Wie wil niet zien wat morgen 't nieuws is?

Het uitgedijde schandaal over de gestolen examens op de Rotterdamse scholengemeenschap Ibn Ghaldoun ontpopt zich als een klassiek geval van handel met voorkennis.

Eindexamens en handel op financiële markten hebben van alles gemeen. Wie examen doet, meet zich met (tien)duizenden anderen. Kennis, kunde en de vorm van de dag zijn beslissend. Zo ook in financiële handel. Het lot een handje helpen? Wie wil vandaag niet weten wat morgen zal worden geëxamineerd? Of wat het koersgevoelige nieuws is? Zoals een later veroordeelde Amerikaanse zakenbankier zei in Den of Thieves, het standaardwerk van James B. Stewart over handel met voorkennis: „De euforie, de almacht dat je op 12 september al weet wat er in The Wall Street Journal van 13 september zal staan.”

Beursfraude en examenfraude zijn karakteristieke witteboordencriminaliteit: geen geweld, geen bloed, geen aanwijsbare slachtoffers. Mede daarom heeft opsporing en vervolging zelden politieke en justitiële prioriteit.

Toch is het gewoon strafbaar.

Wie over de grens stapt, weet twee dingen zeker: extra kans op rendement, extra risico om alles te verliezen.

Met de diefstal op Ibn Ghaldoun van 27 examens en een serie aanhoudingen kan de biecht van 26 fraudeurs niet anders dan het topje van de ijsberg zijn. De informatie werd kennelijk voor bedragen tussen 20 en 250 euro verhandeld. Wat heeft de verdachten bezield? Rendement of risico?

Een greep uit de talloze strafzaken wegens handel met voorwetenschap kan wat meer licht op de zaak werpen. Vertrouwelijke informatie stroomt grillig. Zeker bij (onderhandelingen over) overnames. Voorbeelden in Nederland zijn de handel in bierbrouwer Grolsch (2007) en recenter bij kaartenmaker AND.

Voorafgaand aan de overname (2009) van winkelketen Super de Boer pikte een C1000-ondernemer tijdens een presentatie van de topman van concurrent Schuitema op dat het dringen was om een overnamebod op Super te doen. De C1000-ondernemer opende in de lunchpauze een effectenrekening, kocht meteen voor 97.192,97 euro aandelen Super de Boer en werd in hoger beroep, evenals de Schuitematopman, vrijgesproken.

Een van mijn favoriete Amerikaanse zaken is die van de commissaris van een Amerikaanse bank die zijn maîtresse vertelde van de op handen zijnde overname van de bank. Zij briefde dat door aan een andere minnaar, die voor een ongewoon groot bedrag aandelen in die bank kocht, daarmee de aandacht trok, aan de tand werd gevoeld, doorsloeg, haar naam als tipgever noemde, waarna zij weer de naam van de commissaris prijsgaf. De bankcommissaris verloor zijn vrouw en (tijdelijk) zijn vrijheid.

De vraag naar het waarom van beursfraude heeft twee antwoorden. Gewone werknemers kunnen de verleiding niet weerstaan van gratis geld. Antwoord: hebzucht.

Maar waarom doen leden van de elite het soms ook? Neem de voorkenniszaak twee jaar geleden op Wall Street rondom twee zakensterren: een hedgefondsmiljardair en een voormalig topman van adviesbureau McKinsey. Waarom zetten topmanagers, financiers of commissarissen die al hoge beloningen incasseren hun vrijheid en reputatie op het spel voor beursfraude?

Ook voor het geld. Hebzucht kent geen bovengrens.

Voor de spanning. Miljardenovernames geven adrenaline.

Maar justitie is soms ook verbaasd over het gedrag van de verdachten. Geen schaamte over misbruik van vertrouwen. Dat is kennelijk hun dagelijks werk aan de top. Liegen en bedriegen.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.