Directe diplomate met scherpe tong

Vandaag begint Susan Rice in het Witte Huis als de buitenlandadviseur van Obama. Bij de VN was ze de afgelopen vier jaar meer een harde onderhandelaar dan een soepele diplomaat.

Dat Susan Rice op school een ster was in het basketbalteam, dankte ze niet aan haar lengte. Met haar 1 meter 60 moest ze het hebben van haar atletische talent, haar spelinzicht, haar conditie en haar karakter. Ze liet, en laat, zich niet makkelijk wegspelen. Haar liefde voor basketbal deelt Rice met de president die haar benoemd heeft tot zijn belangrijkste buitenlandadviseur. Obama speelt soms een partijtje met de broer van Rice, vertelde hij onlangs, en die wil nog wel eens een elleboog in de strijd werpen. „Dat zit in de familie”, voegde hij er lachend aan toe, terwijl zijn toekomstige Nationale Veiligheidsadviseur naast hem stond.

Susan Rice (48) was de afgelopen vier jaar Amerikaans ambassadeur bij de Verenigde Naties in New York. Vandaag krijgt ze in het Witte Huis een kantoor in de West Wing, niet ver van de Oval Office van de president. In de Amerikaanse pers is haar benoeming een troostprijs genoemd, omdat Obama haar eigenlijk minister van Buitenlandse Zaken had willen maken, als opvolger van Hillary Clinton. Toen daar in de Senaat grote bezwaren tegen bleken te bestaan, omdat ze onjuist informatie had verstrekt over de terreuraanval op het Amerikaanse consulaat in het Libische Benghazi op 11 september 2012, trok Rice haar kandidatuur eind vorig jaar terug. Voor de baan die ze nu krijgt is goedkeuring door de Senaat niet nodig.

Maar omdat de grote lijnen van het Amerikaanse buitenlandse beleid in het Witte Huis worden uitgezet, en de belangrijke besluiten daar ook worden genomen, hoeft Rice niet rouwig te zijn dat ze Veiligheidsadviseur wordt in plaats van minister van Buitenlandse Zaken. Die laatste is weliswaar het gezicht van de Amerikaanse diplomatie in de wereld, maar staat letterlijk en figuurlijk op grotere afstand van de president. Hoe invloedrijk een Veiligheidsadviseur kan zijn die het vertrouwen van de president heeft, hebben illustere voorgangers als Henry Kissinger (onder president Nixon) en Brent Scowcroft (onder Bush de vader) laten zien.

Bij de Verenigde Naties heeft Rice zich de afgelopen vier jaar laten kennen als een harde onderhandelaar met een scherpe tong, berucht om haar directe optreden. Omzichtige diplomatieke taal, vleierijen en het kweken van goodwill door recepties en diners af te lopen, dat hoort allemaal niet bij haar stijl en aanpak.

Als een van haar voornaamste wapenfeiten geldt dat ze in maart 2011 een resolutie door de VN-Veiligheidsraad kreeg die het militaire ingrijpen in Libië mogelijk maakte. Rusland en China spraken zowaar geen veto uit, maar onthielden zich van stemming. In Washington had Rice, samen met Hillary Clinton en mensenrechtenadviseur Samantha Power (die haar straks opvolgt bij de VN), al sterk voor een interventie gepleit. Door de VN-resolutie kon die ook daadwerkelijk van start gaan.

Bij haar aantreden als VN-ambassadeur was Rice met haar 44 jaar de op-één-na jongste Amerikaan op die positie. Maar onervaren was ze niet, en onzeker evenmin. Al op 28-jarige leeftijd was ze onder president Clinton tot lid van de Nationale Veiligheidsraad benoemd. Vier jaar later werd ze onderminister van Buitenlandse Zaken voor Afrika. Die baan dankte ze aan de toenmalige minister Madeleine Albright, een oude vriendin van haar ouders die Rice sinds haar jeugd goed kent en die vaak als een soort mentor voor haar optrad.

Na het presidentschap van George W. Bush wilde de regering-Obama de wereld van het begin af aan duidelijk maken dat ze de Verenigde Naties serieus nam en een belangrijke rol toekende. Dat in de praktijk uitdragen werd de eerste taak van ambassadeur Rice – die overigens geen familie is van Condoleezza Rice, die onder George W. Bush eerst Veiligheidsadviseur en later minister van Buitenlandse Zaken was.

