdheid opgelegd, namelijk om voortaan nog „rechtstreekse contacten met vrouwelijke patiënten” te hebben.