Sinds de slavernij wordt de zwarte mens beoordeeld op zijn huidskleur

Door slavernij van Afrikanen ontstonden de negatieve stereotypen over zwarten die nu nog gelden. Het zou goed zijn als de Nederlandse overheid die historische verantwoordelijkheid erkent, vindt Glenn Helberg.

De afgelopen dagen heb ik verschillende bijeenkomsten over het slavernijverleden bijgewoond. Daar hadden Europees-Nederlandse sprekers het in hun inleiding over een „gevoelige slavernijgeschiedenis”, zo viel mij op.

Een nazaat van de tot slaafgemaakten zult u dit niet makkelijk horen zeggen. Voor de nazaat geldt dat hij, nu nog meer dan ooit, zich de gevolgen van de slavernij en het koloniale systeem realiseert.

Gevolgen die overigens worden ontkend, onder meer door de Nederlandse overheid die weigert verantwoording te nemen voor het Nederlands aandeel in de slavernij. Door historische feiten te ontkennen en door historische gebeurtenissen te bagatelliseren, („slavernij is van alle tijden”, „Afrikanen hebben toch meegedaan aan de slavenhandel” en „het is al zo lang geleden, waarom zeur je er nog over”), komen we niet verder. En raken wij niet in gesprek over dit gedeelde verleden in het Koninkrijk.

Deze zwarte bladzijden in de Nederlandse geschiedenis maken dat sommigen zich ongemakkelijk voelen. Zij stellen zich vragen als: „Moeten wij ons schuldig voelen, wij hebben toch geen slaven gehouden?” Of: „Hoezo ligt het aan het verleden als zij het op school niet redden? En: „Zijn ze lui of willen ze niet verder komen?”

Mijn wedervraag is dan: Wellicht is de Antilliaan of de Surinamer anno 2013 gevormd of misvormd door de ‘slavernijgeschiedenis’, terwijl een Europese Nederlander door de geschiedenis van tolerantie is ‘gecultiveerd’? Een geschiedenis die nota bene met Erasmus zo’n tweehonderd jaar eerder aanving dan het begin van de slavernij in de West?

In 2001 heeft oud-minister Van Boxtel een goede start gemaakt door op het VN Antiracismecongres namens de regering spijt te betuigen voor de Nederlandse rol in het slavernijverleden. Maar waarom zijn wij in de afgelopen twaalf jaar niet verder gekomen? Waarom hebben de gevoelens van spijt niet zodanig doorgewerkt dat de Nederlandse overheid excuses aanbiedt voor deze misdaad tegen de menselijkheid? Nederland was een van de laatste landen om de slavernij af te schaffen; het zal waarschijnlijk ook een van de laatste zijn om excuses aan te bieden. En die zijn nodig om het proces van vergeving en vervolgens verzoening op gang te brengen.

In 2012 hield premier Rutte tijdens de herdenking van 149 jaar afschaffing slavernij in het Amsterdamse Oosterpark een inspirerende toespraak. Niettemin was daarin een enigszins merkwaardige zinsnede verwerkt, die mogelijk iets zegt over zijn mening over ‘excuses’ van de Staat: „Het is begrijpelijk dat onze gedeelde geschiedenis nog steeds emoties losmaakt. (...) Als historicus van huis uit ben ik me er tegelijkertijd zeer van bewust dat de geschiedenis vanuit verschillende perspectieven geschreven kan worden. En te vaak hebben mensen het verleden gebruikt als grabbelton om hun eigen gelijk te halen.”

Blijkbaar is het moeilijk om het verhaal en de emotie rond het slavernijverleden met woorden over te brengen aan het Nederlandse publiek. Dat totale verschil in beleving en perceptie maakt de discussie rondom herdenken, erkenning en excuses blijkbaar lastig. Als het gaat om anderen in de wereld de les te lezen, zijn wij in Nederland er als de kippen bij. Waar is het eergevoel van de Europese Nederlanders, de Nederlandse gezagsdragers, om met open vizier schuld te bekennen?

De slavernijgeschiedenis leert ons dat de blanke zich er op liet voorstaan dat hij superieur was aan de zwarte, dat hij de zwarte moreel moest bijbrengen. En niet zelden vindt hij nog steeds dat hij de norm bepaalt.

