Europa's nieuwe grens gaat pijn doen

Kroatië is vanaf maandag lid van de Europese Unie. De nieuwe EU-buitengrens splijt de bewoners van Kroatië en Bosnië, die vaak leefden alsof Joegoslavië nog één was. Maar jonge Kroaten zien kansen: op naar Europa.

A boy walks past a building destroyed in the 1991-1995 Serbo-Croatian war, on January 18, 2011 in the central Croatian town of Dvor. Croatian Serbs, whose rights were among key criteria for Zagreb's EU bid, hope that its entry in the bloc, on which the country votes in a referendum on January 21, could further affirm their minority. The region of Dvor, some 120 kilometers (78 miles) southeast of Zagreb, on the Una river marking the border with Bosnia, was captured by Serbs during the war. Croatians fled at the start of the conflict and Serbs after it ended. AFP PHOTO / HRVOJE POLAN
A boy walks past a building destroyed in the 1991-1995 Serbo-Croatian war, on January 18, 2011 in the central Croatian town of Dvor. Croatian Serbs, whose rights were among key criteria for Zagreb's EU bid, hope that its entry in the bloc, on which the country votes in a referendum on January 21, could further affirm their minority. The region of Dvor, some 120 kilometers (78 miles) southeast of Zagreb, on the Una river marking the border with Bosnia, was captured by Serbs during the war. Croatians fled at the start of the conflict and Serbs after it ended. AFP PHOTO / HRVOJE POLAN AFP

Een rijbewijs halen is in Bosnië-Herzegovina veel goedkoper dan in Kroatië. Dat doen de twee zonen van Mara Vujcic (39) uit Dvor dus aan de overkant van de rivier de Una, waar Bosnië begint. Zoals vrijwel het hele leven van het gezin dat in Kroatië woont, zich afspeelt in het buurland dat voor hen geen buitenland is. Beide jongens, puistige pubers, gaan ook in Bosnië naar school. Vujcic doet haar boodschappen in Novi Grad, de Bosnische stad die aan de landbouwgemeente Dvor in Kroatië grenst. En gaat er naar de dokter. Dat scheelt minstens de helft van het geld. De dichtstbijzijnde Kroatische stad is bovendien een uur rijden.

Mara Vujcic en haar gezin leven zoveel mogelijk alsof Joegoslavië nog één is en de landsgrens die in 1991 tussen Dvor en Novi Grad werd getrokken niet bestaat. Dat is te merken aan de manier waarop ze praten. Aan tafel hebben ze het niet over Kroatië en Bosnië-Herzegovina, maar over het dorp waar ze wonen en het nabije stadje waar alles gebeurt. Vujicic noemt de grens ‘virtueel’. De meeste van haar vrienden wonen aan de andere kant. Het zijn Serviërs, net als zij, maar dan in Bosnië. De landsgrens daartussen is niet meer dan een lastig dagelijks obstakel.

Die hindernis wordt wel steeds groter. Vanaf maandag is Kroatië lid van de Europese Unie. Voor een EU-buitengrens gelden strenge regels. Langzaam mag steeds minder en wordt het negeren van de landsgrens moeilijker. De EU geeft de opsplitsing van voormalig Joegoslavië zo onbedoeld een laatste zetje.

Even zwaaien naar de man in het douanehokje en doorlopen is er in de aanloop naar EU-toetreding al niet meer bij. Tegenwoordig moeten alle paspoorten worden gescand. Kinderen onder de zestien jaar mogen alleen onder begeleiding oversteken. Vooral in de zomer, als streekgenoten die zijn geëmigreerd tijdelijk terug zijn voor de vakantie, staan er rijen bij de brug over de Una waarop de grensposten staan. Verse producten zoals eieren, bloemen, zaden en vlees mag Vujcic al jaren niet meer in Bosnië kopen.

Mara Vujcic is geboren in het Kroatische deel van Joegoslavië. Ze is Servisch. In de zestiende eeuw werden dorpen als Dvor bevolkt met Serviërs, als christelijke bufferzone tussen het Ottomaanse en het Habsburgse rijk. De regio wordt daarom ‘Krajina’ genoemd, Servokroatisch voor ‘front’. Dat is nog altijd de beste omschrijving, concludeert burgemeester Nikola Arbutina na lang nadenken: wie hier tegenwoordig nog een baan heeft, is meestal militair of politieman.

Kroatië verklaarde zich in 1991 onafhankelijk van Joegoslavië. Dat was tegen de wens van de Servische meerderheid in Dvor en omstreken. Ze riepen een eigen republiek uit die alleen door Servië werd erkend. Toen Kroaten het gebied in de zomer van 1995 met Operatie Storm heroverden, zijn de meeste Serviërs, ongeveer 200.000, op de vlucht geslagen. De verschillen tussen de bevolkingsgroepen zijn voornamelijk religieus van aard: veel Kroaten zijn katholiek, Serviërs meestal orthodox.

