En alwèèr een brood uit een pan

Vorige week maakte ik een brood in een pan naar aanleiding van een inmiddels zeven jaar oud filmpje van Mark Bittman van The New York Times. Het was als het voor het eerst maken van mayonaise: de verrukking bij succes kent nauwelijks grenzen. Ik had ook nog de mazzel dat mijn baksel, dat dagenlang goed te eten bleek, werd becommentarieerd door Menno ’t Hoen, een geniale bakker die met zijn brood de complete Hollandse haute cuisine betoverde.
Ondanks het feit dat ik niet eens hoefde te kneden, bleek ik toch nog te veel gedaan te hebben aan het deeg. Ik had er -op aanraden van Bittman- een paar druppels azijn aan toegevoegd. Niet nodig. Ik had de beslagkom in een doek èn in folie gewikkeld: overbodig. En ik had veel teveel gist gebruikt met het gevaar voor ‘vergisting’ van het eindproduct. Ik trok andermaal de ruitjesbroek aan, en haalde diezelfde Dutch Oven tevoorschijn want zo’n gietijzeren pan is één van de sleutels tot succes. Ik heb ook nog een chiquere, geëmailleerde gietijzeren pan van Cousances, maar die heeft een kunststof greep die ik in zo’n hete oven niet vertrouw.
Aan de slag dus: 400 gram goedkope tarwebloem van de Vomar, twee theelepels zout, een kwart theelepel instant gist en 300 cc lauw water. Eerst de droge delen even mengen, dan het water erbij en er een pap van roeren. De beslagkom afdekken met vershoudfolie en 12 uur op kamertemperatuur met rust laten. Het deeg bleek de consistentie van erwtensoep te hebben en liet zich met een (onontbeerlijk) deegkrabbertje uit de kom in de hete pan (250 graden) schrapen. Een half uur onder deksel terug in de oven en daarna nog een kwartier zonder deksel. Het resultaat is, als zeg ik het zelf, alweer verbluffend! Mals, smakelijk brood met een fraaie korst in dito kleur. Het is een wonder van een paar dubbeltjes, dat ik voor een paar euro zo gauw niet te koop zou weten in de buurt. Enfin, kijkt u zelf maar.