Ik heb voor voetbal geleefd. En nog

Hij wordt komende woensdag 75 jaar en voetbalt nog elke week. Sjaak Swart, Mister Ajax, krijgt voor zijn verjaardag een jubileumwedstrijd in het Olympisch Stadion. Cruijff, Van der Vaart en Sneijder spelen mee.

Blessures

„Kijk, hier bij mijn enkel zit nog de afdruk van de noppen van Eddy Achterberg van FC Twente. Die nam mij met kousen en al te grazen. In onze tijd waren ze ook hard. Wij waren meestal weg als onze tegenstander een gemene sliding inzette. Ik ben nooit ernstig geblesseerd geweest. Afkloppen.

„Nu zie je van die gekke overtredingen. Onvoorstelbaar. De belangen zijn zo veel groter dan vroeger. Een speler gaat nu alle grenzen over om te winnen. En dat zeg ik hè. Ik was fanatiek hoor.”

De oorlog

„Daar praat ik niet over. Absoluut niet. Dat is klaar. Ik kijk nou net vooruit naar een prachtige wedstrijd, dan ga ik niet over die nare dingen van vroeger praten.”

Jesaja

„Zo staat het in mijn paspoort. Maar ik heet Sjaak. S – J – dubbel A – K. Sjaak Swart.”

Vis

„Mijn moeder is gestorven toen ik elf was. Mijn opa en oma hebben mijn vader geholpen mij en mijn zus op te vangen. Zij hadden een viswinkel in de Reinwardtstraat in Amsterdam, mijn vader stond met een kraam op de Dappermarkt.”

Vader

„Mijn vader voetbalde bij OVVO, net als ik. Hij was technisch wat minder, maar hij had snelheid en een fantastisch schot. Misschien heb ik dat wel van hem geërfd.

„Mijn vader was niet bij het veld weg te slaan. Of ik nou moest spelen of alleen trainen, hij stond er. Op een keer was het veld van AFC afgekeurd. Waarom was het afgekeurd, vroeg mijn vader. Het had geregend en er lagen plassen, zeiden die mensen van AFC. Als hij ervoor kon zorgen dat die weggingen, vroeg mijn vader, ging het dan wel door? En hij reed kruiwagens zand het veld op om de plassen te dempen.

„Elk jaar voetbalden we met een team van de markt op een landje achter de Dapperstraat. Landje D noemden ze dat, ik weet niet waarom. Ik was vijftien en ik speelde samen in een team met mijn vader. Dat is een mooie herinnering.”

Mister Ajax

„Vanaf mijn zesde nam mijn vader me achterop de fiets mee naar De Meer, naar Ajax. Toen ik acht was ging ik naar OVVO. Op Volharding Volgt Overwinning – bestaat niet meer. Toen ik negen was speelde ik tegen Ajax. Het werd 7-0 en ik maakte er vijf. Na afloop kwam Theo Muller van Ajax vragen of ik bij hen wilde spelen. Dat heb ik tot mijn 35ste gedaan. Ik heb er zo’n 600 wedstrijden gespeeld, meestal als rechtsbuiten, drie Europacups gewonnen, 228 doelpunten gemaakt.”

Makelaar

„Makelaar, makelaar. Ik ben begeleider. Ik begeleid jonge spelers. Samen met Søren Lerby. Wij hebben Rafael van der Vaart begeleid, Wesley Sneijder, Viktor Fischer. Elke dag kijk ik naar trainingen en wedstrijden van jonge spelers, meestal op De Toekomst, het jeugdcomplex van Ajax. Ik praat met die jongens, geef ze tips. Mee naar voren met de corner. Sneller inspelen. Dat soort dingen. Ik praat sowieso altijd over voetbal, dus als ik er mijn vak van kan maken... Als ik iets in zo’n jongen zie, vraag ik de ouders of ik hem mag begeleiden. Ik kan rijles voor ze regelen, fysiotherapie, school.

„Er zijn te veel begeleiders. Je ziet ze rond de velden staan. De jongens wordt gouden bergen beloofd, en vooral hun ouders. Sommige ouders zijn overal voor in. Iedereen moppert op de spelersmakelaars. Dat het zakkenvullers zijn, dat ze gebruikmaken van kinderen. Als ik een jongen begin te begeleiden op zijn vijftiende – en eerder mag het niet – dan verdien ik geen stuiver aan hem voor hij twintig is. Dan stop ik er alleen maar tijd in. Ze zeggen dat die jongens te vroeg bij hun club weggaan omdat de makelaars belang hebben bij transfers. Ik zie vaker dat het de ouders zijn die hun kinderen gek maken. Voor mij is het ook prima als een jongen van mij tot zijn 25ste bij Ajax blijft.”

