Opinie

Droom over homodorp

David Kato zet zich in voor homorechten in Oeganda.
David Kato zet zich in voor homorechten in Oeganda.

In een jaarlijks terugkerend programma probeerde Ivo Niehe gisteren zoveel mogelijk sponsors voor Unicef te werven. In de strijd tegen kindersterfte kwamen heel veel bekende Nederlanders voorbij die opriepen tot actie. Zonder enige twijfel een geweldig initiatief. Kijkers maken massaal geld over.

Maar als er gisteren iets indruk maakte, dan was dat niet de oproep van bekende Nederlanders. Het was de documentaire Call me Kuchu, waarvan ik wakker lag. Een film over homoseksualiteit in Oeganda. Op het moment dat de makers de documentaire draaien, is er een wet in voorbereiding die de doodstraf op homo’s mogelijk moet maken.

Voorvechters en tegenstanders krijgen beiden een rol in de documentaire. Aan de ene kant is er David Kato, de eerste openlijke homoseksueel van Oeganda. Samen met een groep vrienden strijdt hij voor rechten en tegen terreur. Tegenover hem staat directeur/uitgever Giles Muhame van Rolling Stone. Een krant met een missie: ‘homo’s ontmaskeren’. Het blad publiceert foto’s van (vermeende) homo’s met teksten als: Hang ze op. Hikkend van de lach vertelt Muhame hoe verslaggevers homo’s verleiden om ze vervolgens stiekem te fotograferen voor de krant. „Het is de opdracht van de journalist om de waarheid te vertellen.”

Call me Kuchu is een documentaire die als een baksteen op je maag ligt.

Misschien komt het door de terughoudendheid waarmee de film gemaakt is. Geen voice-overs, geen dreigende muziek. De makers laten de feiten voor zich spreken.

Of komt het doordat je weet wat eraan zit te komen?

David Kato overweegt soms te vluchten. Maar, grapt hij, waar moet hij heen? „Ik kan niet tegen kou in de winter.” Hij stampt vrolijk op de grond van zijn eigen kleine stukje land. Dit moet het eerste Oegandese homodorp worden.

Halverwege de opnames wordt David Kato met een hamer vermoord. Ook zijn foto stond in Rolling Stone.

Nextredacteur Lineke Nieber verving deze week tv-recensent Hans Beerekamp.