'Discipline bezit een helende kracht'

Het succes van Vijftig tinten grijs toont volgens de filosoof Ad Verbrugge zowel ons verlangen naar overgave als naar discipline. Zo’n ‘gedeelde vorm’ is ook essentieel voor een gezonde maatschappij.

Nederland, Leiden, 26 juni 2013 Ad Verbrugge, filosoof Foto: Merlijn Doomernik
Nederland, Leiden, 26 juni 2013 Ad Verbrugge, filosoof Foto: Merlijn Doomernik Merlijn Doomernik

Ad Verbrugge zat in december een boek over cultuur en economie te schrijven toen steeds meer vragen over de liefde zich aan hem opdrongen. Het offer van liefde werd het eerste deel van zijn oorspronkelijk bedoelde boek Staat van verwarring. Gedachten over het begrip gemeenschap in onze postmoderne wereld werden steeds persoonlijker en lijfelijker, ontdekte hij.

Verbrugge (1967), hoofddocent filosofie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, schreef de filosofische bestseller Tijd van onbehagen en werd met zijn essay Geschonden beroepseer een held bij groepen die zuchten onder regelzucht en het procesdenken van managers, zoals het onderwijs en de zorg. In zijn nieuwe boek verkent hij de ‘verwonding’ die velen in onze maatschappij voelen en waarvoor de oorlog in zijn ziel een metafoor was.

Twee maanden lang sliep hij nog maar vier uur per nacht. Hij dronk alleen thee, rookte niet, raakte geen glas aan en zat te schrijven. „Mijn denkweg en mijn levensweg zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden”, zegt hij. „Het thema liefde heeft misschien vanaf mijn jeugd, maar zeker de laatste zeven jaar, ingrijpend in mijn leven huisgehouden. Dat is met veel hartstocht en hartzeer gepaard gegaan. Ja, zelfs nog tijdens dit schrijven is een langjarige relatie helaas tot een einde gekomen.”

Verbrugge zag steeds scherper dat liefde niet alleen in persoonlijke zin bestaat maar ook een rol speelt in grotere verbanden, in de economie en de politiek. „Bij Aristoteles is het al een gedachte dat de polis eigenlijk door liefde (filia) aan elkaar hangt. Zijn polis is heel wat anders dan de moderne staat, maar gemeenschap en gemeenschapsvorming en liefde hebben alles met elkaar te maken – ook nu nog. Dat spoor ging ik volgen. Het bracht me bij de meest elementaire gemeenschap: die tussen man en vrouw, waar ook het leven uit voortkomt. Dan hebben we het over geslachtsgemeenschap. Er is meer dan alleen maar een woordverwantschap.”

Hoe komt het dat we overal individuele vrijheid nastreven, op ieder gebied, ook seksueel, en tegelijkertijd op allerlei manieren hunkeren naar verbinding en verbondenheid, vroeg Verbrugge zich af. Hij nam de internationale bestseller Vijftig tinten grijs van E.L. James als teken des tijds. Niet de literaire kwaliteiten spraken hem aan maar de archetypische motieven. Hij zag diepe, oeroude ervaringen rond de liefde erin uitgewerkt binnen de context van een hyperconsumentistische cultuur. Een symbool van onze verscheurdheid én verlangen naar heling. Dat zit zo:

„Kennelijk spreekt het mensen aan, vrouwen vinden het prikkelend, maar die aantrekkelijkheid is ambivalent. Enerzijds lijkt het boek de vluchtigheid en afstandelijkheid van onze virtuele consumptiecultuur te overwinnen. Juist in de nadruk op exclusieve verbondenheid die tot stand komt via het lichaam. Anderzijds lijkt het nu juist uitdrukking van die consumptiecultuur te zijn omdat het zo sterk op luxe, genot en gemak gericht is.

„Daarbij is een opmerkelijke rol weggelegd voor BDSM (bondage, dominantie, sadomasochisme). Ik probeer te begrijpen waarom daar zo’n fascinatie van uitgaat. Het gaat niet alleen om die exclusieve binding, maar ook om een gedeelde vormentaal tussen man en vrouw met een haast ritueel sacraal karakter. Daardoor wordt via het lichaam een erotische overgave bewerkstelligd die breekt met de moderne ideaal van het autonome individu.

„De machtsverhouding werkt blijkbaar prikkelend en dwingt overgave tot op zekere hoogte af. En overgave wil niet zeggen ‘ik word slaafs’, maar betekent ook een bepaalde positie krijgen waarin je tot je recht kunt komen binnen dat samenspel. Daarvoor is een mate van discipline vereist en niet alleen in de BDSM zoals ik die beschrijf, maar juist ook een discipline die verinnerlijkt moet worden.

