Na Corsica gaat de Tour echt naar Frankrijk

Op Corsica gaat de dit weekend de honderdste Ronde van Frankrijk van start. „De Tour kan geld en werk brengen: dat wil iedereen, ook de nationalistische beweging”, stelt oud-wielrenner Dominique Bozzi.

Decorations, representing the polka dot jersey of best climber, and the yellow jersey of overall leader with the Moor's Head, the official Corsican symbol, are pictured on June 27, 2013 in Solenzara on the French island of Corsica. The 100th edition of the Tour de France bicycle race kicks off on June 29 in Corsica -- which has never before welcomed the cycling event -- and runs until July 21, 2013 in Paris. AFP PHOTO / JOEL SAGET
Decorations, representing the polka dot jersey of best climber, and the yellow jersey of overall leader with the Moor's Head, the official Corsican symbol, are pictured on June 27, 2013 in Solenzara on the French island of Corsica. The 100th edition of the Tour de France bicycle race kicks off on June 29 in Corsica -- which has never before welcomed the cycling event -- and runs until July 21, 2013 in Paris. AFP PHOTO / JOEL SAGET AFP

H ij is de enige wielerprof die Corsica ooit heeft voortgebracht. Maar de Tour de France heeft Dominique Bozzi (41) nooit gereden. In wat hij zelf zijn topjaren noemt, nam hij deel aan Parijs-Roubaix en Gent-Wevelgem. In de Casinoploeg was hij bijna twee jaar lang knecht van Jacky Durand, de man van de lange ontsnappingen. Dominique Bozzi sloot zijn beste seizoen, 1997, af als nummer 932 van het UCI-klassement.

„De eenzaamheid als je je eiland en je familie verruilt voor het continent, het klimaat in het noorden van Europa: het is voor Corsicanen niet makkelijk in de wielersport te slagen”, glimlacht hij op het terras van Bar Le Trou dans le Mur, een cafeetje achter het met Tourbanieren behangen gemeentehuis van Ajaccio. „Er is hier wel een wielercultuur, maar die is nog niet erg ontwikkeld.”

Het was altijd zijn droom „op een dag bij mijn eigen mensen een Touretappe te rijden”, zegt hij. Maar dat gaat sinds zijn pensionering niet meer gebeuren. Nu is hij de grote man achter alle mogelijke initiatieven om de wielersport te stimuleren. Het aantal ingeschreven wielrenners is volgens hem in een paar jaar tijd van tweehonderd naar bijna duizend toegenomen. De Tour is voor hem een belangrijk onderdeel van het project. „Het aantal aanmeldingen zal exploderen!”, jubelt hij.

Met schurende banden draaide hij even voor het gesprek in een glimmende Porsche het parkeerterrein op. Hij was onderweg naar Porto-Vecchio, het toeristenstadje waar zaterdag de honderdste Tour van start gaat. De komende weken zal Bozzi („in een rode Skoda, dat spreekt”) Tourgasten rondrijden. De afgelopen jaren was hij nauw betrokken bij de organisatie van de eerste Tour op het ‘Ile de Beauté’, zoals de reisorganisaties de woeste rotspartij in de Middellandse Zee noemen.

De Tourstart is niet alleen voor de plaatselijke wielersport van belang. Bozzi: „Corsica heeft een imagoprobleem. We kunnen wel eens wat positieve publiciteit gebruiken.” Misdaadverslaggever Paul Ortoli van de lokale krant Corse-Matin: „Eindelijk hebben we hier nieuws dat niet over moord en explosies gaat.”

De problemen zijn reëel. Corsica voert de ranglijsten aan als meest gewelddadige regio van Europa. Een op de vijf moorden in Frankrijk vindt op dit eiland van krap 300.000 inwoners plaats. Slechts een enkele zaak leidt tot een veroordeling: iedereen weet alles en iedereen zwijgt. De laatste dagen stonden de kranten vol met nieuws over een mislukte moordaanslag, maandag, op een supermarkteigenaar in het zuidelijke Sartène. Even verderop in Bonifacio eiste een burenruzie die dag twee slachtoffers.

Het Corsicaanse geweld is het gevolg van een vaak fatale mix van jarenlang rivaliserende families en clans, een verziekte vastgoedmarkt rond de schaarse plaatsen met vrij zicht op de azuurblauwe zee en ook van de steeds inniger verstrengeling van enkele splinters van de nationalistische beweging met de drugshandel in Marseille en andere zware criminaliteit, menen de kenners.

