Het Rokin-vraagstuk

credit: mooste
credit: mooste

Een paar keer per week kom ik in de verleiding. Ik ga naar de redactie die nu in een mooi, functioneel gebouw aan het Rokin is gevestigd, boven een grand café. Wat wil je meer. En dan zie ik dit stalen torentje dat me enigszins aan die ijzeren constructies boven een oude mijnschacht doet denken. Die torentjes zijn bijna allemaal afgebroken. Alleen in het Ruhrgebied staat hier en daar nog een roestig exemplaar. Dit torentje, niet ver van de beroemde sigarenwinkel Hajenius, staat ook boven een schacht, 23 meter diep. Als je wilt kun je afdalen om een station van de Noord-Zuidlijn te bezichtigen. Gratis. Maar 23 meter met de trap naar beneden en dan weer naar boven? Ik bedwing mijn verleiding en probeer een eindje verder over te steken.

Dat is een heel werk. Van links nadert een tram, rechts komen er ook een paar aan, die een file auto’s aan het zicht onttrekken. Ik waag het erop, in looppas, heb geen rekening gehouden met de fietsers, word terloops uitgescholden, bereik toch veilig de overkant, raak bijna onder een achteruitrijdende kraanwagen, en dan, eindelijk sta ik weer veilig op het trottoir aan de overkant van de Rode Loper. Zo wordt dit traject tussen het Centraal Station en de Munt in Amsterdam genoemd.

Over de nieuwe metrolijn in eeuwige aanbouw ga ik niet meer zeuren. Dit stukje gaat verder over het Rokin. Ik kom uit een Amsterdamse familie die met het wel en wee van de stad zeer begaan was. Ik was een jaar of vijf toen in 1932 de plannen tot demping van een groot stuk Rokin tussen de Dam en de Amstel vorm kregen. Tante Bets, een stevige vrouw van een jaar of veertig, was fel tegen. Indrukwekkend, maar vergeefs. Om te beginnen werd het stuk tussen de Dam en het Spui dichtgegooid. Daarbij is het gebleven. Het is er nooit meer goed gekomen. In 1954 kwam commissaris Kaasjager. Hij wilde nog meer dempen, het Singel, het hele Damrak, om te beginnen. Hij wilde ruimte maken voor de moderne tijd, de auto. Ja, er wordt nog altijd ruim baan gemaakt, telkens op een andere manier. Denk aan het reusachtige donkerrode gebouw van stalinistische allure, aan het begin van het Rokin. Eerst was daar de Fortis-bank gevestigd. Het staat al jaren leeg. In het tunneltje naar de Nes slapen een paar daklozen. Er zijn plannen om het af te breken, of er een winkelcentrum met horeca en andere attracties van te maken. In 2024 spreken we elkaar nader.

Waarom in dat jaar? Dan zal het precies een eeuw geleden zijn dat het stadsbestuur de grote Rokin-prijsvraag uitschreef. Ik weet niet wie hem gewonnen heeft. Een van de oplossingen, volgens mij de meest originele en misschien de beste, is gegeven door de architect en stedebouwkundige C. van Eesteren (1897-1988). De ruimte voor winkels en vermaak moest bewaard blijven, de auto’s hadden hun parkeerplaats nodig en verder eiste de levensvatbaarheid van het centrum een onbelemmerd openbaar vervoer. Het lag voor de hand: boven de grond. Leg een kabelbaan aan! Hij werkte het idee uit, op schrift en in tekeningen. Een samenvatting van het plan is destijds gepubliceerd in het avant-gardetijdschrift i10 van Arthur Müller-Lehning.

Het traject begint aan de overkant van het IJ, gaat dan over het Centraal Station via het Damrak, de Dam en het Rokin naar de Reguliersgracht en eindigt ergens in Zuid, het stadsdeel dat dan ook al in volle ontwikkeling is. De wagons worden aangedreven door een propeller, nergens zijn horizontale kruisingen, de frequentie van de dienst wordt alleen beperkt door het draagvermogen van de kabel. Stel je even voor dat je nu uit het Grandcafé NRC kwam, in Zuid woonde en naar huis wilde. Ja, daar kwam alweer zo’n luchtrijtuig aan. Je zag de stad onder je wegschuiven en in een wip was je waar je moest zijn.

Een luchtspiegeling? Aan de westzijde van Manhattan ligt de ruïne van een viaduct dat bedoeld was als spoorlijn voor het vrachttransport van de 14de straat naar een noorderlijker havengebied. Ze zijn nu bezig er een park van te maken. Een beter voorbeeld vinden we in Wuppertal. Daar is op 1 maart 1901 een Hochbahn met een lengte van 13,3 kilometer geopend. Dit transport vervoert per dag 80.000 passagiers. Er gebeuren vrijwel geen ongelukken en het is een indrukwekkende constructie. Kijk maar op Wikipedia.

Intussen kunnen we hier aan het Rokin 23 meter onder de grond om een station te bezichtigen waar je misschien over vier jaar in de metro zult kunnen stappen. Dankzij die schacht kunnen we in ieder geval beter zien waar we aan toe zijn.

Iets heel anders. In mijn vorige stukje heb ik onze fameuze Fokker G1 bewapend met vier mitrailleurs. Van welwillende, deskundige zijde hoor ik dat het er acht zijn. Nog mooier.