Geniaal gevoel voor tekst

klassiekRob Zuidam: McGonagall-Lieder****

Overtuigend schrijven voor de menselijke stem, het is niet elke moderne Nederlandse componist gegeven. Rob Zuidam kan het zeker wel: dat bleek onlangs nog tijdens het Holland Festival, waar de religieuze extase van de uit vrije wil opgesloten Suster Bertken een opvallend sensuele lading kreeg.

Die rol werd in Muziekgebouw aan ’t IJ invoelend vertolkt door de muze van Zuidam, de Belgische sopraan Katrien Baerts. Zij zingt ook de twee McGonagall-Lieder (1997-2001) die vorig jaar op dezelfde Amsterdamse locatie werden opgenomen. Hier blijkt wederom Zuidams geniale gevoel voor tekst. En voor ironie, want de poëzie van de 19de-eeuwse William McGonagall is op z’n zachtst gezegd krukkig. An Address to the New Tay Bridge is een onhandig gefraseerd inauguratiegedicht voor een nieuwe spoorbrug in Schotland „waar de Brooklyn Bridge zich niet mee kan meten”.

Baerts begint haar ode letterlijk met een bewonderende zucht, waarna een extatisch enthousiasme als een stoomtrein op gang komt. Haar stem lijkt in zweefvluchten rond de brug te duiken, opklimmend tot ijselijke hoogte en dan nog hoger. Piano, slagwerk, een cellokwartet en dirigent Oliver Knussen leveren de nodige stuwkracht.

Helaas, de brug stort in 1879 in als een trein er bij storm over heen rijdt. Weer schrijft McGonagall een gedicht. Ditmaal is Zuidam gepast ingetogen, en laat hij de sopraan stotteren en treuren. Een droef koraaltje wordt voortdurend door de mangel gehaald, met machtig kabaal razen de brokstukken in de diepte. De geladen slotzang wordt door Baerts met innige intensiteit gebracht.

De twee liederen worden aangevuld met soms Messiaenachtige instrumentale delen, als onheilspellend commentaar op het gezongene. Maar zonder de dwingende vorm van een tekst verliest Zuidams muziek focus. Zoals hij zelf in een interview eens toegaf: „Bij puur instrumentale genres drijf ik al snel weg op een oceaan van vrijblijvendheid.”