Nederlanders nog somberder over crisis en politiek

Steeds meer Nederlanders zeggen last te hebben van de economische crisis. Ook lijden ze aan „typisch Nederlands pessimisme”.

Positief is anders. Nederlanders zijn minder tevreden over de economie, ze hebben minder vertrouwen in de regering en minder vertrouwen in de banken. Onder de bevolking kalft de steun voor Europa en de euro af. Nederlanders maken zich meer zorgen over hun inkomen en de werkgelegenheid. Het aantal mensen dat vindt dat het met het land de goede kant op gaat, daalt. Bovendien komen de gevolgen van de crisis voor steeds meer mensen dichterbij. Nu ziet 62 procent van de Nederlanders de gevolgen van de crisis in het eigen leven, in 2009 was dat nog 41 procent.

Ieder kwartaal peilt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de gemoedstoestand in Nederland. En die is niet best, zo blijkt uit de vandaag gepresenteerde editie van Burgerperspectieven.

Wie het onderzoek door een roze bril bekijkt, kan ertegen inbrengen dat ondanks jaren crisis nog steeds 53 procent van de Nederlanders tevreden is met de economie. Ook is het aantal Nederlanders dat denkt dat de economie hetzelfde blijft of verbetert, gestegen ten opzichte van vorig kwartaal. Maar daar houden de positieve noten ook wel op.

Door een roze bril kijken is bovendien niet iets wat in de volksaard ligt. „Nederlanders zijn zeurders”, zegt SCP-onderzoeker Josje den Ridder. Dat doemdenken sijpelt door in het rapport. Slechts 17 procent van de Nederlanders kwalificeert de eigen financiële situatie als slecht: een van de beste Europese scores. Maar tegelijkertijd scoort Nederland hoog op de teller van het aantal mensen dat denkt dat de financiële situatie in de toekomst zal verslechteren: drie op de tien heeft die verwachting. Dat is negatiever dan in Spanje, Italië en Roemenie en al helemaal dan in de buurlanden.

„Typisch Nederlands pessimisme”, zegt Fred van Raaij, emeritus hoogleraar economische psychologie aan de Universiteit van Tilburg. „We hebben een klaagcultuur, terwijl het hier in vergelijking met andere landen best goed geregeld is.” Het ‘geklaag’ spitst zich vooral toe op de staat van het land: de economie, de politiek, de media. Over de eigen situatie zijn Nederlanders traditioneel positiever.

Maar dat maakt niet dat ze de knip trekken. Het consumentenvertrouwen is historisch laag. Raar vindt Van Raaij dat niet. „Dit rapport, CBS-cijfers, steeds weer verschijnen er publicaties die het negatieve verhaal voeden en mensen bevestigen in hun beeld dat het slecht gaat.” Dat ziet ook consumentengedragexpert en hoogleraar bedrijfskunde José Bloemer van de Radboud Universiteit. „Er komt zoveel slecht nieuws op ons af. Het is een continue stroom. Nu weer die 6 miljard aan bezuinigingen.”

Het gevolg is dat Nederlanders massaal aan het sparen slaan. Het CBS meldde in maart nog dat Nederlanders een recordbedrag van 330 miljard euro op hun spaarrekeningen hebben staan. Laag consumentenvertrouwen leidt tot oppotten.

De ontwikkelingen in politiek Den Haag – zoals het plan om 6 miljard euro extra te bezuinigen – helpen niet om die trend te doorbreken. „Er is grote onzekerheid over wat er nog komen gaat, daarom houden mensen het geld in de hand”, zegt Van Raaij. Het ontbreken van een Eerste Kamermeerderheid maakt veel kabinetsplannen onzeker. „Verschrikkelijk spijtig dat die keuze is gemaakt”, vindt Bloemer. „Politieke processen lopen nu veel moeizamer dan ze zouden kunnen verlopen.” Dat leidt tot onzekerheid die slecht is voor het consumentenvertrouwen.

Verbaal probeert de regeringscoalitie wél die negatieve spiraal te doorbreken. Premier Mark Rutte riep de bevolking in april op „te stoppen met somberen, met negatief naar de dingen kijken” en nu eindelijk eens die uitgestelde aankopen te doen. PvdA-leider Diederik Samsom verkondigde deze week een vergelijkbare boodschap door het kabinet op te roepen mensen en bedrijven te verleiden om geld uit te geven.

De Nederlander lijkt niet geneigd te luisteren. Zo’n oproep tot consumeren werkt misschien voor de enkeling die een legitimatie zoekt om iets duurs te kopen, maar op grote schaal heeft hij nauwelijks effect volgens Van Raaij. Kwalijk neemt hij het Rutte en Samsom niet. Integendeel. „Rutte kan moeilijk eerlijk zijn en zeggen dat het er slecht uitziet. Dan krijg je een self-fulfilling prophecy.”

Politici zijn niet te benijden, vindt hij. Burgers geven flink tegenstrijdige signalen af. Hoewel het aandeel licht daalt, zijn nog steeds zes op de tien Nederlanders voorstander van bezuinigingen op overheidsuitgaven. Als het SCP echter vraagt naar gewenste veranderingen in die uitgaven, dan wordt over alle grote begrotingsposten zoals zorg, onderwijs en sociale zaken gezegd dat er juist meer of veel meer geld aan moet worden uitgegeven. Bezuinigingen steunt ‘de Nederlander’ alleen op militaire missies en ontwikkelingssamenwerking. Die maken een fractie uit van de rijksbegroting.

Een oplossing om Nederland van het pessimisme af te helpen hebben de deskundigen niet direct. Bloemer zegt dat het „ontzettend belangrijk” is dat er duidelijkheid komt vanuit Den Haag. „Dat gehakketak moet ophouden. We hebben onder meer een forensentaks en inkomensafhankelijke zorgpremie gehad die weer zijn teruggetrokken. Daar wordt de burger onzeker van.” Van Raaij zegt dat goede economische cijfers Nederlanders het meeste vertrouwen zouden geven, maar die zijn nu even niet voor handen . „Ik heb met het CBS weleens een discussie gehad of ze al die negatieve cijfers moeten publiceren. Maar we kwamen er toch op uit dat censuur ook niet echt een optie is.”