Museum dat durfde te experimenteren

Op 1 juli sluit Almere Museum De Paviljoens voorgoed. In 2010 en 2011 werd het nog tot de tien beste musea van het land gerekend.

Martin Creed: ‘Work No. 1562. Half the Air in a Given Space’, t/m 1 juli in De Paviljoens
Martin Creed: ‘Work No. 1562. Half the Air in a Given Space’, t/m 1 juli in De Paviljoens Foto Mark Kuipers

Van buiten is het kunstwerk van de Britse kunstenaar Martin Creed al van verre te zien door de glazen puien van Museum De Paviljoens in Almere. Duizenden vrolijk gekleurde ballonnen vullen de museumzalen tot zeker drie meter hoogte. Het is een feestelijk gezicht, maar te vieren valt er niets. Creeds Work No. 1562. Half the Air in a Given Space is de laatste tentoonstelling van De Paviljoens. Op 1 juli sluit het museum en na de zomer staan de vijf vaste medewerkers, inclusief directeur Macha Roesink, op straat.

Binnen blijken de monsterballonnen tot in alle hoeken en gaten bezit te hebben genomen van het lege gebouw. De kassamevrouw is uit haar ruimte verdreven, de directeur uit haar kantoor. Er doorheen waden is een claustrofobische ervaring. Zodra je een stap zet, beginnen de ballonnen te piepen en te kraken – als een oude trein die in beweging komt. Je haren worden statisch. Je raakt gedesoriënteerd. En je bent blij als je aan het eind van de museumzaal weer even naar adem kunt happen.

Met het werk van Turner Prize-winnaar Creed heeft het museum gekozen voor een spectaculair einde. „We wilden niet stilletjes de kunstwerken uitruimen”, zegt Roesink. „Deze installatie is een viering van de tijdelijkheid. Toen ik twaalf jaar geleden aantrad als directeur, kreeg ik al in de eerste maand van mijn proeftijd te horen dat de gemeente Almere van het museum af wilde. Steeds werd gezegd dat het museum het jaar erop zou sluiten, en steeds werd die datum uitgesteld. Het dwong ons om heel flexibel te zijn.”

Museum De Paviljoens werd in 1994 opgericht door de gemeente Almere als opvolger van Aleph, een tentoonstellingsruimte in de kelder van het stadhuis. Als nieuwe huisvesting dienden de Aue paviljoens die waren ontworpen voor de Documenta in Kassel van 1992.

Terwijl andere Nederlandse musea geld staken in nieuwe gebouwen, liet De Paviljoens in de afgelopen twintig jaar zien dat het mogelijk is een volwaardig programma te draaien in stalen containers. Het museum blonk uit in solotentoonstellingen van Nederlandse kunstenaars die naam hadden gemaakt in de jaren negentig – zoals Job Koelewijn, Germaine Kruip, Yael Davids, Barbara Visser en Suchan Kinoshita – en die toe waren aan een mid-career overzicht. Daarmee vulde De Paviljoens een lacune die door de langdurige sluiting van het Stedelijk Museum in Amsterdam was ontstaan.

In Almere kregen die kunstenaars de vrije hand om te experimenteren. Dat leidde tot spraakmakende exposities. Zo werden voor de installatie Museum of Contemporary African Art (2009) van Meschac Gaba muren afgebroken en kantoorruimtes leeggehaald. Roesink: „Alles moest kunnen. Ik gaf de kunstenaars nooit een vast budget mee. Ik wilde in de eerste plaats hun ideeën horen.” Dus toen Job Koelewijn in 2004 voorstelde om alle museumwanden te bekleden met 120.000 bouillonblokjes waarop dichtregels waren geprint, regelde Roesink dat 1.600 middelbare scholieren een hele dag bouillonblokjes van wikkels voorzagen.

Voor die durf om experimenten aan te gaan, kon De Paviljoens binnen de kunstwereld op veel waardering rekenen. In 2005 ontving het museum namens de Nederlandse kunstkritiek de AICA-oorkonde, en in 2010 en 2011 werd het door tijdschrift Kunstbeeld tot de tien beste musea van Nederland gerekend. Maar de gemeente vond dat het museum te weinig bezoekers trok – in 2012 zeventienduizend – en draaide de geldkraan dicht.

„De invloed die de politiek heeft op kunst in Nederland is heel groot”, zegt Roesink. „Dingen mogen stoppen. De Paviljoens hoeven absoluut niet heilig verklaard te worden. Ik heb alleen moeite met de manier waarop met verdraaiing van feiten dit einde tot stand gekomen is. Dat doet zeer.”