Aanval is de beste manier om de klant te tackelen

Columnist Marcel van Roosmalen was bij een vitaliteitsbattle Doel daarvan is dat werknemers meer moeten sporten Het meest bizarre idee: papieren bekertjes met leuzen als ‘Vandaag neem ik de fiets’ Sport & Zaken is een stichting die probeert een brug te slaan tussen het bedrijfsleven en sport. Met slogans als ‘goud op de werkvloer’ en

Columnist Marcel van Roosmalen was bij een vitaliteitsbattle Doel daarvan is dat werknemers meer moeten sporten Het meest bizarre idee: papieren bekertjes met leuzen als ‘Vandaag neem ik de fiets’

Sport & Zaken is een stichting die probeert een brug te slaan tussen het bedrijfsleven en sport. Met slogans als ‘goud op de werkvloer’ en ‘goed voorbeeld doet goed volgen’ proberen ze werknemers aan het sporten te krijgen. In het hoofdkantoor van IBM werd voor de tweede keer een vitaliteitsbattle voor young professionals georganiseerd. Teams van veertien bedrijven probeerden binnen een dag een plan van aanpak te maken om meer collega’s aan het sporten te krijgen.

Wij hebben allemaal een stukje sportiviteit in ons rugzakje

Ex-bokser Arnold Vanderlyde was aangetrokken als motivator en jurylid. Toen ik erin viel was hij verwikkeld in een betoog over ‘de magische driehoek van passie, vertrouwen en integriteit’. In de zaal zaten de young professionals, jongens en meisjes van nog geen dertig met een vaste baan. Allemaal in trainingspak met bedrijfslogo. Eén voor één lieten de groepjes hun ‘bedrijfsyell’ horen, die van KPN – Kaaa-Peee-Energy!!!! – bleef hangen.

Terwijl ik keek hoe ze elkaar op commando van Arnold vastpakten, hoe ze met elkaar stoeiden en hoe ze elkaar daarna sloegen werd ik aangesproken door Karin Groendijk-Speijers, communicatiemanager van Sport & Zaken.

„Energieke club niet?” Ze had zich ten doel gesteld om mij het belang van sporten op de werkvloer duidelijk te maken. Sportieve werknemers waren volgens haar fitter, energieker, stabieler, scherper, minder vaak ziek, vrolijker, slimmer en meer taakgericht dan hun niet sportieve collega’s. En stond sport ook niet voor teamspirit? Ergens samen voor gaan? Samen gaan voor goud?

Ze kon als ze wilde de onderzoeksrapporten voor me opvragen waarin dat allemaal wetenschappelijk werd aangetoond, maar dat deed ze niet omdat ze aan mijn ogen zag dat ik het allemaal wel geloofde. Groot probleem, volgens Karin dan, was dat het sporten er door de drukke werkzaamheden vaak bij inschoot. Daarom was deze dag zo nuttig.

„Er loopt ook een team van een bedrijf als de Nederlandse Spoorwegen tussen. Conducteurs en machinisten die nadenken over hoe ze sportief bezig kunnen zijn tijdens hun werk.”

Karin zei dat het goed was dat er over die vraag werd nagedacht want zelf had ze ondanks de sportieve huisvesting – het kantoor van Sport & Zaken staat op sportcentrum Papendal – ook de grootste moeite om sportief bezig te blijven. „Wij stimuleren elkaar enorm om te blijven bewegen. Bijvoorbeeld door samen na werktijd te gaan sporten.” Ik had ook ooit een kantoorbaan, het leek me vreselijk als ik na werktijd met die mensen had moeten sporten.

Karin: „Echt waar? Daar kan ik me niets bij voorstellen.”

Daarna: „Waarom dan? Waarom dan? Waarom dan?”

Ik: „Alleen al het samen douchen.”

Ze keek naar Arnold Vanderlyde en zei een diepe bewondering te voelen.

