Niemand heeft de regie over het protest in Brazilië

Na enkele dagen van rust zijn de protesten in Brazilië weer opgeleefd. Van de oppositie tot extreemrechts: allerlei groepen kapen de straat.

Na 63 jaar revancheerde het Braziliaanse voetbalteam zich gisteren in de halve finale van de Confederations Cup voor de historische nederlaag tegen Uruguay tijdens het WK van 1950. Maar de overwinning van gisteren bracht niet alleen uitzinnige supporters op de been. Zeker vijftigduizend demonstranten verzamelden zich rondom het stadion in Belo Horizonte, de derde stad van Brazilië, waar ze slaags raakten met de politie.

Na drie dagen van relatieve rust zijn de protesten in Brazilië daarmee weer opgeleefd. Dinsdagavond stemde het Braziliaanse congres nog met een voor het land ongekende politieke voortvarendheid in met een aantal hervormingen, die de linkse president Dilma Rousseff had voorgesteld. Een omstreden grondwetswijziging die het aanpakken van corrupte politici zou bemoeilijken, ging van tafel. Corruptie wordt bij wet een zware misdaad. En toekomstige olieopbrengsten worden naar onderwijs en gezondheidszorg gesluisd, een voorstel dat eerder op veel weerstand stuitte.

President Rousseff kreeg lof toegezwaaid voor haar toenaderingen. Linkse groeperingen riepen op tot een moment van bezinning en dialoog. Toch bleek gisteren dat veel demonstranten geen genoegen nemen met de concessies van de regering. „Te laat Dilma!”, riepen betogers tijdens een protest in Rio de Janeiro. „Het land is ontwaakt.”

De veelzijdigheid aan reacties toont hoe diffuus de protestbeweging is geworden, die Brazilië nu ruim twee weken in haar greep houdt. Linkse en rechtse groepen proberen de agenda van het politieke protest te bepalen. In veel steden voerde vorige week de roep om de demonstraties apolitiek te houden de boventoon. Nu duiken juist veel politieke symbolen op.

Linkse groepen betichten de rechtse oppositie ervan de demonstraties te kapen voor hun eigen gewin. Volgens links gebruikt de oppositie de protesten als een campagne tegen president Rousseff en haar Arbeiderspartij, in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van volgend jaar.

De burgerbeweging Movimento Passe Livre (MPL) die strijdt voor gratis openbaar vervoer en aan de basis stond van het oproer, trok zich vorige week tijdelijk terug uit de demonstraties. „In recente demonstraties vroegen betogers om maatregelen om jeugdige delinquenten op jongere leeftijd voor de rechter te kunnen brengen, en ze stelden andere eisen die wij beschouwen als conservatief”, zei Douglas Belome, gelieerd aan de MPL, tegen een lokale krant.

Naast vreedzame en apolitieke demonstranten roeren ook extreemrechtse groepen zich die openlijk pleiten voor de terugkeer van het militarisme in Brazilië. Het land werd 28 jaar geleden een democratie, de militaire dictatuur ligt nog vers in het collectieve geheugen. Bij oudere generaties roept het harde politieoptreden herinneringen op aan die tijd. Dinsdagavond werden acht burgers gedood bij een politieaanval in een favela, na afloop van een demonstratie in Rio de Janeiro.

Tot dusver is geen natuurlijke leider opgestaan die de grote massa kan sturen. President Rousseff sprak deze week met vertegenwoordigers van protestgroepen uit het hele politieke spectrum, maar er is niemand die de demonstranten in de hand heeft, er is geen groep naar wie iedereen luistert. Dat maakt het er voor de president niet eenvoudiger op om te reageren op de moeilijk grijpbare protesten. Eigenlijk heeft ze geen andere keuze dan haar voorgestelde hervormingsagenda voort te zetten. Maar ook dat is niet eenvoudig, met een coalitieregering van tien partijen en veertig ministers. Rousseffs voorstel voor een referendum over politieke hervormingen sneuvelde binnen 24 uur op juridische bezwaren.

De oppositie bestempelde dat referendumvoorstel als populisme, evenals een voorstel van haar partij om hogere inkomens zwaarder te belasten. Feitelijk is daarmee de campagne voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar al in volle hevigheid losgebarsten.