Het ambassadeurschap van Susan Rice kreeg extra gewicht doordat Obama haar functie opwaardeerde tot een kabinetspost. Daardoor viel Rice niet alleen onder minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton, maar had ze ook een directe lijn naar de president. Dat vergrootte haar gezag bij de ambassadeurs van andere landen.

De Verenigde Naties zijn een reusachtige organisatie, met 193 lidstaten. Rice stak verreweg de meeste tijd en energie in de Veiligheidsraad, het machtigste orgaan van de volkerenorganisatie. Ze heeft drie ambassadeurs onder zich die zich met andere onderdelen van de VN bezighouden.

Van oudsher zijn de Verenigde Staten hoofdrolspeler in de Veiligheidsraad, maar zonder samenwerking met andere landen krijgen de Amerikanen niets voor elkaar. Het bijna dagelijkse overleg met de gezanten van de andere veertien leden is daarom cruciaal, vooral de vaak moeizame onderhandelingen met de vier andere permanente leden – Rusland, China, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk – die net als de VS vetorecht hebben.

Rusland is in de Veiligheidsraad de belangrijkste tegenspeler van de VS, waarbij Rice en ambassadeur Vitali Tsjoerkin regelmatig recht tegenover elkaar staan in een hard machtspolitiek spel. Na de interventie in Libië heeft Rusland, gesteund door China, besloten voorlopig niet nog eens met een resolutie in te stemmen die in het Midden-Oosten tot een militaire interventie van het Westen kan leiden.

Daardoor heeft de Veiligheidsraad bij de burgeroorlog in Syrië vrijwel steeds verdeeld en machteloos aan de zijlijn gestaan. Toen Rusland en China vorig jaar gezamenlijk een resolutie tegenhielden waarin het geweld in Syrië werd veroordeeld, zei Rice dat ze „walgde” van dit dubbele veto. Rusland en China hadden „bloed aan hun handen”.

Binnen de regering-Obama geldt Rice in het algemeen als ‘interventionist’, voorstander van militair ingrijpen op humanitaire gronden. Die reputatie dateert van de jaren negentig, toen zij in de Nationale Veiligheidsraad van president Clinton verantwoordelijk was voor vredesmissies en tegen ingrijpen bij de genocide in Rwanda was. Bij die massale slachting kwamen in zo’n honderd dagen een half miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s om. Clinton zou later zijn spijt betuigen, en erkennen dat de genocide voorkomen had kunnen worden met 5.000 man vredestroepen.

Ook Rice erkende haar foute inschatting. Haar spijt daarover was een keerpunt in haar denken. „Ik heb gezworen dat als ik ooit nog eens voor zo’n situatie zou komen te staan, ik zou kiezen voor dramatisch ingrijpen, ook al zou dat mijn ondergang zijn.” In Libië handelde ze naar dat voornemen. Als ze in verband met Syrië ook voor dramatisch ingrijpen pleit, dan is daar tot nu toe weinig van gebleken.

Bij de VN heeft Rice laten zien een trouw uitvoerder van de politiek van haar baas te zijn, en niet naar de media te lekken over meningsverschillen binnen de regering. Ook als Veiligheidsadviseur zal ze zich moeten schikken naar de koers waartoe Obama besluit, maar ze heeft wel veel mogelijkheden zijn denken te beïnvloeden.

Haar rol is aan de ene kant die van spelverdeler: als Veiligheidsadviseur moet ze zorgen dat de discussies tussen de hoofdrolspelers op veiligheidsgebied – de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie, de directeur van de CIA en de vicepresident – tot duidelijke besluiten en adviezen aan de president leiden. Daarnaast is zij de voornaamste gesprekspartner van de president over buitenlandse politiek en een sleutelfiguur bij het formuleren van de strategische visie van de regering.

Haar voorganger, Tom Donilon, was belangrijk bij het besluit om meer aandacht te richten op Azië (de ‘draai naar het Azië’). Nauwgezet voerde hij het beleid van Obama uit dat erop gericht is de rol van Amerika in de wereld, na de twee oorlogen in Irak en Afghanistan, terughoudender te maken. Vrijwel altijd opereerde hij als onopvallende figuur achter de schermen.

De gedreven en uitgesproken Rice heeft een andere stijl. Donilon versterkte de voorzichtige kant van Obama, Rice zal misschien, schreef het tijdschrift Foreign Policy onlangs hoopvol, zijn activistische kant stimuleren.