Marmot

Ze werkt op de afdeling Communicatie, de verwarde Cavia. Feuilleton over haar leven en lotgevallen.

Op de afdeling Communicatie ging het ineens over de zomervakantie, en de verwarde cavia realiseerde zich dat ze er nog helemaal niet over had nagedacht. „Wat ga jij doen?”, vroeg ze aan Cynthia. „Wij moeten naar mijn schoonouders in Curaçao”, antwoordde ze. „Nou, noem dat maar moeten!”, riep Diederik door de ruimte heen. „Mevrouw móét naar Curaçao! Erg hoor! Sommige mensen moeten naar de camping in Twello!”

Cynthia kleurde en zei: „Ja, nee. Maar het is meer dat we dan dus vierentwintig uur per dag met familiedingen bezig zijn.” „Haha!”, riep Diederik zo hard mogelijk. Cynthia negeerde hem en vroeg: „En jij dan, Caaf?” „Ik weet het nog niet. Misschien een groepswandelreis ofzo? In de bergen?” „Kun je nog eens een leuke bergmarmot tegenkomen!”, riep Diederik weer.

„Diederik! Dat is níét leuk”, zei Cynthia, feller dan ze normaal deed. „O pardon”, zei Diederik weer, „ik wist niet dat jullie ongesteld waren.”

Cavia mailde Cynthia: „Bedankt.” Ze kreeg meteen antwoord: „Het is een lul, maar daar is hij uiteindelijk zelf het slachtoffer van.” Cynthia was op cursus geweest.

Aan het eind van de dag was Cavia als laatste haar computer aan het afsluiten, toen Erna van Human Resources naar haar toe kwam. „Aangezien jij geen kinderen hebt, wilde ik jou eigenlijk vragen om pas in september op vakantie te gaan.” „O”, zei Cavia, „maar...” Tja, wat had ze eigenlijk te maren? Er werden bepaald geen grootse plannen in de war gestuurd. „Maar Cynthia heeft toch ook geen kinderen?”, zei ze dus maar. „Ja, maar haar vriend wel, dus ze moeten wel weg tijdens de schoolvakantie.” „O”, zei Cavia weer. En ze zag zichzelf al een lange, trage zomer op kantoor zitten, starend naar de telefoon.

Erna pikte blijkbaar toch iets op van deze melancholische gedachten en zei opgeruimd: „Ah joh, in september is het allemaal ook veel goedkoper! Zit je met een stel bejaarden in een Turkse all-inclusive! Lekker toch?”

J. Waterlander