De meeste van de huidige inwoners van Dvor zijn een deel van hun leven vluchteling geweest, meestal in Servië of Bosnië. Toen ze terugkwamen, wat lang niet iedereen deed, was de grens een feit. Vujcic vertrok in 1995 naar Servië en later naar Bosnië. Het gezin keerde in 2003 terug in de ruime boerderij van de familie in Kroatië. „Hier hoeven we geen huur te betalen.” Daar hebben ze geprobeerd een restaurant te beginnen. Ze zijn er weer mee gestopt toen vier jaar geleden de aardewerkfabriek sloot, waardoor er geen werknemers meer kwamen eten.

Door de grens liggen Dvor en Novi Grad tegenwoordig niet meer middenin het land, zoals in Joegoslavië, maar aan de buitenrand. Dvor in een streek van Kroatië waar alle statistieken op neergang wijzen en alle jongeren weg willen. En Novi Grad aan het uiterste randje van het Servische gedeelte van Bosnië, een etnisch verdeeld land waar vrijwel iedereen het liefst vertrekt.

Voor de oorlog (1991-1995) hadden de boeren in Dvor aan de Una het goed. Hun landerijen strekten zich uit over groene glooiende heuvels. De rivier de Una zorgde net als nu voor kristalhelder water dat ook door mensen zo gedronken kan worden. Een grote vleesverwerker in Petrinje, op een uur rijden, nam alle koeien af. De omvang van de huizen weerspiegelt een verleden als bloeiende landbouwstreek in het hart van een groot land, Joegoslavië.

Tegenwoordig importeert de vleesverwerker zijn vlees uit de EU, dat is goedkoper en efficiënter dan dorpjes afgaan om bij kleine boeren vee op te kopen. Op de groene velden is geen koe meer te zien. De meeste boeren zijn oud en hebben geen geld voor veevoer. Dit jaar aan het einde van een lange winter berichtten lokale media zo nu en dan over kleine kuddes vee die in een bosje aan hun lot werden overgelaten en stierven van honger en kou. Ze werden gevonden door mensen die op de stank van rottend vlees af kwamen.

De achtergebleven ouderen houden bijen, want die voeden zichzelf. Als het meezit, levert de verkoop van honing een zakcentje op. Jongeren zijn vertrokken, of gaan weg zodra ze de kans hebben. Tomislav Dujlovic (25) heeft een bachelor informatica gehaald in een grote stad en loopt nu stage bij de gemeente Dvor. „Hoe langer ik hier blijf, hoe meer tijd ik vergooi”, zegt hij. „Er is hier niets. Alleen oude mensen.” Hij is na zijn studie teruggekeerd bij zijn ouders die 200 meter van de grensovergang naar Novi Grad wonen. Zijn vrienden wonen aan de Bosnische kant. Daar sport hij ook en gaat hij uit. Hij wil weg uit Dvor en misschien ook weg uit Kroatië, waar de jeugdwerkloosheid 40 procent is. „Als we EU-lid zijn zal het veel gemakkelijker worden werk in Duitsland of Oostenrijk te vinden.”

De mogelijkheid om elders in de EU te werken is volgens veel Kroaten het grootste voordeel van EU-toetreding. De Kroatische economie en overheidsfinanciën staan er momenteel slecht voor. Van EU-toetreding verwachten de meesten geen economische impuls, eerder het tegendeel. Een aantal grote Kroatische bedrijven heeft aangekondigd een deel van de productie naar buurland Bosnië te verplaatsen, om de belasting te ontwijken die op export van de EU naar een niet-EU land als Bosnië of Servië wordt geheven. Ex-Joegoslavië is nog steeds een belangrijke markt voor hen. Bovendien zijn de lonen in Bosnië al snel de helft lager. Daarmee gaan banen in Kroatië verloren.

De toetreding, en het daarmee verder ontvlechten van de nauw verweven ex-Joegoslavische economie, levert grensbewoners tal van kleinere problemen op. Burgemeester Nikola Arbutina van Dvor, een gemeente van 5.500 inwoners waarvan tweederde Kroatische Serviërs en eenderde Kroaat, maakt zich vooral zorgen over bouwmaterialen. Huizen in Dvor worden gebouwd met stenen uit Bosnië. Hij laat de gaten in de weg vullen met grind uit Bosnië. Volgens de huidige plannen wordt de brug over de Una tussen Dvor en Novi Grad in Bosnië echter een kleine overgang, waar geen zwaar vrachtverkeer doorheen mag. Trucks met stenen laten omrijden of in Kroatië bestellen maakt het vele malen duurder, vertelt hij.

Boeren die in Kroatië wonen, maar land hebben in Bosnië, zetten hun oogst als de rivier laag staat stiekem aan de ene kant op een stukje drooggevallen land. Ze steken bij de officiële overgang op de brug over de Una de grens over. En maken vervolgens vanaf de oever met een trekker de oversteek naar het droge stuk in de rivier om hun oogst te halen. De politie staat dat oogluikend toe, geeft burgemeester Arbutina toe. „Als het een EU-buitengrens is kunnen ze dat niet meer doen.”

