Verstrikt in een sappige scriptie over de katholieke kliek

Walter van den Broeck: Het alfabet van de stilte. De Bezige Bij Antwerpen, 221 blz. €19,95

Zeker, Walter van den Broeck heeft bij het schrijven van zijn nieuwe roman geput uit het Eindrapport van de Commissie Adriaenssens, waarin interviews staan met de mensen die door Belgische geestelijken seksueel zijn misbruikt. In Belgische media verschenen de afgelopen tijd dan ook recensies van Het alfabet van de stilte waarin de zondebok van de vertelling, bisschop Van Groeneweghen, klakkeloos werd gehouden voor Roger Vangheluwe. Over deze katholieke bisschop werd in 2010 bekend dat hij een neefje jarenlang had misbruikt.

Maar iemand die ‘de zaak Vangheluwe’ niet op de voet volgde, en die Het alfabet van de stilte om literaire redenen leest, let op andere opmerkingen van Van den Broeck in de verantwoording. Hij zegt allereerst dank verschuldigd te zijn aan ‘Het Leven Zelf en aan de weerslag ervan in de media’, maar ook aan een hele rits boeken. Eros en Cultuur van Herbert Marcuse bijvoorbeeld, en de biografie die Christine D’haen over Guido Gezelle publiceerde. En na die rij boektitels volgen dan de woordjes ‘enzovoorts, enzovoorts’. Alsof Van den Broeck ook niet helemaal meer weet waar hij nu alle mosterd vandaan heeft gehaald.

Dat ‘enzovoort, enzovoort’ sluit aan op een van de thema’s van het boek. Want naast het feit dat in Het alfabet van de stilte het misbruik van minderjarigen door geestelijken wordt behandeld, gaat dit boek ook over iemand die probeert om iets eenduidigs over iets uiterst gecompliceerds te zeggen. Dat gaat uiteraard mis, laat dat maar aan de literatuur over.

De persoon in kwestie is Kristien Daeleman, een jonge vrouw die een scriptie wil schrijven over de zedenmisdrijven van haar oudoom, de eerdergenoemde Van Groeneweghen. Zou ze dat nu wel doen, vraagt haar begeleider, professor Devlieger, zich af, want heeft de kerk de afgelopen tijd al niet genoeg draaien om de oren gehad?

Lazer toch op, denkt de lezer dan nog, maar het moet gezegd dat deze Devlieger zich gaandeweg de roman ontpopt tot een vaardige advocaat van de duivel. Zo weet hij de overtuigdheid van Daeleman (en van de lezer incluis) fraai aan het wankelen te brengen door te melden dat een kind nog maar relatief kort als ‘een kind’ wordt bestempeld: daarvoor zag men het als een volwassene. Een onvolgroeide volwassene, maar een volwassene. Mag je in retrospectief dan nog wel van misbruik spreken?

De vraag waarmee Kristien op pad gaat luidt: moet het celibaat niet worden afgeschaft? Maar in haar rondgang langs de kliek rondom Van Groeneweghen krijgt ze over veel meer zaken iets te horen. De fraaiste en sappigste draad is die van Bert en Koen Devlieger, de man die later Kristiens begeleider zou worden. Ooit waren ze een rokkenjagend duo dat café De Wolfskers onveilig maakte, totdat Koen, een soort Vlaamse golden boy, plotseling besloot om priester te worden. Alles kwam hem in zijn leven altijd aanwaaien, maar nu voelde hij zich ineens ‘uitgedaagd door het Hogere’. Dat valt om meer dan een reden niet voor Bert te verkroppen, en hij ‘zal niet rusten tot zijn kuisheidsgelofte naast de vele scalpen van de mokkels uit De Wolfskers aan zijn gordel zouden bengelen’.

Van den Broeck kan een personage een zin laten zeggen waardoor deze zichzelf helemaal aan de lezer prijsgeeft. Wat nog knapper is, is dat hij met iemand als Bert iemand op papier heeft weten te krijgen naar wiens kern je alleen maar kunt gissen. Is hij nu eigenlijk een ‘janet’, zoals een homo in het Vlaams heet, en wilde hij voorkomen dat Koen hem door de kerk zou worden afgenomen, of ligt er iets anders aan ten grondslag? Het alfabet van de stilte is een volkse roman, waarin iedereen ‘zegt waar hij op staat’, maar eigenlijk iets anders uitdrukt.

In veel romans waarin de kerkelijke macht ter sprake wordt gebracht treedt naar verloop van tijd een bepaalde looiigheid op, maar dit gaat niet op voor Het alfabet. Dit komt doordat Van den Broeck niet zo nodig de feiten op tafel wil leggen, maar via verschillende stemmen een cultuur presenteert die tot uitwassen kan leiden.

Verkropte seksualiteit (‘nooit zult ge u belachelijker voelen dan wanneer ge denkt dat ge onweerstaanbaar sexy zijt, en uw vent u beziet alsof hij zijn leesbril nog opheeft’), afgunst, overmoed: Van den Broeck laat het in elkaar vloeien en laat de notulerende feitenvrouw Kristien in vertwijfeling achter. Vakwerk.