Beleggers moeten nog bloter met de billen

Vanwege een nieuwe meldplicht kunnen vanaf maandag veel nu nog onbekende beleggers op het Damrak opduiken.

1 februari 1992 was een feest voor financieel journalisten. De Wet melding zeggenschap trad in werking en die bepaalde dat beleggers met een aanmerkelijk belang van 5 procent of meer in een beursgenoteerde vennootschap dat moesten melden. In één keer werd zichtbaar wie in Nederland de grote beleggers waren: vooral grote institutionele partijen uit binnen- en buitenland (pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen).

En ook veel privébeleggingsmaatschappijen van vermogende families doken op. De familie Fentener van Vlissingen bleek via verschillende vehikels in meerdere bedrijven te zitten, beleggingsfonds Darlin van de familie Van Beuningen zat in onder meer bouwbedrijf Heijmans en familie De Pont met hun maatschappij Janivo in onder meer scheepsbouwer IHC Caland. En het toen nog beursgenoteerde Krasnapolsky Hotel bleek voor ruim 22 procent in bezit van belegger A.H. Heineken te Noordwijk aan Zee.

Komende maand zal nieuw inzicht ontstaan in de aandeelhoudersbestanden van alle beursgenoteerde vennootschappen op het Damrak. Met ingang van maandag wordt de drempel waarop beleggers hun belang moeten melden in Nederlandse beursfondsen namelijk verlaagd van 5 tot 3 procent.

Deze verder gaande vorm van transparantie, inmiddels terecht gekomen in de Wet op financieel toezicht, werd al jaren geleden voorgesteld door de Commissie Frijns, die de naleving van de code Tabaksblat voor goed ondernemerschap in de gaten houdt. De commissie ondervond dat beursgenoteerde bedrijven zelf het wenselijk vonden om meer zicht te hebben op hun aandeelhouders. Aanleiding: ABN Amro was in februari 2007 overvallen door een Brits hedgefonds dat met slecht 1 procent van de aandelen ingrijpende voorstellen deed voor een aandeelhoudersvergadering: de bank opbreken en in delen verkopen.

Dat wilden bestuurders van Nederlandse vennootschappen niet meer meemaken. Stennis schoppen prima, maar we moeten het zien aankomen. Ook bedrijven als Stork, ASMI en meer recent TNT Express werden belaagd door activistische aandeelhouders.

De lagere meldplicht voor beleggers gaat – om dezelfde reden – gepaard met een verhoging van de drempel voor het recht om agendapunten in te brengen op een aandeelhoudersvergadering: van 1 tot eveneens 3 procent.

Directeur Jan Maarten Slagter van beleggersvereniging VEB juicht de grotere transparantie toe, maar vindt nu de verhoging van de drempel van het agenderingsrecht een verslechtering. „Het wordt nu nog lastiger voor kleine beleggers om wat in te brengen. Willen we iets bij Unilever, dan moeten we heel veel kapitaal verzamelen.” Om precies te zijn: ruim 2,7 miljard euro.

Waar de VEB voor kleine aandeelhouders opkomt, bewaakt Eumedion de belangen van grote, institutionele beleggers. Ook Eumedion-directeur Rients Abma heeft moeite met die verhoogde hobbel voor aandeelhoudersvergaderingen. Maar hij vindt vooral de verlaagde meldplicht lastig. Niet uit principe maar uit praktisch oogpunt. „Ik had graag dezelfde drempel gezien voor alle EU-lidstaten. Nu geldt de 3 procentsnorm alleen voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Het is voor grote beleggers nogal onhandig en kostbaar om aan verschillende systemen te moeten voldoen.”

Abma verwacht geen grote verrassingen in het meldingsregister bij de AFM de komende maand (de aanmeldingstermijn voor de beleggers is vier weken). „Ik vermoed alleen dat het Noorse staatsfonds NBIM veel zal opduiken. Het staatsfonds heeft naar verluidt belangen van tussen de 2 en 4 procent in zo’n beetje alle grote Europese beursfondsen opgebouwd.”