„Die man heeft drie keer brons gewonnen op de Olympische Spelen. Iedere keer ging hij de strijd aan met zichzelf om zich te verbeteren. Ik denk dat de young professionals veel van hem kunnen leren.”

Arnold was nu bezig met het beantwoorden van de vraag ‘Wie ben ik en wie wil ik zijn?’

Hij was nu zover dat hij vol overtuiging kon zeggen ‘Ik ben Arnold Vanderlyde en ik wil Arnold Vanderlyde zijn’, maar daar was een jarenlange worsteling aan vooraf gegaan. Sporten en bewegen hadden hem geleerd doelen te stellen en te focussen en dat wilde hij graag over brengen zodat de young professionals de klant met vertrouwen tegemoet konden treden.

Arnold schreeuwde aanwijzingen.

„Denk aan je dekking, je back-up, je plan.”

„Aanval is de beste manier om de klant te tackelen.”

„Zelfvertrouwen, zelfvertrouwen, zelfvertrouwen.”

Na een korte pauze waarin de young professionals zich te goed deden aan vruchtensap en gezonde snacks presenteerden de bedrijfteams hun plannen. Het meest bizarre idee kwam van het team van de gemeente Den Haag dat de papieren bekertjes in de kantine wilde laten bedrukken met leuzen als ‘Vandaag neem ik de fiets’, ‘Ik ga straks lekker sporten’ en ‘Ik eet gezond’.

Het team van KPN kwam met het idee om alle werknemers een stappenteller en een applicatie met lunchwandelingen uit te rusten. Ze konden zich zo voorstellen dat het samen wandelen naast gezond ook qua netwerken interessant was. „De kans bestaat dat je tijdens de wandelingen rondom het hoofdkantoor dezelfde route loopt als onze topman. Dan maak je toch op een andere manier contact.”

Winnaar werd het team van Capgemini dat een online sportplatform wilde lanceren waarop werknemers hun prestaties en vorderingen konden delen met collega’s. Vanderlyde: „Yeah! Wow! Wat een goed plan! Competitie is motivatie!” Hij maakte een paar snelle boksbewegingen en deelde daarna de prijzen uit.

Na afloop sprak ik met wat young professionals. Ze hadden het zonder uitzondering een hele fijne dag gevonden.

„Het was goed voor de teamspirit!”, zei een meisje dat bij de Arbodienst werkte. „Ik heb nu al weer zin om er maandag met collega’s vol voor te gaan. Als je bij de Arbodienst werkt moet je het goede voorbeeld geven. Ik denk dat wij allemaal een stukje sportiviteit in ons rugzakje hebben.”

Haar collega’s kwamen om haar heen staan. Ze deden samen hun yell.

„Wij hebben de sportiviteitsprijs gewonnen. Tijdens het sporten deelden we flesjes water uit aan de andere teams. Lekker dat Arnold dat oppikte. Wij zijn er om er voor te zorgen dat de andere teams goed functioneren.”

Daarna kwam de uitsmijter: „Ik denk dat dat goed is voor de economie.”

Ik nam afscheid.

Persmevrouw Karin zei dat ik er maar een leuk stukje van moest brouwen en vroeg zich af of ik alle blije gezichten wel had gezien. Ja, dat had ik.

Karin: „Dat komt door het bewegen, echt dat komt door het bewegen!” En Arnold zei dat hij wel tegen een stootje kon. Hij maakte wat boksbewegingen in de lucht en zei dat wij bij de krant ook maar eens samen moesten gaan sporten.

„Dan zijn jullie echte winners!”

Als ik wilde kwam hij – tegen betaling, dat wel – graag langs om de door hemzelf ontwikkelde Vanderlyde-methode op de journalisten en krantenbezorgers los te laten. Ik kende de methodiek nog niet, maar het begon volgens Arnold allemaal met de ‘V’ van vertouwen en eindigde met de ‘E’ van energie. „En dan hebben jullie allemaal een boost gehad.”