Londen luistert mee

Vergeet het Amerikaanse meekijk- en afluistersysteemPRISM. Binnen de Europese Unie gaat een lidstaat een stap verder. Het Verenigd Koninkrijk blijkt met de inlichtingendienst GCHQ álle digitale communicatie door het glasvezelnetwerk tussen Europa en de VS actief te volgen.

Weet de Tweede Kamer daarvan? Is dit afgesproken met Nederland? Bestaat er een verdrag waarin dat is geregeld? Wellicht binnen de EU? Het antwoord is nee, tenzij de premier of de minister van Justitie ons alsnog voorlicht.

Volgens de Britse krant The Guardian zijn de omvang en reikwijdte van het programma Tempora ook voor de Britse burger nieuw. Sinds begin 2012 tapt de overheid er 200 internationale glasvezelkabels af. De wettelijke onderbouwing van het programma zou verouderd zijn, het toezicht zwak, de maatstaf voor gebruik en de toegang ertoe echter zeer royaal.

Als dat echt zo is, dan is Tempora een schending van het contract tussen de Britse burger en zijn overheid, tevens een aperte inbreuk op de Nederlands-Britse betrekkingen. Die gaan immers uit van soevereiniteit, van eigen rechtstelsels, van samenwerking op basis van democratisch gecontroleerde verdragen. Inzage, afluisteren, inkijken, volgen – het is allemaal mogelijk mits ingebed in wederzijdse rechtshulp, met rechterlijke en parlementaire controle.

Geen land heeft buiten oorlogstijd het recht ongebreideld en in het geheim burgers in een ander land af te luisteren, hun post te openen of hun internetgedrag te controleren. Binnen de EU is zoiets nog schokkender. Het vergroot de twijfel aan de Europese gezindheid van Londen. Kennelijk heeft het Verenigd Koninkrijk geen scrupules als het gaat om de grondrechten van mede-Europeanen.

In Duitsland constateerde dagblad Die Welt dat het Duitse recht op digitale privacy door Londen integraal is opgeheven. Zonder enig overleg, zonder democratische of juridische dekking. In een land waar men net de Stasi-afluisterpraktijken heeft afgeschud, komt dat hard aan. De basale vraag ‘hoe gaan wij met elkaar om’ in de EU dringt zich op.

Soevereiniteit mag in een wereld van gedigitaliseerde netwerken geen illusie worden. Net zomin als het recht op privacy of beginselen als proportionaliteit en subsidiariteit. Systemen als PRISM en Tempora mogen alleen worden gebruikt als daar democratisch draagvlak voor is en juridische kaders worden gerespecteerd. Burgerrechten vernietigen om ze te kunnen behouden, is geen geloofwaardige strategie. Ook niet in de ‘oorlog’ tegen terreur. Een rechtsstaat is altijd te verkiezen boven een preventieve toezichtsstaat.