Motorbouwer van aaibare frames

Wegracer Thomas van Leeuwen (18) bouwt zijn eigen motor. Het is de enige manier om zijn sport te kunnen betalen, zegt de TT-deelnemer. „Het is hartstikke speciaal wat ik doe.”

Nederland, Wezep, 24-06-2013 Thomas van Leeuwen is a Grand Prix motorcycle racer from Netherlands. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Nederland, Wezep, 24-06-2013 Thomas van Leeuwen is a Grand Prix motorcycle racer from Netherlands. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2013

Je hebt Honda, Yamaha en Kawasaki. Of Ducati en KTM. Maar ook 71Racing. Eigen fabricaat. Geen motor uit een beroemde Japanse, Italiaanse of Oostenrijkse fabriek, maar uit een eenvoudige werkplaats in Wezep, dorp onder de rook van Zwolle. Bedenker, constructeur en berijder is Thomas van Leeuwen, achttien jaar jong, dyslectisch, maar technisch hoogbegaafd. De witte raaf bij de TT in Assen.

Baseballcap schuin op zijn hoofd en een rebelse blik. Jongen als vele anderen. Tot Thomas de 71Racing nader mag verklaren. Dan treedt de tederheid bij hem binnen. Dan aait hij het frame als ware het een lichaam van een mooie vrouw. Dan betast hij de oranje tank, het zitje van carbon en glijden zijn handen langs de uitlaat van titanium. De motor is zijn lief. Dan gloeit hij van trots. 71Racing mag gezien worden.

Liefst zou Thomas alles zelf maken, tot de spaken van de wielen toe. Dat kost hem te veel tijd. „Ik ben al 24 uur per dag bezig. En ik moet ook nog racen. De fabricatie van sommige onderdelen moet je uitbesteden. Kijk wielen en vering zijn niet zo bijzonder, die kun je beter kopen. En het kuipje laat ik gieten in Hongarije. De mal maak ik wel zelf. ”

Het vakwerk, daar gaat het Thomas om. De ontwikkeling van het aluminium frame bijvoorbeeld. In samenspraak met Nico Bakker, die al frames bouwde voor zijn racende opa Teunis Ramaker, bepaalt hij de vorm maar vooral de stijfheid. „Omdat ik relatief zwaar ben moet de flexibiliteit van het frame iets sterker zijn dan gebruikelijk.”

Het frame is de kapstok voor de meeste onderdelen. Alles wat erop en eraan zit, tank of zitje, maakt Thomas zelf. De kabels brengt hij ook zelf aan. En daarna passen en meten om de juist zithouding te creëren. De uitlaat zit bij Thomas’ motor niet onder het motorblok, maar is verwerkt onder zijn zitje. Dat was knutselwerk, een klusje dat wordt afgerond door een specialist in titanium lassen. Precisiewerk. Dat gebeurt in een couveuse, legt Thomas uit. Anders is de kans groot dat de uitlaat scheurt.

Het motorblok zou Thomas ook graag zelf hebben gemaakt, zoals hij twee jaar geleden samen met vader Everhard heeft gedaan. Zelfs frezen, zelf slijpen, zelf vormgeven en zelf de ontsteking aanbrengen en afstellen. Mag niet meer. Sinds de Moto3 is overgeschakeld van tweetakt op viertakt is het voorschrift dat iedere coureur met een motorblok van Honda en een ontstekingsmechanisme van Dellorto moet rijden. De grens van 14.000 toeren mag niet worden overschreden.

Wie een eigen motorblok bouwt, is verplicht die uit concurrentieoverwegingen aan alle teams te leveren. Ondoenlijk en onbetaalbaar voor Thomas en zijn vader. „Die gelijkwaardigheid is enerzijds wel goed, maar daarmee is voor ons de hobby weg”, moppert Thomas, vandaag met Jasper Iwema en Bryan Schouten de Nederlandse TT-deelnemers.

Twee jaar terug bij zijn debuut in Assen reed Thomas op een EvL, de tweetakt wegracer waarvan het blok wel door vader en zoon was gefabriceerd. De grote sponsors eisten voor vermelding in het programmablad een schadeloosstelling van een concurrent. „Zou ons vierduizend euro hebben gekost”, vertelt Thomas. En met een brede glimlach: „We hebben de motor toen maar Honda laten noemen. Dat was gratis. Wat contraproductief werkte, want die actie zorgde voor extra publiciteit.”

Vanzelfsprekend had Thomas liever voor een fabrieksteam gereden. Zo ambitieus is hij wel. Het was ook de bedoeling dit jaar de stap te maken. Maar dat vermaledijde geld. Of beter gezegd: het gebrek aan geld brak hem op. Hij kon geen tonnetje of vier bij elkaar schrapen om zich in te kopen. Nu hij een wildcard voor de TT heeft gekregen hoopt Thomas zich vandaag zodanig in de kijker te rijden dat hij volgend jaar de financiële brug naar een grand-prixplek kan slaan. Dagdromend: „Als ik nu eens bij de eerste vijftien zou eindigen, zou dat fantastisch zijn.”

Maar kan Thomas zijn zelf gebouwde 71Racing niet op het niveau van een fabrieksmotor krijgen? Ondenkbaar, zegt hij. „De grote merken stoppen miljoenen in de ontwikkeling van motoren. Dat geld hebben wij niet. Mijn motor kost rijklaar tussen de 30.000 en 40.000 euro. Onze kosten liggen sowieso 75 procent lager dan die van een fabrieksteam. ”

Zijn rol van Calimero vervult Thomas ook met trots. „Omdat het hartstikke speciaal is wat ik doe. Ik ben de hele week druk in de weer met de motor en rijd vervolgens ook nog goed. Alle races om de Nederlandse titel heb ik gewonnen. Zoveel kennis als ik heeft niemand van een motor. Ik durf keihard te zeggen dat ik de enige ter wereld ben.”

Het werk van Thomas is niet onopgemerkt gebleven. De Australiër Jack Miller en de Brit John McPhee van Racing Team Germany rijden met kuipjes uit Wezep. „Bevallen beter dan die van Honda”, zegt Thomas alsof het de normaalste zaak van de wereld is. „En die jongens kom ik in Assen op de baan tegen. Grappig, toch?”

Maar waarom heet zijn motor eigenlijk 71Racing. „Mijn nummer. Heb ik overgenomen van mijn vader die ooit aan bromfietsrace deed en van wie jarenlang een foto met 71 op het toilet hing. Daar heb ik zo vaak tegenaan gekeken, dat ik besloot het nummer maar over te nemen.”