Cabinerust

Voor een tientje per uur slapen op de luchthaven, waar dag en nacht versmelten.

Het is één van de pictogrammen op het bedieningspaneel tussen licht, tijd en temperatuur: twee paar voeten bovenop elkaar, het universele symbool voor seks. Druk erop en de lichten dimmen. Een donkerroze gloed daalt neer over de kamer, subtiel, vanuit vernuftig verstopte tl-buizen: onder de wasbak, in een bovenhoek. Sexy schijnsel, niet ontoepasselijk voor een hotelkamer die je per uur kunt huren.

Dit is Schiphol, after check-in. In het Yotel, cabinehotel voor overstappers, kun je tussen twee vluchten door een paar uur slaap pakken om je jetleg te trimmen. Inchecken doe je gewoon bij de automaat, die opent een vrije cabine voor je – dit is de slaapvariant van een kroket uit de muur trekken.

Het is muisstil in de paars verlichte gangen, de lamellen zijn dichtgetrokken voor de ruiten van de cabinedeuren. 56 cabines zijn er, ze zitten stuk voor stuk vol vannacht.

De inrichting van de krappe twee bij twee meter grote cabine is een oefening in efficiëntie. Een bed (twijfelaar), televisie (flatscreen), douche (met iets dat Yotel de ‘monsoon’-stand noemt), wc, wastafel, bureau, spiegel: eigenlijk alles wat een reguliere hotelkamer behoort te hebben, maar alleen is hier het meeste inklapbaar.

Daglicht of frisse lucht komt er niet. Het ruikt er net zo penetrant naar niets als in een vliegtuig. Het is een steriel decor. Eenzaam, en ook wat futuristisch – helemaal met het erotische licht aan. Het soort cabines waar ruimtereizigers uit sciencefictionfilms zich in kunstmatige ‘cryoslaap’ laten sussen voor een decennialange overtocht.

De tijd staat hier stil. Er is geen dag en geen nacht, want waar reizigers uit alle tijdzones samenkomen is tijd een diffuus begrip. Alleen als je het cabinehotel even uitstapt, merk je iets van een ritme. Schiphol is geen nachtdier. Het is uitgestorven voorbij de paspoortcontrole. De taxfreeshops staan er net zo bij als overdag, alle waar uitgestald, maar dan in het duister. Aan de enige 24-uursbar zit niemand. Her en der ligt een eenzame reiziger te slapen, oncomfortabel opgekruld in een plastic stoel. Het is stil, heel stil.

De enige tekenen van leven zijn afkomstig van de schoonmakers. Ze brommen voorbij op hun karretjes, zetten gebieden af met lint. Dit is hún moment: overdag is het te druk om te werken. Atef Elsafti (49) onderhoudt het parket, zegt hij in de schemerige rookruimte. Vijf nachten per week, twaalf jaar lang. Een rondje langs al het hout van Schiphol duurt precies een jaar. Dan begint het schuren opnieuw.

Terug in de cabine. Op de hypnotiserende zoem van de airco na is er geen geluid. Pas om een uur of zes begint het te rommelen. Pasjes worden door gleuven gehaald, deuren ontsloten. De eerste vluchten moeten worden gehaald. Buiten het hotel is buurman McDonald’s bezig de eerste frieten van de dag te bakken.

Ontwaakte reizigers druppelen één voor één de inmiddels helverlichte terminal in. Zoals Nina (28) uit China („Nog steeds een jetleg”) of Günther Fuchs (48) die van Manilla naar Brazilië vliegt. Uitgerust? „Alsof je logeert in een samengeperste auto”, zegt hij. „Maar eigenlijk heb ik heel goed geslapen.”

Intussen staan vers aangekomen passagiers alweer in te checken. Een Indiaas echtpaar boekt een kamer voor de kinderen. „Dan kunnen wij even rustig rondlopen.”

Een cabine kost tien euro per uur, met een minimum van vier uur. Slechts een enkeling verblijft hier langer dan een halve dag. Eigenlijk alleen mensen die met visumproblemen vastzitten op het vliegveld, zegt receptioniste Hajni (21). In Moskou schijnt sterklokkenluider Edward Snowden in precies zo’n cabine te vertoeven.

Yotel heeft ook vestigingen op Londen Heathrow en New York City Airport, yotel.com.