Fietsstad

Hoe kijkt een Amerikaan naar Amsterdam als fietsstad? Daarvoor konden we vorige week terecht in The New York Times, die verslaggever John Tagliabue naar Amsterdam had gestuurd. Hij kwam terug met een zorgelijk verhaal over een tsunami van fietsen die de stad overspoelt: 880.000 fietsen op 800.000 bewoners.

Overal waar hij kwam zag Tagliabue overvolle fietsstallingen, lukraak geparkeerde fietsen en fietsers (achter het Centraal Station) die opstoppingen veroorzaakten. Hij hoorde steeds meer mensen iets zeggen wat nog niet zo lang geleden ondenkbaar was: er zijn te veel fietsen. „Terwijl steden als New York zich beijveren om mensen op de fiets te zetten, probeert Amsterdam zijn fietshorden onder controle te krijgen”, constateert Tagliabue.

We moeten de verslaggever enige overdrijving gunnen, al was het alleen maar om een pakkende kop mogelijk te maken: „The Dutch prize their pedal power, but a sea of bikes swamps their capital.” Maar we weten allemaal dat hij hier een punt heeft. De fiets is door zijn alomtegenwoordigheid in Amsterdam een soort duif geworden die als hinderlijk wordt ervaren. Hij schijt de stad onder met zijn roest.

Interessanter nog dan Tagliabues reportage zijn de 385 reacties van de veelal Amerikaanse lezers op de website van de NYT onder het artikel. Daar spreekt vaak een opvallende liefde voor Amsterdam uit.

„Ik bracht in mei zes geweldige dagen in Amsterdam door”, schrijft Vicky uit Los Angeles. „Prachtige stad. En hoewel de fietsers zich niet erg om de voetgangers bekommeren, was het mooi om te zien hoe al die mensen naar hun werk fietsten en hoe moeders in allerlei soorten manden hun kinderen vervoerden. De mensen zijn slank en lang, misschien wel van dat fietsen.”

Toch sparen ze, net als Tagliabue, de stad niet. Een inwoner van New York vindt Amsterdam „geen prettige stad om te wandelen”. De stoepen in het centrum zijn vaak smal en lopen op de fietspaden is te gevaarlijk. Wat hem vooral tegenviel: doorgaans moet je eerst een fietspad oversteken voordat je de hele straat kunt oversteken; te vaak hebben de zebrapaden geen verkeerslichten en stoppen fietsers niet voor voetgangers.

Toevallig ondervond ik dat nog op dezelfde dag dat ik dit las. Ik stak een zebra op de Rozengracht over, twee jonge vrouwelijke fietsers negeerden het stoplicht, een van hen zou me hebben aangereden als ik haar fiets niet bij het stuur had teruggeduwd. Ze keek me angstig aan en riep: „Be careful!” Het was een Engelse die Nederlandse fietsers nadeed.

De Amerikaanse reacties in de NYT zeggen ook iets over de gepolariseerde stemming die in hun eigen land heerst. Mensen die vóór de fiets en tegen de auto in de stad zijn, worden als socialisten gezien. Eén lezer had daar om gevraagd, hij schreef: „Socialism works well in the Dutch model.” Hij voegde eraan toe dat je bij ons niet failliet gaat door medische kosten.

Dat moet je in Amerika niet hardop zeggen. „Please, enough with the communism”, schrijft een lezer uit Florida. „As our Cuban friends say, ‘we’ve seen this movie, it ends badly’.”

Gelukkig zijn er ook altijd lezers die rustig blijven. „Ik woon al mijn hele leven in New York”, schrijft Ira Leviton, „en bezocht onlangs Amsterdam. Ik zou willen dat New York de Amsterdamse fietsen en straten overnam, maar de metro hield. Het artikel richtte zich op het negatieve van te veel fietsen, niet op het positieve.”