‘Steun natuur is logisch’

Melkveehouders staan door het EU-beleid voor grote veranderingen. Ze krijgen straks alleen nog geld voor onderhouden van het landschap.

Het melkveebedrijf van Ad van den Berg in Bleskensgraaf. Hij verwacht dat Nederlandse boeren er na 2014 tien procent op achteruit gaan.
Het melkveebedrijf van Ad van den Berg in Bleskensgraaf. Hij verwacht dat Nederlandse boeren er na 2014 tien procent op achteruit gaan. Foto Rien Zilvold

De koeien staan buiten. „Voor de acceptatie, hè”, zegt Ad van den Berg. „De samenleving wil weten wat hier op het bedrijf gebeurt. Transparantie is belangrijk.”

Van den Berg (55) runt met vrouw Gretha en zoon Corné een melkveehouderij in de Alblasserwaard. Drie jaar geleden zijn ze verhuisd. Ze wonen nu een kilometer verder weg van het dorp Bleskensgraaf. „We konden daar niet meer uitbreiden.” In de koeienstal fladderen boerenzwaluwen.

De Nescio-Farm, zoals hun bedrijf heet, staan voor belangrijke veranderingen. Straks is er geen Europese inkomenssteun meer voor de productie van voedsel, alleen nog een vergoeding voor het onderhouden van landschap en natuur. Maar de schade valt vermoedelijk mee. De jaarlijkse steun uit Europa wordt niet langer berekend op basis van de productie, maar op basis van het aantal hectares. En Van den Berg heeft er enkele jaren geleden dertig hectare gekocht. „Dat komt nu goed uit.” Van den Berg: „Gemiddeld gaan boeren er in Nederland 10 procent op achteruit. Bedrijven die intensief werken, dat wil zeggen veel productie maken zonder veel eigen grond, gaan er het hardst op achteruit.”

Voor veel agrarische bedrijven is de inkomenssteun uit Europa van levensbelang. „Ik denk dat veel boeren het zonder steun niet redden”, zegt Van den Berg. Hijzelf? „Schrijf maar op dat het een belangrijke bijdrage aan het inkomen is.”

Dit jaar krijgt hij 24.000 euro uit Europa voor de productie van melk. Dat wordt straks ongeveer 21.000 euro. Boeren krijgen 250 tot 350 euro per hectare per jaar; Van den Berg heeft 70 hectare, twee keer zoveel als de gemiddelde boer in de omgeving.

Om voor een basisvergoeding van 250 euro per hectare in aanmerking te komen, moet je als boer een paar dingen doen. Je moet duurzaam produceren. Dat betekent in het geval van de Nescio-Farm onder meer een emissiearme stal. Ook moet je een klein deel van de grond „braak leggen”, zodat de natuur daar vrij spel heeft. Verder moet je als akkerbouwer jaarlijks drie verschillende gewassen verbouwen. Dat verhoogt de vruchtbaarheid van de grond, het is goed voor de natuur. Aan deze eis hoeft melkveehouderij Van den Berg niet te voldoen. „Wij zitten in een veenweidegebied. Hier groeit alleen maar gras. Verschillende soorten .”

Er zijn ook extra vergoedingen beschikbaar voor regio’s waar de lokale overheden bereid zijn mee te betalen. Voor jonge boeren. Voor kleinschalige bedrijven. En voor boeren die aan natuurbeheer doen. Akkerranden inzaaien met wilde bloemen. Houtwallen en bosschages onderhouden. Later maaien om jonge vogels in de weilanden te ontzien. „Er zitten hier best veel kieviten en grutto’s”, zegt Van den Berg. Moeten ze wel uit de buurt blijven van buizerd en ooievaar. „De buizerd graast boven de weiden”, zegt vrouw Gretha.

Het Zuid-Hollandse bedrijf van Van den Berg telt honderddertig melkkoeien en honderddertig stuks jongvee. „We houden het jonge vee bij ons, zodat we straks voldoende melkkoeien hebben.” Op 1 april 2015 namelijk verdwijnen de melkquota en mag elke melkveehouder, mits hij zich aan de milieunormen houdt, zoveel melk produceren als hij wil. „Bevrijdingsdag.”

Misschien komt er een tijd waarin financiële steun overbodig is. Als de vraag naar melk uit China en Afrika verder stijgt en het aanbod stagneert, bijvoorbeeld door droogte. Maar zo ver is het nog lang niet. Van den Berg: „Ik vind het logisch dat we straks een vergoeding krijgen voor het onderhouden van het landschap en de natuur. Maar bovendien heeft de overheid de plicht om de productie van voedsel, onze eerste levensbehoefte, te garanderen.”