„De aantrekkingskracht van dat alles interpreteer ik als een verlangen naar heling in onze gespleten verhouding tot het lichaam en de ontbonden gemeenschap in onze virtuele consumptiecultuur. Het blijkt dat binnen deze erotische verhouding discipline, concentratie, aandacht, tact van vitaal belang zijn. Natuurlijk ook voor het vrije, creatieve samenspel. Dus die gedeelde vormentaal, die discipline, concentratie, dat heeft allemaal te maken met het idee van een organisatie of gemeenschap die in vorm is, zoals een voetbalteam dat in vorm is. Of een relatie die in vorm is.”

Welke troost kan de verontruste, boze PVV’er of SP’er vinden in dit boek?

„Ik denk dat een deel van de woede misschien ook te maken heeft met het verbreken van een verbondenheid. Daarmee is die boosheid verwant met liefdesverdriet. Het zijn gevoelens van gespletenheid of ontbinding, die je hebt als dingen uit elkaar vallen, zoals een huwelijk ontbonden kan worden, maar ook een school of een vereniging waar de gemeenschapszin verdwijnt.”

Hoe kunnen mensen als Mark Rutte en Diederik Samsom aan die gevoelens tegemoet komen?

„Het is van belang te kijken wat de bron van die woede is. Zoals ik wilde weten wat de bron van mijn pijn was. Een deel van die pijn is de ervaring van intense vervreemding, die te maken heeft met het verlies van een gedeelde vorm. Iedere gemeenschap heeft een gedeelde vorm nodig.

,,Zo niet, dan resteert het sentiment, dan blijft het nationale moment van het Museumplein en het Oranjegevoel, bijna als een soort nabootsing van de seksuele roes, een soort versmelting in een zee van collectiviteit. Op zichzelf niet verkeerd, maar het vraagt om concretisering in de volgende fase, dat is namelijk dat er een overgave is, ook aan een vorm die je met elkaar deelt en waarin je bij elkaar betrokken bent. Dat is denk ik een van de problemen van dit moment, of dat nou op relationeel vlak is, op de werkvloer of in de universiteit: het ontbreken van die gedeelde vorm.

„Het is niet zo dat universiteiten en hogescholen alleen maar worden geleid door slechte bestuurders, dat is te simpel gezegd. Het is ook dat binnen zo’n gemeenschap zelf geen gedeelde opvatting meer bestaat van wat eigenlijk wetenschap is en wat goed wetenschappelijk onderzoek en goed onderwijs is. En dan kun je daar natuurlijk coaches op zetten en een evenement organiseren en een nieuwe team spirit proberen aan te wakkeren, maar dat zit allemaal aan de buitenkant.

„Waar het om gaat is dat je met elkaar die gedeelde vorm ontwikkelt, met alle schakeringen, variaties en dus pluriformiteit van dien. Maar die ruimte cultiveren, en in stand houden, dat is zoals een tuinier met zijn tuin omgaat. Het gaat met de een beter dan met de ander. Dat vermogen om te tuinieren, dat mis je een beetje bij de bestuurders die nogal eens de neiging hebben tot technocratische uniformeringen.”

Op zijn ontdekkingsreis door de ziel en het lichaam zag Verbrugge steeds duidelijker dat de postmoderne mens met zichzelf in tegenspraak is. „Enerzijds ziet hij zichzelf als individu dat sterk boven iedere bepaaldheid verheven is. Anderzijds zoekt men juist de sterke ervaring van lichamelijke identiteit, zoals ook in de huidige populariteit van tatoeages. Die tegenstrijdigheid culmineert in hoe wij met seksualiteit omgaan en de relatie tussen de seksen als zodanig. De jaren zestig brachten ons de bevrijding van het individu en een tendens tot seksuele bevrijding; in feite ligt daarin al de genoemde spanning besloten.

„De betekenis en werking van de liefde reiken verder dan de man-vrouwverhouding, en hebben ook betrekking op de hartstocht die je kunt hebben voor een bepaalde activiteit, of het nu muziek maken is of filosofie – de dienst aan de muze. Essentieel, om schepper te kunnen zijn, maar ook om je op een bepaalde manier te verbinden. Het gaat om de positieve ervaring van een orde die tot stand komt door liefde. In dit boek speelt de erotische verhouding wel een grote rol, maar toch gaat het om de vraag naar ‘de bezieling’ van gemeenschap, zowel in een persoonlijke als culturele zin.”

Ad Verbrugge is minder streng geworden in dit boek, zegt hij. „Ik moet natuurlijk oppassen, voor je het weet zeggen ze, ‘ah, dat is de liefdesfilosoof’, maar nee, dat speelde al in mijn beroepseer-analyse, mensen die met liefde hun werk doen. Liefde, eer en geweten komen heel dicht bij elkaar in de buurt te liggen. Ik probeer ook mijn eigen pijn, en vooral ook die van anderen te begrijpen.”

Ad Verbrugge: Staat van verwarring. Het offer van liefde. Boom, 260 blz.€ 23,50