De leiderloze revolutie

De demonstranten in Brazilië en Turkije organiseren zichzelf via social media Zonder leiders Maar tot wie kunnen de autoriteiten zich dan wenden voor een gesprek?

Myanmar's Pro-Democracy Leader Aung San Suu Kyi talks to reporters after meeting Indonesia's Foreign Minister Marty Natalegawa (unseen) in her home in Yangon December 28, 2011.REUTERS/Soe Zeya Tun (MYANMAR - Tags: POLITICS)
Myanmar's Pro-Democracy Leader Aung San Suu Kyi talks to reporters after meeting Indonesia's Foreign Minister Marty Natalegawa (unseen) in her home in Yangon December 28, 2011.REUTERS/Soe Zeya Tun (MYANMAR - Tags: POLITICS) REUTERS

Redacteur Buitenland

Dilma Rousseff, de president van Brazilië, heeft deze week een blind date. Ze heeft namelijk de leiders van de protesten die nu bijna twee weken gaande zijn in meer dan honderd Braziliaanse steden uitgenodigd voor overleg. Maar wie zijn die leiders? Niemand die het weet.

Aanvankelijk waren er nog wel kandidaten. De protesten begonnen in São Paulo bij een linkse pressiegroep voor gratis openbaar vervoer, Movimento Passe Livre. Na jaren actie in de marge kreeg de club, met niet meer dan veertig leden, door een prijsverhoging van buskaartjes opeens steun van duizenden stadsreizigers. De activisten waren „volledig verrast” , helemaal toen het protest oversloeg naar andere steden, vertelde een van hen, Douglas Belome, aan persbureau Reuters. Na enkele ontsporingen gelastten ze van schrik alle betogingen af.

Maar toen de coördinatie verdween, ging het protest pas echt los. De Brazilianen bleken niet alleen ontevreden over de prijs van het openbaar vervoer, maar ook over het slechte openbaar onderwijs, een nieuwe wet in Rio die onderzoek naar corruptie moeilijker maakt, en over de 10 miljard euro die Brazilië investeert in de organisatie van het WK-voetbal in 2014 en de Olympische Spelen in Rio in 2016.

Sindsdien zijn er bijna elke dag harde botsingen met de politie, van het noordelijke Belem tot Porto Alegre in het zuiden. Vaak gebeurt dat in de marge van voetbalwedstrijden voor de Confederations Cup. Morgen wordt het spannend in Belo Horizonte: Brazilië tegen Uruguay. Maar het kan ook rustig blijven: het protest verloopt onberekenbaar. „Social media helpen ons ons te organiseren zonder leiders”, vertelde de 22-jarige Victor Damaso de BBC. „We bespreken onze ideeën en onze eisen op Facebook. Er zijn geen vergaderingen, geen regels.”

Dit is niet de tijd van protestleiders. Dat bleek de afgelopen weken ook in Istanbul, waar rond het Taksimplein een heuse aversie tegen leiderschap op te tekenen viel van veel betogers. Nou ja, betogers: sinds kort zijn dat mensen die plotseling roerloos stilstaan in de straten en openbare gebouwen in Istanbul – typisch een vorm van leiderloos protest.

De opstandige eenling

De jongeman die als aanstichter van de stilsta-beweging geldt, Erdem Gündüz, is danser en performer. Zijn protest is niet alleen gestileerd, maar ook een welbewust citaat dat verwijst naar een eerdere opstandige eenling: de Chinese man die in 1989 in zijn eentje een colonne tanks tot staan bracht op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing.

Toch is Gündüz geen geestverwant van de actieleiders uit het historische lijstje hiernaast. Mobiliseren kan hij, dat was gemakkelijk via Twitter en #duranadam. Maar Günduz voelde feilloos aan waar de grens lag: hij moest geen persoonlijke politieke ambities hebben: „Ik ben niets”, vertelde hij in een interview. „Het gaat om het idee: waarom de mensen in verzet komen tegen de regering. De regering probeerde en wilde begrijpen waarom de mensen de straat op gaan.” Die grens was cruciaal. De protesterende Turken waren immers niet alleen boos op de autocratische stijl van premier Erdogan, die geen inspraak en kritiek tolereert, of het nu gaat om de verbouwing van het Taksimplein of onwelgevallige media. Ze willen hoe dan ook geen aanvoerders hebben. Leiders van Turkse oppositiepartijen kregen geen kans het protest te ‘kapen’. Liever vluchtig en ongrijpbaar dan ‘politiek’.

