De arbeiderskinderen en zwerfkinderen bleven vogelvrij voor de kindertheaters

Britse kindertheaters ronselden rond 1600 jongens van de straat als theaterslaven voor volwassenen, betoogt letterkundige Bart van Es.

In Shakespeares tijd werden kinderen in Londen van de straat gekidnapt om als theaterslaven te spelen voor volwassenen, in vaak erotisch expliciete toneelstukken. Wie zijn best niet deed, kreeg met de zweep. Deze kindertheaters van rond 1600 kregen een vergunning van koningin Elizabeth I om jongens van de straat ronselen en in bezit te houden.

Dat betoogt Bart van Es, Britse letterkundige van Nederlandse afkomst. Van Es is fellow van St Catherine’s College in Oxford: „Ik kwam op de Elizabethaanse kindertheaters door het onderzoek voor mijn boek Shakespeare in Company. Nu werk ik dat uit voor een nieuw boek: Shakespeare’s Children.” De kindergroepen stamden uit de tijd van Hendrik VIII, maar beleefden tijdens Elizabeth en de toneelminnende koning James I een heropleving. Vroeger ging het vooral om zang en dans, bijvoorbeeld voor jongenskoren, nu ging het ook om toneel.

Van Es kwam het 16de-eeuwse kindermisbruik op het spoor door een rechtszaak van Thomas Clifton in 1601. Diens zoon Thomas was ook van straat gepikt op weg naar grammar school, maar Clifton liet het er niet bij. Van Es: „Hij eiste zijn kind op, waarop de groep op de vergunning wees: Dat kan niet, want wij mogen kinderen nemen zoals wij willen. Ik denk dat de theatergroep zich had verkeken op hoe belangrijk Clifton was. In de rechtszaak schetste Clifton uitgebreid de werkwijze van de kindertheaters. Een lijst van jongens die waren opgepikt en andere informatie. De rechter gaf Clifton zijn zoon terug en besloot dat de vergunning niet was bedoeld voor gentleman’s children.” Arbeiderskinderen en zwerfkinderen bleven vogelvrij.

De jongens werden ingezet voor avant-gardistische toneelstukken. Van Es: „Shakespeare maakte volkstheater, in de open lucht. Het kindertheater was theater voor binnen in het donker, en ook de inhoud was duisterder. Het was elitair literair theater voor hooggeplaatste mannen. De inhoud was gevaarlijker dan die van het volkstheater: politiek en seksueel expliciet, vaak satire. Hier gebeurden dingen die God niet goedvond. Schrijvers als Marlowe, Jonson, Middleton schreven graag voor kinderen. Ze hadden meer controle op dit soort theater. Vaak komen zijzelf voor in de stukken, als ‘de schrijver’.”

Als belangrijkste voorbeeld noemt Van Es The Children of the Chapel, een groep in het Blackfriar’s Theatre, die voortkwam uit het jongenskoor van het voormalige klooster. Christopher Marlowe schreef voor hen bijvoorbeeld The Tragedy of Dido, Queene of Carthage (rond 1594). Van Es: „Daarin zit een sterk seksueel element.”

De onderzoeker wijst op een scène waarin oppergod Jupiter met de ‘sieraden’ van de mooie prins Ganimedes speelt. The Children of the Chapel speelden geregeld voor het hof, maar vielen ook vaak in ongenade door de controversiële inhoud van de stukken.

Maar waarom kinderen? Van Es: „Ik denk dat die beter te drillen waren. Ze deden precies wat de schrijvers wilden, ze konden formelere teksten aan, ze spraken Latijn. Terwijl de acteurs in volksgroepen als die van Shakespeare eigenwijzer waren, ongeschoold, ze wilden inspraak in de tekst.”

Shakspeare gaat volgens Van Es vrijuit. In zijn toneelstukken speelden kinderen weliswaar de vrouwenrollen, maar de acteurs werden niet geronseld: „Hij gebruikte vrijwillige stagiairs, die later ook in het theater gingen werken.”

Uit de toneelspelersscène in Hamlet (rond 1600) blijkt volgens Van Es dat Shakespeare een hekel had aan het jongenstheater op de andere oever van de Thames. In het tweede bedrijf zegt Rosencrantz dat de toneelspelers uit de markt worden gedrukt door het kindertheater: „Maar er is een schare kinderen te voorschijn gekomen, kleine kuikens, die uit alle macht schreeuwen en even luid worden toegejuicht. Zij zijn nu in de mode.” Later, in 1608, trok Shakespeare’s gezelschap The King’s Men in het Blackfriar’s Theater en drukte het kindertheater eruit.

Geen kindermisbruik bij Shakespeare dus. Van Es’ op stapel staande boek zou dus geen Shakespeare’s Children maar bijvoorbeeld Ben Jonson’s Children moeten heten.

Van Es: „Ja, maar dan had u me niet gebeld.”