Moeder van de vredesbeweging

Onder aanvoering van Sienie Strikwerda beleefde Nederland de grootste demonstratie ooit: die tegen de kruisraketten.

Sienie Strikwerda in 1987
Sienie Strikwerda in 1987

Ze was begin jaren tachtig zogezegd het ‘moederlijke’ gezicht van de Nederlandse vredesbeweging: de afgelopen zondag op 91-jarige leeftijd overleden Sienie Strikwerda. Voorzitter van het – activistische spelling – Komité Kruisraketten Nee, een bont samenwerkingsverband van vredesorganisaties, actiegroepen en politieke partijen dat in 1983 in Den Haag 550.000 mensen op de been wist te krijgen om te demonstreren tegen de voorgenomen plaatsing van 48 met kernkoppen geladen kruisraketten in Nederland.

Het was daarmee de grootste demonstratie die ooit in Nederland is gehouden. Decennia later was Strikwerda er nog altijd trots op dat de massale manifestatie van het Komité op geen enkele manier uit de hand gelopen was. Maar ook binnen het samenwerkingsverband van zo’n veertig verschillende groepen wist ze met haar natuurlijke gezag de vrede te bewaren, zeggen medestrijders uit die tijd.

Strikwerda, die als vrijwilligster godsdienstles gaf op middelbare scholen, was afkomstig uit de Nederlandse Christen Vrouwenbond en werd eind jaren zeventig actief in de organisatie Vrouwen voor Vrede. Voor de eerste demonstratie die het Interkerkelijk Vredesverband (IKV) tegen kruisraketten organiseerde, kwamen in 1981 400.000 mensen naar Amsterdam. Daarna besloten verschillende groepen hun activiteiten te bundelen in het Komité Kruisraketten Nee. Strikwerda werd voorzitter. Onder haar leiding werd vooral het logo van het Komité bekend: een vrouwtje dat een raket wegschopt, van politiek tekenaar Rob Wout (Opland).

„Wij toonden aan dat de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten volslagen verkeerd bezig waren. De Koude Oorlog was een schijngevecht, dat bovendien de Sovet-Unie totaal uitputte. Die boodschap sprak aan; mensen waren daar gevoelig voor”, zei Strikwerda twaalf jaar geleden in een vraaggesprek met het Historisch Nieuwsblad.

In de binnenlandse politiek zorgde het debat over de plaatsing voor veel spanning. Die sloeg met name neer in het CDA, toen nog met 45 zetels. De achterban was zwaar verdeeld. Na de demonstratie van 1983 volgde een volkspetitionnement tegen de plaatsing. In 1985 overhandigde Strikwerda premier Lubbers in de Haagse Houtrusthallen ruim 3,7 miljoen handtekeningen.

Zijn kabinet had toen al besloten voorwaardelijk 48 raketten op de vliegbasis Woensdrecht te plaatsen. Uiteindelijk zijn die kruisvluchtwapens nooit gestationeerd; de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie bereikten in 1987 een ontwapeningsakkoord.

Het Komité Kruisraketten Nee stond toen al in de slaapstand. Strikwerda ging zich bezighouden met de zorg voor ouderen. Daarover zei zij in 1998 in een vraaggesprek met dagblad Trouw: „Da’s zo jammer, hè? Als je dan eindelijk zover bent dat je denkt een beetje te kunnen zien wat er in dit leven speelt, gaat het met je mee het graf in. Zo gaat dat.”