De gevolgen van de slavernij zijn elke dag zichtbaar en voelbaar. Om met het simpelste te beginnen. Suriname en de eilanden Aruba, Curaçao, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba hadden nooit een dergelijke bevolkingsopbouw gehad als de voorouders van de huidige bewoners er niet naar toe getransporteerd waren. Die Antilliaanse cultuur, waar autochtone Nederlandse politici en dito wetenschappers graag naar verwijzen als oorzaak van de criminaliteit, is gevormd in een systeem waarin racisme de boventoon voerde. Waarin de blanken als voorbeeld dienden en de zwarten pas als gecultiveerd golden als zij enigszins voldeden aan de maatstaf van de blanken. De zwarte die tot op de dag van vandaag nog moet leren geloven in zijn eigenwaarde, denkend dat hoe blanker je bent, hoe beter dat is.

Wat is de reden dat werkloosheidcijfers, schooluitval of armoede langs etnische lijnen loopt?

Je wordt dagelijks beoordeeld op de kleur van je huid; op school, op werk en op straat. Er worden je eigenschappen toegekend op grond van de kleur van je huid. Je draagt een familienaam die je is gegeven maar die niets zegt over je voorouders. Immers, bij de afschaffing van de slavernij moesten de tot slaafgemaakten een geslachtsnaam krijgen, en vaak was dat een afgeleide van de naam van de slaveneigenaar, of een omkering daarvan.

Je voelt je nog steeds minderwaardig en moet ook in jezelf bevechten dat de waarden van de blanken niet superieur zijn. Je hebt in de eigen familie zelfs last van waardering van de huidskleur. Je krijgt psychiatrische en psychologische problemen door een leven lang gedetermineerd zijn door je kleur.

De problemen in de gezinnen waarin vaders vaker ontbreken en moeders er alleen voor staan. De blanke die zich nog steeds superieur voelt, doch wel spreekt over gelijke kansen en rechten. Politici die gebruik maken van de zwart-wit sentimenten om macht te verkrijgen. Maatregelen, wettelijke maatregelen, die worden getroffen om met name zwarte Caraïbische Nederlanders te treffen. De gespannen verhouding die wij in het Koninkrijk kennen.

Hoe zit het met het werkelijke moreel besef van de Nederlandse overheid? Is er geen schaamtegevoel bij blanke Nederlanders? In het huidige Nederland wordt diversiteit de norm.

In dat Nederland gaat men er prat op dat de Nederlandse cultuur een schuldcultuur is en dat de buitenlandse culturen schaamteculturen zijn – waarin men overigens niet schroomt om als gevoelswaarde mee te geven dat het eerste beter is dan het tweede. Dat het tweede primitiever is dan het eerste. Bij schuld erken je dat je iets fout hebt gedaan en het gevolg daarvan is dat je lering wilt trekken uit dit gevoel om het nooit meer te doen. Of elke keer als de situatie zich voordoet waarin jij je schuldig maakt, je dit tracht te voorkomen.

De Nederlandse overheid, de Nederlandse mindframe, zou zich moeten schamen dat zij de schuldcultuur en de bedoeling daarvan onvoldoende beheersen. Zouden zij zich dat realiseren, dan zouden zij als de wiedeweerga schuld erkennen aan de trans-Atlantische slavernij, en zich onmiddellijk schuldig voelen over de door hen gepleegde mensenhandel. Om zich vervolgens te realiseren dat dit nooit meer mag voorkomen: mensenhandel, misbruik maken van mensen, mensen de vrijheid ontnemen, mensen onbetaalde arbeid laten verrichten, mensen hun waardigheid trachten te ontnemen.

Het is aan de zwarten om zich werkelijk los te maken van de ketenen in hun geest. Het zou echter een geweldige daad van menselijkheid zijn als de nazaten van de slavenhouders hun eergevoel zouden tonen en met open vizier de schuldenlast zouden erkennen middels het aanbieden van excuses.

Als zij zouden erkennen welke gevolgen de slavernij heeft gehad, dit niet meer ontkennen en samen met de nazaten zoeken naar de taal van de verzoening. Dit zal een zegen zijn voor Nederland en het Koninkrijk.

Glenn Helberg is psychiater en voorzitter overlegorgaan Caribische Nederlanders.