Nooit eerder werd zo'n duur stadion gebouwd

Vandaag praat de Rotterdamse gemeenteraad over een nieuw voetbalstadion Volgens deskundigen wordt dat veel duurder dan nodig Daardoor zijn de risico’s voor de gemeente onnodig groot

correspondent Rotterdam

Komt er wel of geen nieuwe Kuip? Vanaf vandaag vergadert de gemeenteraad van Rotterdam over het plan om het 75 jaar oude Feyenoord-stadion te vervangen. De sportwethouder kondigde onlangs al trots aan dat er een „nieuw icoon” aan de Maas komt te staan.

Een icoon met een prijskaartje. De totale kosten van het stadion zijn waarschijnlijk zo’n 400 miljoen euro, bleek vorige week uit doorrekening van de plannen.

Er is veel overheidsgeld mee gemoeid. Rotterdam koopt voor 35 miljoen de grond onder het stadion, past voor nog eens 36 miljoen de infrastructuur aan, en staat garant voor 165 miljoen. Mocht het project floppen, dan is de stad dat geld kwijt.

‘Het Nieuwe Stadion’, zoals het bouwproject nu heet, is uniek in zijn soort. Nooit eerder werd in Nederland zo’n duur stadion gebouwd.

Volgens de door Feyenoord verstrekte gegevens bedragen de bouwkosten 235 miljoen euro. Diverse posten zijn echter nog buiten beschouwing gelaten, zoals het honorarium van de architect en de onvoorziene kosten. Tel je die wel mee, dan kom je uit op 278 miljoen – oftewel 4.412 euro per zitplaats.

‘Onderzoek naar garantiestelling’

Dat is veel duurder dan andere nieuwbouwstadions. Diverse deskundigen zeggen dat er een gerede kans is dat Het Nieuwe Stadion voor te veel geld wordt gebouwd. Zij dringen aan op een onderzoek naar de garantiestelling die de gemeente Rotterdam van plan is af te geven.

Een vergelijking. Een van de modernste stadions van Nederland staat in Arnhem: het Gelredome van profclub Vitesse, met 30.000 plaatsen en een dak. De bouw ervan kostte 70 miljoen. Omgerekend is dat 2.333 euro per zitplaats. Het andere, grote nieuwbouwstadion is de Amsterdam Arena, van Ajax. Dat kostte 2.528 euro per zitplaats – al is de parkeerplaats niet in de prijs meegenomen.

Deze twee stadions zijn vijftien jaar geleden gebouwd, toen alle prijzen lager waren. Daarom is ook een vergelijking met recentere voorbeelden op zijn plaats.

Het in 2002 gebouwde onderkomen van de Duitse club Wolfsburg bijvoorbeeld. Kostprijs: 1.766 euro per plaats. De Spaanse club Espanyol liet in 2009 een stadion bouwen van 62 miljoen, voor 42.000 toeschouwers. Dat is 1.476 euro per zitplaats. Naar verhouding dus veel goedkoper dan het beoogde Feyenoord-stadion.

Er zijn ook voorbeelden van duurdere stadions. Zo kostte het stadion van Champions Leaque-winnaar Bayern München veel meer dan het nieuwe Feyenoord-stadion terwijl het ongeveer evenveel zitplaatsen heeft. Maar het Bayern-stadion is ontworpen door bekende Zwitserse architecten. Als de architect samen met de bouwer een ontwerp opstelt, zoals Feyenoord doet, zou dat moeten leiden tot veel lagere kosten. Bovendien is Bayern een veel grotere club, met een begroting die elf keer zo groot is dan die van Feyenoord.

Jos Verveen, raadslid van coalitiepartij D66, vergeleek de bouwkosten met die van stadions die recentelijk volgens de laatste UEFA-normen zijn gebouwd. Wat blijkt: de prijs per zitplaats van deze stadions ligt tussen de 1.500 en 2.900 euro. Ver onder de kostprijs van Feyenoord. Verveen vindt dat de prijs van de nieuwe Kuip „zo scherp mogelijk” moet zijn en wil van de gemeente weten waarom de kosten van het beoogde Feyenoord-stadion zo sterk afwijken van de UEFA-rekenvoorbeelden. Verveen: „Is de nieuwe Kuip te duur?”

