Brief

Ik ben blij dat ik lid was van studentenvereniging

De meestal scherpe Arjen van Veelen houdt een weinig origineel betoog over studentenverenigingen (NRC Handelsblad, 27 juni). Hij komt helaas niet verder dan het heersende clichébeeld van zuipende en brallende corpsballen, die zich in hun eigen wereld opsluiten.

Nu heeft Van Veelen net als ik in Leiden gestudeerd. Ik ben lid geweest van een studentenvereniging en daar heb ik zeker geen spijt van. Ik kwam in mijn eentje vanuit het Limburgse land naar de Grote Boze Randstad. De studentenvereniging bood mij een eerste opvang en regelde huisvesting. Had ik dat ook bij de plaatselijke hengelsportclub kunnen doen? Ongetwijfeld. Maar ik voelde me op dat moment meer thuis bij mensen die voor dezelfde uitdaging (een nieuwe studie) stonden als ik, en die niet zo’n dertig jaar in leeftijd verschilden.

Uiteraard heb ik wel eens een biertje gedronken op mijn vereniging. Net als Van Veelen met zijn collega’s van het lokale universiteitsblad in de kroeg tegenover het redactiegebouw. En daar is ook helemaal niets mis mee.

Propageer ik dan tijdloze bacchanalen op een studentensociëteit? Neen. Wat ik wel propageer is dat je leert buiten de gebaande kaders te denken. Om te ontdekken dat er veel verschillende mensen zijn en dat de samenleving een complex geheel is van sociale verbanden en individuen. En dat je die erkent, respecteert en dat je daar een weg in vindt.

Geert van der Varst

Leiden