H et eiland „maffiaseert”, zegt ook Pierre Poggioli, activistisch geschiedschrijver en oud-voorman van het Corsicaanse nationalisme, door de telefoon. In de jaren tachtig leidde hij het Front Libération Nationale Corse (FLNC), dat toen al twintig jaar met aanslagen tegen doelen die de Franse staat symboliseerden van zich deed horen. Hij steekt de hand voorzichtig in eigen boezem. De nationalisten, meent hij, zijn „gedestabiliseerd”. Door „individualisme en zelfverrijking” strijden niet alle kaders nog voor de oorspronkelijke doelen van meer autonomie en erkenning van taal en cultuur door de Franse staat.

36 procent van de politici in vertegenwoordigende lichamen op Corsica heeft een nationalistische achtergrond. Maar de buitenparlementaire actie gaat door. Eind december nog, nota bene in de nacht dat Corsica vierde dat een half jaar later de Tour zou passeren, werden 24 leegstaande vakantiehuizen van vooral Fransen van het platteland met explosieven opgeblazen. Her en der op het eiland staan nog altijd FLNC-leuzen op muren gekalkt, Franse namen op plaatsnaamborden zijn doorgehaald.

Maar de Tour heeft van de nationalisten noch van de zware criminaliteit veel te vrezen, verwacht Paul Giacobbi, als voorzitter van het eilandsbestuur de machtigste man van Corsica. Hij stond erop dat bij de kandidaatstelling voor de Tour het eilandsparlement unaniem akkoord zou gaan. „Als die unanimiteit er niet was geweest, dan had ik niet de kandidatuur gepresenteerd”, zei hij deze week ferm in een interview.

„Ook de nationalisten weten dat we hier bijna 20.000 werkzoekenden hebben”, zegt ex-coureur Bozzi. „De Tour kan geld en werk brengen: dat wil iedereen, ook de nationalistische beweging. Uiteindelijk zullen we het hier toch van het toerisme moeten hebben. Van andere plaatsen waar de Tour gepasseerd is, weten we dat het aantal bezoekers in het volgende jaar met 10 procent is toegenomen.”

M aar het officiële standpunt van de nationalisten is diffuser. De in 2009 opgerichte partij Corsica Libera, die enkele nationalistische groepen, waaronder die van Poggioli, samenbracht, herhaalde nog maar eens dat ze de Tour „welkom heet”, maar graag de komende dagen aan alle buitenlandse gasten wil duidelijk maken dat Corsica „niet Frankrijk is”. De Tour is sinds 1954 wel vaker „buiten Frankrijk” begonnen, schrijft de organisatie in een vileine verklaring. „De 100ste editie, die vertrekt in Portivechju [de Corsicaanse naam voor Porto-Vecchio], breekt niet met die regel.”

„Grapjes”, noemt oud-journalist Pierre Cangioni dit soort teksten. „Ik ken iedereen op dit eiland, ook de nationalisten, en iedereen is trots op de komst van de Tour”, zegt hij.

De nu 73-jarige Cangioni is de man die de Tour naar Corsica haalde. Hij was televisiecommentator, omroepbaas en enige jaren voorzitter van voetbalclub Olympique de Marseille. Maar hij werd groot op de flanken van de Col de Vizzavona, de berg in het midden van het eiland die zondag in de etappe naar Ajaccio opgenomen is. Sinds de jaren zeventig heeft hij gelobbyd voor een Tourstart op zijn eiland. Steeds weer rezen praktische bezwaren, zoals de staat van de wegen en het gebrek aan accommodatie. De lobby werd pas succesvol toen zijn vriend Christian Prudhomme werd aangenomen als Tourdirecteur. Hij had Prudhomme in 1987 als leerlingjournalist aangenomen bij het commerciële televisiestation La Cinq, vandaar.

In 2008 troonde Cangioni de belangrijkste eilandbestuurders mee naar Parijs, naar het hoofdkantoor van de Amaury Sport Organisation, die de grootste wielerkoers in de wereld organiseert. Die toonden zich onder de indruk en sloegen voor één keer de handen ineen. De Tour, zegt Cangioni, „bleek een unieke kans om eenheid te krijgen op een eiland dat al decennialang verdeeld is”. „Uiteindelijk”, zegt Bozzi, „is het niet Corsica dat een cadeautje van de Tourdirectie krijgt, maar andersom: Corsica doet de Tour de mooiste eerste koersweek cadeau.” Zo, zegt hij, moeten journalisten ook de verklaringen van de nationalisten lezen: pure trots om eindelijk door de buitenwereld gezien te worden. „De Tour heeft ons nodig.”