We leggen de vraag voor aan FCC Construcción, een internationaal bouwconcern dat tientallen voetbalstadions neerzette in Europa en daarbuiten. Volgens de bouwer kan de nieuwe Kuip voor minder geld worden gerealiseerd. „Het kan zelfs voor de helft van de prijs”, zegt Martijn Walraven, directeur Benelux van FCC Construcción. Hij vergelijkt het nieuwbouwplan met het stadion van de Spaanse topclub Valencia, met 75.000 zitplaatsen en een drielaags-parkeergarage. FCC Construcción bouwt het voor zo’n 88 miljoen. „Als je daar een uitschuifbaar dak bij wilt en rekening houdt met de hogere lonen en sociale lasten in Nederland, blijf je ruim onder de 200 miljoen”, zegt Walraven. „Dat is een reële prijs als je hier een stadion gaat bouwen”.

Feyenoord rekent bijna een derde meer. Waarom?

VolkerWessels gaat het stadion bouwen. Het bedrijf won vooraf een bieding van ontwikkelaar BAM. Naast bouwer van het stadion treedt VolkerWessels ook op als financier. Dat is de constructie die Feyenoord heeft bedacht. Partijen die leningen verstrekken, krijgen contracten. Ze mogen de catering gaan verzorgen, of een deel van de bouw verzorgen. Het stadion „gebruikt” opdrachten „als lokmiddel om kapitaal te krijgen”, schrijft sporteconoom Tsjalle van der Burg van de Universiteit Twente in een rapport. Volgens Van der Burg leidt dit tot hogere kosten: aannemers en leveranciers worden „gecompenseerd” voor hun bijdrage aan de financiering. En ze hoeven geen rekening te houden met concurrentie.

Hoogleraar Europees bestuursrecht Elies Steyger, verbonden aan de Vrije Universiteit, dringt aan op een „grondig onderzoek” naar de hele constructie. Ook zij acht het goed mogelijk dat er teveel betaald wordt voor de nieuwe Kuip. „Als je een keuken koopt, ga je bij verschillende keukenboeren langs. Doe je dat niet, dan verhoogt het de kans dat de prijs hoger uitvalt”, zegt ze. „En in het geval van de nieuwe Kuip betekent het dat Rotterdam een veel hogere garantie afgeeft dan nodig. Dat kan worden gezien als staatssteun.”

Verschillende belangen

De Europese Commissie staat erg kritisch tegenover staatssteun voor voetbalclubs. Zij doet nu onderzoek naar vijf Nederlandse gemeenten die mogelijk verkapte staatssteun hebben gegeven aan voetbalclubs.

Ook in de gekozen constructie van Feyenoord spelen „verschillende belangen” door elkaar, stelt ‘staatssteunexpert’ Martijn Jongmans vast. „Er zijn partijen met een dubbele pet op.” Ontwikkelaar VolkerWessels mag als bouwer en opdrachtgever facturen naar zichzelf sturen. De gemeente kan dit proberen te ondervangen door extra contractuele waarborgen af te sluiten, zegt Jongmans. Zo moet worden getoetst of alle prijzen marktconform zijn, en kan de gemeente afspraken maken met de ontwikkelaars over het maximale rendement. Maar dan nog, zeggen de deskundigen, is de kans groot dat de prijs hoger uitvalt dan als er een openbare aanbesteding zou plaatsvinden.

„Had je dat wel gedaan”, zegt Walraven van stadionbouwer FCC Construcción, „dan zou de gemeente Rotterdam nu voor een veel lager bedrag garant hoeven staan”. Het bedrijf had samen met aannemer TBI een bieding willen doen, maar het lukte niet bij Feyenoord aan tafel te komen.