Kritiek over de grens: Knausgård in Amerika

Foto Aschehoug Agency

Waarom zou je in godsnaam een 3600 pagina’s dikke Noorse romancyclus lezen over iemand die een 3600 pagina’s dikke Noorse romancyclus probeert te schrijven? Omdat het ‘breathtakingly good’ is. Oftewel: ook bij de NY Times is men inmiddels in de ban van Karl Ove Knausgård.

Karl Ove Knausgård zet zijn internationale opmars voort nu ook de New York Times een stuk aan hem heeft gewijd. Schrijver en recensent Leland de la Durantaye besprak afgelopen weekend A Man in Love, deel 2 van Knausgårds Mijn strijd-cyclus voor de Amerikaanse krant en was laaiend enthousiast.

A Man in Love

”tells of the rapture and intoxication of love, it also turns a cold and at times clinical eye on romantic ecstasy and the marital equation, relating in painstaking  - at points  agonizing  - detail the fading of the first flush of love, the cooling and contracting of feeling.”

Deel twee van de Mijn strijd-cyclus heet in de Nederlandse vertaling simpelweg Liefde. Kester Freriks schreef erover in de bijlage Boeken:

“Dit schrijverschap zonder schokdempers bezit voor de lezer een verslavende werking. Knausgårds bittere boodschap is zo authentiek en onontkoombaar, dat zelfs de kleinste wrevel tot een universele tragedie leidt. Dat heeft voor alles te maken met de stijl van de reeks: eerlijk, onverbloemd, direct, zonder enige ‘literatuurdoenerigheid’ om het zo te formuleren. Knausgård schrijft rücksichtslos realistisch, en dáárom is het fantastische fictie.”

Waar Knausgård in deel een nog schreef over jeugd en onvolwassenheid, daar beschrijft hij in deel twee in een hyperrealistische stijl het drukke leven van een man van middelbare leeftijd. De la Durantaye prijst Knausgårds “tremendous essayistic talent” en legt hem in zijn bespreking naast die andere schrijver die zo’n omvangrijk, vergelijkbaar werk publiceerde: Marcel Proust. Volgens De la Durantaye zijn in het werk van Proust en Knausgård vergelijkbare uitgangspunten te vinden. Eerder verscheen er al een groot stuk over de Noorse schrijver in The New Yorker.