Over datum? Kan nog best

In Nederland wordt per jaar tot 2,5 miljoen ton etenswaar verspild Met name in huishoudens kan dat minder Eerst proeven, dan pas weggooien, is het advies

trafalgar square Feeding the 5,000 18 november 2011
trafalgar square Feeding the 5,000 18 november 2011 Feeding the 5,000

Kookcolumnist

Probeer het je eens voor te stellen: 400.000 vrachtwagens, die tot de maximaal toegestane grens van 3.500 kilo zijn volgeladen. En in één zo’n vrachtwagen zitten dan 3.500 pakken melk of 4.375 broden of 28.000 appels. Zoveel eten gooien we in Nederland ieder jaar weg, berekende Wageningen Universiteit en Researchcentrum (Wageningen UR) in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Minstens. In Nederland wordt per jaar 1,4 tot 2,5 miljoen ton etenswaar verspild.

Onder de naam Damn Food Waste organiseert een coalitie van maatschappelijke organisaties morgen een enorme gratis lunch om aandacht te vragen voor de voedselverspillingsproblematiek. Op het Museumplein in Amsterdam zullen zo’n vijfduizend mensen lunchen met tomaten, radijzen en aardappels die afgelopen week zijn verzameld bij boeren uit de buurt. Het zijn afgekeurde producten of overschotten, die anders zouden worden weggegooid.

Wereldwijd wordt jaarlijks 1,3 miljard ton aan voedsel weggegooid, volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Dat is een derde van al het voedsel dat wereldwijd geproduceerd wordt. Voedsel dat bestemd is geweest voor menselijke consumptie en waar in principe niets mis mee is.

Producenten

Door wie wordt al dat eten weggegooid en waarom? De eerste verspilling vindt plaats bij de ‘primaire producenten’, de boeren. Samen met de distributie- en opslagsector zijn zij goed voor zo’n 30 procent van de verspilling, schat Toine Timmermans, programmamanager duurzame voedselketens aan Wageningen UR en auteur van de Monitor Voedselverspilling in Nederland. Boeren gooien bijvoorbeeld uien weg omdat ze minder opbrengen dan het kost om ze te oogsten. En dus ploegt hij de grond in. Als het aanbod van producten hoog is en de prijs daardoor laag, is het ook niet ongewoon voor de producenten om te besluiten een deel van het aanbod uit de markt te halen. Doordraaien heet dat. Dan wordt het verbrand of wordt er, in het beste geval, veevoer van gemaakt.

Supermarkten en andere winkels zijn behoorlijk efficiënt. Zij lijken het minst te verspillen, misschien maar zo’n 4 tot 7 procent van de totale verspilling. Alles wat een supermarkt weggooit, gaat natuurlijk van de winst af. Maar dat beeld is wat vertekend. Een deel van de verspilling van supermarkten is namelijk niet zichtbaar. Bijvoorbeeld wanneer ze afspraken maken met producenten over uiterlijk en uniformiteit van het product. Als alle komkommers er hetzelfde uitzien, dan kan de klant er niet de goede uitzoeken, waardoor de supermarkt niet met de ‘lelijke’ komkommers blijft zitten. En dus worden die er bij de boer al uitgefilterd.

De grootste winst is te behalen in huishoudens. Voor dertig tot vijftig procent van wat wordt weggegooid is de consument verantwoordelijk. Een van de oorzaken dat consumenten zo veel weggooien is dat zij het verschil niet goed kennen tussen THT – ten minste houdbaar tot – en TGT – te gebruiken tot. Dat laatste staat op bederfelijke producten als vis, vlees en verse sappen. Volgens het Voedingcentrum is de TGT-datum heilig. Na die datum móét je het product weggooien. „Deze datum is de laatste dag waarop je het product nog veilig kunt gebruiken. Daarna kunnen er ziekteverwekkers zoals bacteriën gaan groeien. Deze kun je vaak niet zien, ruiken of proeven, maar je kunt er wel ziek van worden”, aldus het Voedingscentrum.

Kwaliteitsgarantie

De THT-datum daarentegen is een kwaliteitsgarantie van de producent. Met deze datum zegt de fabrikant alleen maar dat de kwaliteit na deze datum achteruit kan gaan, in smaak bijvoorbeeld. Maar dat betekent niet dat het product daarmee niet meer eetbaar is. Producten zijn vaak veel langer houdbaar dan de aangegeven datum. Het woord ‘ten minste’ zegt het eigenlijk al. Sinaasappelsap, bijvoorbeeld, wordt na verloop van tijd wat donkerder, ‘minder zoet’ en ‘muffer’ van smaak, maar is nog prima te drinken, zo oordeelde een testpanel van de Consumentenbond eerder dit jaar. Sterker nog, driekwart van de proevers beoordeelde in een blinde test sinaasappelsap van veertien maanden over tijd als lekkerste.

Ruiken, kijken en proeven dus. Dan pas weggooien.

Het verschil tussen TGT en THT vertegenwoordigt zo’n 15 procent van ons verspillingsgedrag. De rest is een gevolg van slecht plannen, geen boodschappenlijstjes maken, niet goed bewaren, portiegroottes niet goed inschatten. Van alle pasta die we koken gooien we zo’n 23 procent onnodig weg. Bij rijst is het nog erger, 38 procent.

Voorlichting is belangrijk. Niet alleen over het THT/TGT-verschil, maar bijvoorbeeld ook over het koken met kliekjes. De supermarkt en fabrikanten kunnen ook hierbij concreet helpen. Door bijvoorbeeld verschillende portiegroottes aan te bieden. „Door portiestreepjes op pakken rijst en pasta te zetten”, zegt Timmermans. „Of door een verpakking te ontwikkelen waarbij je wel alle yoghurt uit het pak krijgt.”