De finish verplaatsen? Op Corsica kan alles

De Tourorganisatie koos op Corsica voor een gewone etappe als start. Het werd een aankomst in smalle straatjes. Met valpartijen en chaos.

Op Corsica kan alles – een bus komt klem te zitten onder een finishbanier, een overstekende man én hondje veroorzaken bijna een massale valpartij en een onbekende Belg pakt de gele trui met een ritoverwinning in de stijl van Jelle Nijdam.

Jan Bakelants (RadioShack) belandde gisteren in de tweede rit naar Ajaccio, de grootste stad van het eiland, na het laatste klimmetje op twaalf kilometer van de aankomst in een kopgroep van zes renners, die vlak voor de finish een voor een werden bijgehaald door het peloton. Alleen Bakelants bleef het jagende peloton voor, precies één seconde. Hoe lang was dat al niet meer voorgekomen? Het deed denken aan de beste dagen van Nijdam en de Rus Vjatsjeslav Ekimov in de jaren tachtig en negentig. Zelf zei Bakelants dat hij het peloton voelde naderen „als een zwerm bijen die zich vooruit stuwt”. Poëzie in Ajaccio.

Op Corsica, de Franse regio die de Tour niet eerder had ontvangen, kan immers alles – nationalisten die de koers dreigen te verstoren, een finish die wordt vervroegd en toch weer niet, en een Franse ploegleider die de Spaanse juryvoorzitter een enkeltje naar zijn thuisland toewenst.

De propagandisten van het wielrennen op Corsica, zoals de journalist Pierre Cangioni en de plaatselijke oud-coureur Dominique Bozzi, mogen ondanks het commentaar op de logistiek en de hectiek van de eerste dagen tevreden zijn. De eerste twee etappes op het eiland hebben meer dan het beloofde spektakel gebracht.

Kritiek was er vooral bij de openingsrit van Porto-Vecchio naar Bastia. In plaats van een proloog had de organisatie gekozen voor een gewone etappe, met een aankomst vol rotondes en smalle straatjes. De onrust leidde tot enkele valpartijen.

Alsof dat niet genoeg was, kwam de teambus van de Australische ploeg Orica-GreenEdge vast te zitten onder het finishdoek. Met de renners op tien kilometer van de aankomst vormde de bus, die vanwege het beperkte Corsicaanse wegennet geen uitwijkmogelijkheid had, een groot probleem. Het noopte de jury tot het vervroegen van de aankomst, op drie kilometer van de eigenlijke streep. Maar net op tijd kon de Orica-bus, dankzij de leeggelopen banden, worden losgewrikt. De jury draaide zijn aanvankelijke beslissing terug. De finish lag weer gewoon op de finish.

Voor de renners was het zeer verwarrend. Koen de Kort (Argos-Shimano) zei na afloop: „Op een gegeven moment hoorde ik op de radio: de finish ligt niet op de finish. En toen lag het weer wel op de finish. Wat er precies gebeurde, weet ik eigenlijk niet.” En sprinter Danny van Poppel (Vacansoleil) had begrepen dat drie kilometer de plek was waar zijn helpers moesten afhaken. Van enige jurybeslissing was hij tijdens de koers niet op de hoogte.

Ploegleider Marc Madiot van Française des Jeux had zijn renners via hun oortjes juist wel op de hoogte weten te brengen van de beslissing om de finish te vervroegen. Volkomen tevergeefs werkten zij op drie kilometer van de aankomst voor een overwinning van sprinter Nacer Bouhanni. Madiot was woedend op de jury, niet vanwege het aanvankelijke besluit, maar vanwege het terugdraaien daarvan. Op de Franse televisie sommeerde hij de Spaanse juryvoorzitter Vicente Tortajada Villarroya om terug te keren naar zijn eigen land.

Vooraf was gevreesd dat het koersen op Corsica nerveus zou verlopen. De wegen zouden smaller en bochtiger zijn dan op het Franse vasteland.

Maar al met al waren de meeste Nederlandse renners niet erg onder de indruk. „De eerste twee dagen vallen me alleszins mee”, zei Laurens ten Dam van de Belkinploeg na de aankomst gistermiddag. Maar hij houdt een slag om de arm voor de rit van vandaag naar Calvi, die opnieuw veel bochten heeft.

„De Tour is in de eerste week wel vaker gekkenwerk”, relativeerde zijn ploeggenoot Robert Gesink, die naar eigen zeggen „niet heel makkelijk” reed deze eerste twee dagen. Het was op Corsica volgens hem aanzienlijk minder draaien en keren dan twee jaar terug in Bretagne, waar in de eerste Tourweek ook al veel renners onderuit gingen. Lars Boom, twee keer mee in een lange ontsnapping, waarvan gisteren volgens hem onbedoeld, denkt dat de etappes op Corsica zelfs „iets rustiger” zijn dan normaal.

Nationalisten, die strijden voor meer Corsicaanse autonomie, beloofden voor vandaag nieuw spektakel nadat gisteren even buiten Bastia vier van hun activisten werden aangehouden wegens het kalken van anti-Franse leuzen.

In plaats van namen van renners stond op de flanken van beklimmingen rond de nationalistische hoofdstad Corte gisteren vooral ‘FLNC’, de naam van de onafhankelijkheidsbeweging die onlangs dreigde de wapens weer op te pakken. In de haven van Bastia waren de teksten ‘Corsica is not France’ en ‘French go home’ gekalkt.

Als de militanten niet voor het vertrek van de laatste Corsicaanse etappe, vandaag naar badplaats Calvi, zouden vrijkomen, dan wilde de beweging Corsica Libéra de rit verstoren. Lokale autoriteiten namen geen risico: nog voor de avond waren de vier vrij en werd het dreigement ingetrokken.

Het ging aan veel renners voorbij. Maar op de vraag of koersen op Corsica moeilijker is dan hij gewend is en of hij iets gemerkt heeft van de onrust in het peloton, antwoordt Laurens ten Dam met het op dit van politiek doordrenkte eiland met het enige juiste antwoord: „Ik zag af en toe wat commotie ja. Maar zoiets kan ook in Frankrijk gebeuren.”