Anita Ekberg in een Fellini op het IJ

Zij in de Trevi-fontein: het is het iconische beeld van het werk van regisseur Federico Fellini. Anita Ekberg, 81 nu, opende in Amsterdam de Fellini-tentoonstelling.

Die lach. Die lach heeft ze nog steeds. En hoe meer camera’s er op haar gericht zijn, hoe verder ze haar hoofd in haar nek gooit, tot ze bijna weer dezelfde pose heeft als in die beroemde scène in Federico Fellini’s La dolce vita (1960) in de Trevi-fontein in Rome. Dat beeld hangt nu overal in Amsterdam. Op posters, op een enorm banier op het Shell-gebouw in Noord, en het is gedrukt op de suikerzakjes die bezoekers van EYE bij de koffie krijgen. Ik heb er eentje voor haar meegenomen, want eigenlijk wil ik maar één ding van haar weten: hoe het is om een icoon te zijn, een spreekbuis van het verleden, en ambassadrice van de regisseur met wie ze maar drie-en-een-halve film maakte.

Anita Ekberg (81) was afgelopen weekend in Amsterdam om de grote Fellini-zomertentoonstelling in EYE te openen. We ontmoeten elkaar op een piepklein salonbootje op het IJ waarin ze van haar hotel in de binnenstad naar Amsterdam-Noord is gevaren. Het zwenkt behendig tussen de vrachtschepen, veerponten en pleziervaarders door. Het is een bizar beeld. Het bootje lijkt wel een fragiele tijdcapsule waarin ze uit een ander tijdperk naar het onze is getransporteerd.

De lunch wordt geserveerd. De wijnflessen zijn leeg. Klassieke muziek klinkt tussen het geluid van scheepstoeters. Je zou het bijna een Fellineske situatie noemen, met hetzelfde barokke surrealisme als zijn films. Maar ook omdat er, zoals bij eigenlijk alle optredens die Ekberg in de films van Fellini had, een intrigerende verschuiving optreedt tussen haar eigen leven, haar publieke persona en de rol die ze speelt.

Ze is nog steeds een intimiderende schoonheid. Die mond en die ogen zijn nog even expressief. Ze verslinden je als ze lacht en praat. De jaren hebben haar alleen maar karakteristieker gemaakt. Alsof Fellini voorzag dat Ekberg gedurende haar leven alleen maar meer in een Fellini-vrouw zou veranderen.

Toen hij de destijds dertigjarige Ekberg castte voor La dolce vita was ze vooral bekend als model en pin-up en de niet helemaal succesvolle pogingen van de Paramount-studio’s om haar te lanceren als hun antwoord op Marilyn Monroe. Er werd zelfs gefluisterd dat haar carrière al een beetje voorbij was. En wat speelt ze in die film: een Zweeds-Amerikaanse actrice die belaagd door hordes journalisten en paparazzi Rome bezoekt en een romantische nacht beleeft met de schuchtere verslaggever Marcello Mastroianni die in de Trevi-fontein eindigt.

Net als voor de journalisten in La dolce vita is het onvermijdelijk om haar een aantal vragen te stellen die ze in haar leven al duizendmaal heeft moeten beantwoorden. Maar ook die rol speelt ze met verve. „Je hebt vijf minuten”, zegt ze. Om dan nog eens diep in de kussens weg te zakken en van wal te steken. Want ze vertelt graag. „Het zou uren duren om je alles over Fellini te vertellen wat ik weet. De beste manier om hem te leren kennen is om zijn films te zien. Of op z’n minst een paar.”

Laten we dan maar beginnen met de films die hij met haar maakte. En La dolce vita in het bijzonder. Ik laat haar het suikerzakje zien. Ze lacht. „Dat moment is niet zo moeilijk te vergeten. Ik heb het misschien wel al te vaak teruggezien. Dan kijk ik de andere kant uit. Dit was maar een van de misschien zeventig producties waaraan ik heb meegewerkt. En dan word je altijd maar om die ene rol herinnerd. Daar heb ik ook wel eens genoeg van.” Op en top filmdiva draait ze haar hoofd in een dramatische beweging opzij.

Alsof hij het voorzien heeft laat Fellini in zijn een-na-laatste film, Intervista (1987), Ekberg en Mastroianni nog eens terugkijken op die scène. Ze dansen achter een filmdoek, en langzaam versmelten die beelden met een flashback van het verleden. Die beelden zijn vermengd met close-ups van de beide acteurs terwijl ze naar die beroemde beelden uit La dolce vita kijken. Wat ze dacht tijdens die scène? „Ik dacht: laat het in hemelsnaam voorbij zijn. Het was januari en het water in de fontein was ijskoud.” De overlevering wil dat Ekberg uren onaangedaan door het water waadde, terwijl Mastroianni zich op de kant in een vissersbroek en rubber laarzen moed zat in te drinken. Vilein: „Dat is wat het betekent om een goede actrice te zijn. Als ik daar kon staan zonder de kou te voelen, dan betekent het dat ik goed ben ik mijn vak. Ik kon alleen maar proberen de kou te vergeten en het moment te beleven.

„Fellini baseerde de scène op iets wat mij een jaar eerder in het echt was overkomen. Ik had mijn voet gesneden en liep de fontein in om het bloed af te wassen. Dat werd door een fotograaf opgemerkt en die beelden zijn de hele wereld over gegaan.”

Over tegenspeler Mastroianni heeft ze niet veel goeds te vertellen. „Hij dronk te veel, hij rookte te veel en hij was niet erg communicatief. De enige met wie hij sprak was Fellini. Ze waren heel close. Ze brachten zelfs de weekends samen door. Ik werd nooit uitgenodigd. Dat heb ik nooit echt begrepen. Het zal wel iets met de jaloezie van Fellini’s echtgenote Giulietta Masina te maken hebben gehad die dacht dat we een verhouding hadden. Maar dat was belachelijk. Belachelijk! We zijn pas later goed bevriend geworden. Maar dat was te laat. Dat was pas kort voor hun beider overlijden.”

Heeft ze het gevoel een ambassadrice voor zijn werk te zijn? „Ik heb er nooit op die manier over nagedacht, maar misschien is dat zo. Als ze het over Fellini hebben, hebben ze het over La dolce vita, en als ze het over La dolce vita hebben, hebben ze het over Anita. Dat de film zo iconisch zou worden is echter pas iets wat ik door de jaren heen heb ontdekt.”

Het bootje is weer bij de kade aangekomen. Ik loop naar de pont. Ik kijk niet achterom hoe Ekberg uit de boot en in haar rolstoel wordt getild. Sommige illusies moet je niet verstoren.

In Filmmuseum Eye in Amsterdam is tot en met 22 september de overzichtstentoonstelling Fellini – The Exhibition te zien. Met filmfragmenten, foto’s en affiches die voor een deel niet eerder zijn vertoond.