‘Dit moet geen herkansing voor asielaanvraag zijn’

Het beleid voor uitgeprocedeerden die niet terug kunnen, moet niet ruimer worden, aldus een advies aan het kabinet. Dit tegen de zin van de PvdA. „We willen hierin zuiver zijn”, zegt de commissievoorzitter.

Foto’s Robin Utrecht

De verwachtingen zijn hooggespannen. Ook Adriana van Dooijeweert hoorde afgelopen maanden in de media hoe de verwachtingen over haar advies groter en groter werden. „De beeldvorming bestaat dat de regels zó streng zijn, dat het bijna onmogelijk is om aan de eisen voor een buitenschuldvergunning te voldoen. En dat wij daarom zouden concluderen: je moet die doelgroep uitbreiden. Maar dat zeggen we dus niet.”

Van Dooijeweert is voorzitter van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken, en zij presenteerde vanmiddag de bevindingen van haar commissie over de ‘buitenschuldregeling’.

Die is bedoeld voor asielzoekers die in Nederland zijn uitgeprocedeerd of voor vreemdelingen die nooit asiel aanvroegen en terug willen naar hun land van herkomst. Maar niet terug kúnnen.

Moeten volgens u de voorwaarden voor het buitenschuldbeleid ruimer?

„Nee. Wij willen hierin zuiver zijn. Deze regeling is er voor mensen die volledig meewerken aan hun vertrek. Als er vervolgens voldoende objectieve indicaties zijn dat iemand heeft geprobéérd om weg te komen, maar dat dus niet lukt, dan is er aanleiding om alsnog goed te vinden dat iemand in Nederland blijft. De buitenschuldvergunning is daarmee een zeer bijzondere vergunning, maar geen herkansing voor een asielaanvraag. Dus wat ons betreft worden de criteria niet versoepeld. Wel zeggen we: verduidelijk het beleid.”

Wat houdt dat precies in?

„In de praktijk hebben wij gezien dat de Dienst Terugkeer & Vertrek [DT&V] soms al soepeler is dan de regels. Formeel moet iemand bijvoorbeeld aantonen dat hij naar een ambassade is gegaan om een reisdocument voor terugkeer te vragen. Aantonen is een juridisch zware maatstaf. Ambassades geven niet altijd een bewijs waarmee de vreemdeling kan aantonen dat hij er was en welk verzoek hij had. In de praktijk kijkt de DT&V alleen of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij het heeft geprobeerd. Wij bevelen aan om de regels op dit punt in overeenstemming te brengen met de praktijk. En mensen die een aanvraag doen, moeten precies weten waar ze aan toe zijn. Wie moeten ze bellen, om welke reisdocumenten moeten ze vragen, wat moeten ze doen als ze dat reisdocument niet krijgen van hun ambassade.”

Krijgen met uw aanbevelingen meer mensen een verblijfsvergunning?

„Dat is niet uit te sluiten, maar het staat ook niet vast. Wij zeggen wel: als een vreemdeling een jaar lang actief heeft geprobeerd om terug te keren naar zijn land van herkomst, samen met de DT&V, en het lukt niet? Geef hem dan een vergunning. We vinden dat mensen niet te lang in onzekerheid mogen zitten. Maar dan moeten ze dus aan alle voorwaarden hebben voldaan: langs de ambassade zijn geweest, hebben geprobeerd om documenten te achterhalen waarmee ze hun nationaliteit en identiteit kunnen onderbouwen, de DT&V hebben laten bemiddelen bij terugkeer, enzovoorts.”

Om hoeveel méér mensen gaat het?

„Dat is lastig te zeggen. Misschien enkele tientallen op jaarbasis. De aanvragers moeten hoe dan ook binnen de doelgroep vallen, en die blijft beperkt. Ik heb de Vluchtkerk in Amsterdam-West bezocht. Daar zitten misschien mensen die alsnog voor een buitenschuldvergunning in aanmerking kunnen komen. Maar een flink aantal zegt: wij willen niet terug naar ons land van herkomst. Dan komen ze dus per definitie niet voor deze regeling in aanmerking.”

Afgelopen jaren is het aantal vergunningen gedaald. Hoe verklaart u dat?

„Sinds december 2010 wijst de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de IND, mensen op voorhand af als ze niet aan de eerste drie criteria voor een buitenschuldvergunning voldoen. Dat is tegen de regels. De overheid hoort aanvragen inhoudelijk te behandelen en de vreemdeling een redelijke termijn te bieden om documenten te overleggen die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Als de IND dat weer gaat doen, kan dat tot een stijging van het aantal aanvragen leiden, en dus tot meer vergunningen. Maar de voorwaarden blijven stevig.”

De voorspelling was toch dat méér mensen onder dit beleid zouden gaan vallen.

„De verwachtingen rond dit advies zijn overspannen. Steeds werd de link met de Vluchtkerk gelegd. Maar als je politiek iets wilt met mensen die uitgeprocedeerd zijn, maar niet meer weg willen omdat ze geworteld zijn, of te ziek of te kwetsbaar zijn, dan moet je niet de buitenschuldregeling hebben. Dan moet je bijvoorbeeld naar een ruimere invulling van de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris kijken. Een humaner asielbeleid en de regels voor een buitenschuldvergunning hebben volgens mij weinig met elkaar te maken.”

Die koppeling maakt bijvoorbeeld de PvdA wel. In hun plannen voor een humaner asielbeleid staat een verruiming van de buitenschuldcriteria.

„Dat vinden wij geen zuivere discussie.”

PvdA-leider Samsom zei een paar maanden geleden dat hij reden had om aan te nemen dat uw advies een verruiming zou inhouden.

„Daar heb ik me over verbaasd. Hij deed die uitspraken toen wij nog moesten beginnen aan het schrijven van ons advies, we hadden het onderzoek toen nog maar net afgerond. En ik heb hem er niet over gesproken.”