Hypotheekplan nog wankel wegens risico's

Het kabinet hoopt dat pensioenfondsen de woningmarkt kunnen vlottrekken. Maar twijfelt zelf ook over het plan vanwege de risico’s.

Er was verwondering toen bankier Kees van Dijkhuizen in maart met een groots plan voor de woningmarkt kwam. Op verzoek van minister Blok (Wonen, VVD) had hij gekeken of pensioenfondsen en verzekeraars wilden beleggen in Nederlandse hypotheken.

Het was eigenlijk een oud plan dat eerder strandde door „gehakketak” tussen partijen. In twee maanden leek het Van Dijkhuizen, inmiddels financieel directeur van ABN Amro, wél gelukt om ‘institutionele beleggers’, banken, departementen en sociale partners te verenigen.

Tjerk Kroes, strategisch directeur bij pensioenbeheerder APG, zou het plan uitwerken en dit voorjaar al rapporteren. Maar nu is het uitgerekend het kabinet dat terughoudend is en meer tijd neemt voor een besluit. Zes vragen over het hypotheekplan.

1 Wat is het plan?

Nederland heeft een gat, een ‘financieringsgat’. Alle huiseigenaren hebben samen een hoge hypotheekschuld (circa 650 miljard euro), waar veel minder spaargeld (circa 375 miljard euro) tegenover staat. Hetzelfde geldt voor bedrijven. Nederland heeft wél een enorme pensioenpot (900 miljard euro), want werkenden sparen vooral via hun pensioenopbouw. Als pensioenfondsen en verzekeraars een deel van hun vermogen zouden beleggen in hypotheken, zijn banken én huiseigenaren geholpen, is het idee. Kapitaal aantrekken op de kapitaalmarkt is duurder geworden door de crisis. De hypotheekrente zou omlaag kunnen als banken zelf goedkoper kunnen lenen. Goedkopere hypotheken betekent meer woningverkopen en meer woningbouw en dat is goed voor de economie.

2 Hoe werkt het?

Banken verkopen hun hypotheken vaak in pakketten door aan beleggers om kapitaal op te halen. Het plan van Van Dijkhuizen lijkt hierop, maar is een tikkeltje groter. Banken brengen het veiligste deel van hun hypotheken, de leningen met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) tegen een restschuld bij gedwongen verkoop, onder in een nieuwe instelling. Deze Nederlandse Hypotheek Instelling (NHI) geeft ‘hypotheekobligaties’ uit met 100 procent staatsgarantie, vergelijkbaar met staatsobligaties. De geldstromen gaan in twee richtingen: met het vermogen dat de pensioenfondsen en verzekeraars in de obligaties beleggen, kunnen banken nieuwe hypotheken verstrekken. Andersom betalen de banken de beleggers terug met de maandelijkse aflossingen die ze krijgen van huiseigenaren.

3 Wat zijn de bezwaren?

Je kunt je afvragen: wat is nieuw aan dit plan? Voor NHG-hypotheken staat het Rijk nu – indirect – ook al garant. De meerwaarde van het plan zou echter zijn dat de overheid die borging verzilvert. De hoop is dat de plakker van ‘100 procent staatsgarantie’ op de nieuwe hypotheekobligaties met name buitenlandse beleggers trekt. Het plan kan verder alleen slagen als ook buitenlandse banken toetreden tot de hypotheekmarkt. Zo wordt de concurrentie vergroot én kan de hypotheekrente dalen. Nieuw is dat de overheid in het plan het volledige risico gaat dragen voor de hypotheken van omvallende banken, in Nederland en over de grens. Ook staat de overheid garant als banken meer dan 5 procent verlies lijden op hun hypotheken door wanbetaling. De risico’s voor de overheid worden dus groter, al is de strikte voorwaarde dat het Rijk niet méér risico mag lopen. De staat staat al garant voor circa 470 miljard euro en moet de AAA-kredietstatus van Nederland bewaken.

4 Wat wil het kabinet?

Het kabinet wil de overheidsrisico’s afdekken door van de banken een premie te vragen. Hiermee kan de overheid een buffer aanleggen en haar financiële stabiliteit verzekeren. Een stimuleringsplan zonder premie zou door Brussel ook als staatsteun aan banken gezien kunnen worden, en dat mag niet zomaar. Maar hoe hoog die premie moet worden, moet de overheid nog narekenen. Een te lage premie is slecht voor het Rijk, een te hoge premie zal banken afschrikken.

5Diederik Samsom zei gisteren toch juist dat pensioenfondsen wel moeten investeren?

De PvdA-leider wil pensioenfondsen en institutionele beleggers „verleiden”, zei hij gisteren in een interview in de Volkskrant. Maar hoe precies, dat laat hij over aan het kabinet. Een mogelijkheid die hij opperde is bijvoorbeeld belastingvoordelen in ruil voor investeringen in de hypotheekmarkt.

6 Zijn er meer oplossingen?

Om het risico voor de overheid te verkleinen, stelt Van Dijkhuizen voor om de eenmalige premie voor Nationale Hypotheek Garantie (0,85 procent van de totale hypotheek) te verhogen naar 1,5 tot 2 procent. Hiermee kan het waarborgfonds achter de NHG zijn buffer verhogen.

Verlaging van de NHG-grens (alleen voor woningen tot 290.000 euro per 1 juli) naar de gemiddelde woningwaarde (220.000 euro) is ook een optie. Zo wordt de NHG een regeling voor een kleinere groep mensen, met minder risico voor de staat. Keerzijde: hoe kleiner deze groep wordt, hoe kleiner ook het effect van het plan. Bij de Rabobank, de grootste hypotheekverstrekker van Nederland, bestaat bijvoorbeeld slechts eenvijfde van de portefeuille uit NHG-hypotheken.