Een oogje toeknijpen als een boer uit Dvor zijn koe van zijn landje in Bosnië mee Kroatië in wil nemen kan straks ook niet meer. De dichtstbijzijnde grenspost met een veterinair controlepunt dat aan de Europese normen voldoet, ligt straks meer dan een uur rijden verderop. Langs de ruim 900 kilometer lange grens komen er maar drie in totaal. Grote bedrijven die genoeg geld hebben om hun vee en vlees te vervoeren juichen dit toe. Scharrelaars die overleven in de grijze economie krijgen het moeilijker.

Kroatië heeft straks de langste landgrens van de Europese Unie: 2.197 kilometer. Het grootste stuk, 932 kilometer daarvan, is de grens met Bosnië-Herzegovina, de rest met Hongarije, Servië, Slovenië en Montenegro.

De EU-grens benadrukt nog eens dat het verschil tussen de Joegoslavische republieken groeit. In feite deelt de Europese Unie rapportcijfers uit. Deze republiek is wel klaar om bij de club te komen, deze loopt nog teveel achter. Slovenië scoort al jaren een ruime voldoende en is ook al lid van de eurozone. Kroatië, vooruit dan maar. Bosnië-Herzegovina, vergeet het voorlopig maar, net als Servië, Macedonië en Kosovo.

Dat Kroatië straks EU is, maakt pijnlijk duidelijk dat Bosnië stilstaat en daarmee achteruitgaat, vinden twintigers op de terrassen in Novi Grad, aan de overkant van rivier de Una. Ze vloeken op hun politici. Doordat politici van de drie etnische groepen in Bosnië – Bosnische moslims, Serviërs en Kroaten – elkaar geen vingerbreed toegeven, staat in Bosnië iedere ontwikkeling stil en is toetreding voorlopig onhaalbaar. „Dit land is een gevangenis”, zegt Marko Adamovic (24), werkloos en ongeschoold. Hij heeft al een tijdje illegaal in Italië gewerkt en denkt nu na over zijn volgende zet.

Hij heeft zowel een Bosnisch als een Kroatisch paspoort en wil dat laatste gebruiken om te vertrekken. „Hier is geen toekomst, tenzij je je onderwerpt aan de grootste politieke partij die alles controleert. Democratie hier is een farce. Als iemand die vanaf het balkon op je staat te pissen en zegt: plas gerust ook op mij.”

Bosniër Boris Vukojevic (25) heeft een haat-liefdeverhouding met de rivier die hem van Kroatië scheidt. Hij is al vijf jaar werkloos zonder uitkering, vertelt hij op een terras in Novi Grad op de Bosnische oever. Maar dankzij het kristalheldere water in de rivier eet hij een paar keer per week zelfgevangen verse vis en zijn de zomers hier goed uit te houden. De afgelopen jaren verdiende hij zo nu en dan een paar honderd euro door illegale migranten met zijn bootje over te zetten naar Kroatië. Recent is de grensbewaking verbeterd. „De pakkans is tegenwoordig groter, dus daar ben ik mee gestopt.”

De Una speelt bovendien een rol in zijn grotere plan: asiel aanvragen in Zweden. Boris bouwt aan een politiedossier dat hem daarbij moet helpen. „Als ik kan bewijzen dat de politie achter me aanzit, zullen de Zweden me asiel geven”, redeneert de Bosniër. Het is niet helemaal duidelijk of hij er zelf in gelooft, maar om die reden is hij vorig jaar tussen de twee grensposten in van de brug over de Una gesprongen en naar Kroatië gezwommen. Na anderhalve dag had de douane hem weer te pakken.

Vukojevic merkt tijdens zijn bezoeken aan de overkant dat Kroatië steeds ‘Europeser’ wordt. Er zijn meer regels die het bedrijven moeilijker maken te opereren en bewoners kunnen lastiger zwartwerkers uit Bosnië inhuren. Maar het land biedt ook een beter vangnet aan wie het niet redt, een kenmerk van beschaving. „Mensen met oorlogstrauma’s en invaliden krijgen daar bijvoorbeeld hulp. Hier bestaat dat alleen op papier.” Voor hem, een jonge werkloze aan de Bosnische marge, maakt de EU-toetreding van Kroatië het leven lastiger. Vluchtelingen overzetten met zijn bootje is te riskant geworden. Illegaal werken in de bouw in Kroatië ook, want de controles zijn intensiever en de straffen hoger.

In Bosnië valt alleen in de bosbouw en houtverwerking nog wat te verdienen, maar dat is fysiek zwaar werk dat hem niet aanspreekt. „De komende tien jaar verandert hier niets”, voorspelt Vukojevic. „Bosnië zal met Albanië wel het laatste land zijn dat bij de Europese Unie komt. Ik denk erover snel te vertrekken.”