Talent

„Al die jongens die ik heb begeleid konden goed voetballen. Talent zat. Maar een heleboel haken toch af. Dat zit hier. Tussen de oren. Mentaliteit. Discipline. Een keertje te laat komen, nog een keertje, nog een keertje. En elke keer zeggen: ik zal het nooit meer doen. Voor zulke jongens kan ik niks betekenen. Later zie ik ze dan spelen bij een of andere amateurclub.

„Je moet er alles voor opgeven. Ik heb voor voetbal geleefd. En nog. In de veertig jaar dat ik voetbal na mijn profcarrière heb ik misschien tien keer een training gemist. Ik ben een winnaar.”

Winnaars

„Voor mij is Lance Armstrong toch een winnaar. Als hij nou de enige was geweest die doping had gebruikt, vind ik het een ander verhaal. Maar ze hebben allemaal geslikt en geprikt. Allemaal. Dan is hij toch alsnog de echte winnaar?

„En die schaatser, Sven Kramer. Is een jaar weg met een blessure. Hij komt terug en rijdt ze allemaal naar de kloten. Daar kan ik van genieten. Ik geniet van alle sport. Epke Zonderland. Jaren trainen op die ene beweging. Alleen met jezelf. Ik zou het niet kunnen. Ik zou het ook niet willen. Maar ik vind het geweldig dat híj het kan.”

Andrea

„Op 26 mei 1960 maakte ik een van mijn mooiste doelpunten. Tegen Feyenoord, in de beslissingswedstrijd om het kampioenschap. Ik liep twee tegenstanders voorbij en schoot de bal langs de keeper: 3-1, de wedstrijd was meteen beslist.

„Maar belangrijker is dat ik die dag mijn vrouw Andrea ontmoette. De vriendin van een van de spelers, Co Prins, wilde een vriendin uitnodigen. En Co had haar gezegd: er zit in ons team nog één jongen zonder vriendin. Ach, voetbal, had dat meisje gezegd. Maar ze was toch gekomen. Na afloop ging ik op de schouders en toen ik weer op de grond stond, stelde ik me aan haar voor. ’s Avonds zei ze: ik ga maar eens naar huis, jij wilt vast met je vrienden de stad in. Ik zei: jij gaat helemaal niet meer naar huis. En ze is altijd gebleven. Ze werkte in een schoenwinkel, dus ik vroeg haar: waarom kom je niet bij mij in de zaak?”

Sigaren

„Ik heb nooit gerookt. En ja, dus vonden mensen het gek dat ik een sigarenwinkel begon. Maar je moet niet vergeten dat wij allemaal semiprofs waren toen. Ik was zeventien toen ik mijn eerste contract bij Ajax kreeg. Wat je verdiende, dat stelde niks voor. Veertig gulden voor een overwinning, twintig gulden voor een gelijkspel, niks als je verloor. En zeven vijftig per training.

„Bennie Muller had een sigarenwinkel en ik ook. Dat winkeltje lag bij de Dappermarkt om de hoek, in de Pontanusstraat. Is ook helemaal niks meer van over

„Toen ik stopte met voetbal, stopte ik ook met de sigarenwinkel. De gemeente vroeg me het restaurant bij de Jaap Edenbaan te exploiteren. Met de vriend die me toen hielp, heb ik nog altijd twee zaken voor Hollandse broodjes in de RAI.”

Verjaardag

„Ik kan haast niet meer slapen. De hele tijd denk ik: heb ik die wel uitgenodigd? O jee, die ben ik vergeten. Er bellen steeds mensen. Hier net, de ouders van Davy Klaassen. Hij is op trainingskamp en was vergeten de uitnodigingskaart aan zijn vader te geven. Er zijn zevenhonderd gasten uitgenodigd. En dan hopen dat er ook een heel stadion komt kijken.

„Van der Vaart en Sneijder doen mee. Cruijff, Frank de Boer. Søren kan niet meedoen, die moet een nieuwe knie hebben. Eusebio had ik mooi gevonden, die ken ik al van 1969, dat we tegen Benfica speelden. Maar hij is te ziek. Inge Danielsson was ook leuk geweest. Maar hem heb ik nog niet kunnen opsporen.

„Het zal een mooie pot worden. Ach, of ik ga winnen… 5-5 zou ik ook mooi vinden.”

De jubileumwedstrijd ter ere van de 75ste verjaardag van Swart wordt woensdag 3 juli live uitgezonden door RTL7, 18.55-20.30 uur, om 22.00 uur gevolgd door de documentaire Ik voetbal, dus ik ben: Mister Ajax.