Opinie

‘Splendid isolation’, zelfde resultaat

Er zijn Europeanen die fantaseren over een leven buiten de euro. Grieken, Italianen, Fransen, Nederlanders en zelfs steeds meer Duitsers vragen zich af of de munt niet moet worden ontmanteld, danwel dat hun land de euro eigenhandig verlaat. Of ze een punt hebben, hangt af van een puur theoretische oefening. Wat zou er gebeurd zijn als zij de afgelopen vijf crisisjaren geen lid zouden zijn geweest? Hoe groot zou hun toekomstige bewegingsvrijheid zijn als ze de euro nu zouden verlaten?

Ga maar na: een munt die vrij kan fluctueren, en dus naar beneden kan in tijden van crisis en aansterkt als het goed gaat. Een centrale bank die zelf beleid kan voeren dat toespitst is op de eigen, specifieke behoeften van de economie en de financiële sector. Een begrotingsbeleid dat zich niets hoeft aan te trekken van grootinquisiteur Olli Rehn. De vraag hoe dat zou uitpakken, is niet te beantwoorden en dus kan er lustig over op los worden gespeculeerd. Maar een glimpje van een alternatieve loop van de geschiedenis is er wel. Dat is het Verenigd Koninkrijk.

Afgelopen woensdag, terwijl premier Rutte zes miljard aan extra bezuinigen stond te verdedigen in de Twee Kamer, presenteerde de Britse minister van Financiën, George Osborne, 11,3 miljard pond (13,3 miljard euro) aan tussentijdse ombuigingen. De reden is een lichte paniek over de overheidsfinanciën in Londen. Want de cijfers van het niet-euroland zijn niet best.

Terwijl de eurozone worstelt met een gemiddeld begrotingstekort van 3 procent, heeft Londen het tekort laten oplopen tot maar liefst 7,1 procent dit jaar. De staatsschuld stijgt naar 109,1 procent van het bruto binnenlands product, en ook dat is hoger dan het eurogemiddelde en ruim een kwart hoger dan de Nederlandse schuldquote. Het VK betaalt een hogere rente op zijn staatsschuld dan Frankrijk. En de Bank of England heeft van de drie grote westerse centrale banken verreweg het meest agressieve monetaire beleid gevoerd, met een rente van nul en rechtstreekse aankopen van staatsobligaties. Het pond is sinds september 2008 met 10 procent gedaald ten opzichte van de euro.

Londen heeft, kort gezegd, in splendid isolation zo ongeveer het beleid kunnen voeren waar sommige eurolanden jaloers op zouden zijn. Maar de resultaten zijn niet veel beter. De economische groei ligt, ondanks alle steroïden, in 2012 en 2013 een procentpunt hoger dan het eurogemiddelde. Alleen de werkloosheid is fors lager, met 8 procent in plaats van 12 procent voor de eurozone. Dat is een duidelijk succes, maar de prijs daarvoor is hoog.

Het terugbrengen van het enorme begrotingstekort en de hoge staatsschuld kan dit resultaat alsnog teniet doen. Het normaliseren van het monetaire beleid van de Bank of England staat intussen voor de nieuwe topman Mark Carney gelijk aan het demonteren van een bom: levensgevaarlijk.

Komen alle bovenstaande Britse cijfers als een verrassing? Dat kan. Steeds minder burgers en beleidsmakers op het continentlijken op de hoogte van wat er in de Britse economie gebeurt. Terwijl het debat in Londen gaat over het al dan niet verlaten van de EU, gaat dat ook andersom: het vasteland geeft te indruk mentaal al afscheid te nemen van de Britse eilanden. Die gaan nog woelige tijden tegemoet. Want het leven in de euro mag dan voor veel lidstaten geen pretje zijn, ook daarbuiten is het kil.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.