Voor het gezag is een leiderloze oppositie lastig: moeilijk aan te spreken en te controleren. Precies hetzelfde blijkt in Egypte, waar eind deze week een grote demonstratie wordt verwacht als climax van een handtekeningenactie om Egyptes president Morsi tot nieuwe verkiezingen te dwingen. Generaal Abdel-Fattah al-Sisi waarschuwt nu dat het leger ingrijpt als de situatie op 30 juni uit de hand loopt. Maar dat zal lastig worden. De actie is georganiseerd door een beweging die zich Tamarod (Rebellie) noemt. Ze haalde volgens de laatste stand van zaken al vijftien miljoen handtekeningen op. Zoals mede-initiatiefnemer Walid al-Masri eerder deze maand tegenover NRC-correspondent Gert van Langendonck in Kairo beschreef, wil Tamarod niet zelf de oppositie zijn, ze wil die „erbij betrekken”. Tamarod heeft een geest – die van Tahrir, zeg maar – maar geen gezicht.

Sommige leden van Tamarod waren eerder actief in de beweging Kefaya (Genoeg), die tussen 2004 en 2011 een belangrijke rol in het mobiliseren van het protest tegen president Mubarak. Even leek het tijdens de revolutie van 2011 of er uit die hoek nieuwe leiders zouden opstaan. Weet u nog: Wael Ghonim, de Egyptische Google-directeur die even een politieke wereldster werd door een Facebookpagina te promoten ter ere van een slachtoffer van de Egyptische politie? Er is nog een Ted-talk uit maart 2011 op internet te vinden waarin hij de sleutel tot succesvol protest via Facebook prijsgeeft: „Een pagina werd gemaakt. Een anonieme administrator nodigde mensen uit zich aan te sluiten bij de pagina. En we hadden geen plan.” Al snel deden duizenden mee, eerst in Alexandrië en later in Kairo, en kwamen de ideeën los. Eén ervan: „Hé laten we gaan stilstaan. De straat op gaan en stilstaan.” Na een uurtje gingen ze dan weer naar huis. Aanvankelijk viel het Egyptische leger de stilstaanders aan. Maar dat hielp niet: de protesten groeiden alleen maar. Uiteindelijk kozen de Egyptische generaals een andere tactiek: ze opereerden met berekenende terughoudendheid, en stelden zich soms op aan de kant van de betogers op. Dat werkte. Mubarak viel, maar het leger behield zijn macht. De betogers hadden geen leiders met wie ze de daarop volgende verkiezingen konden winnen. Ghonim is intussen weer in de anonimiteit verdwenen. De nieuwe president werd een Moslimbroeder, Mohammed Morsi. Hém kan het leger wel aanspreken.

Het recht om niet politiek te zijn

In Brazilië gaat het nu andersom: de politie grijpt hard in, het leger staat nu al met tanks klaar voor de finale van de Confederations Cup, zondag (dezelfde dag als de demonstraties in Kairo). Intussen probeert de Braziliaanse president Dilma Rousseff de betogers met lof en concessies tot bedaren te brengen. Het is nog maar de vraag of gekozen leiders, of ze nu een autocratische stijl hebben als Erdogan of een welwillende houding als Rousseff, het wel goed kunnen doen.

Want de betogers in Turkije, Brazilië en Egypte hebben behalve het ontbreken van leiders nog iets gemeen. Ze eisen allen een of andere vorm van inspraak: erkenning voor de stem van minderheden, van de niet-machtigen. Dat geeft deze bewegingen een democratische kleur. Maar tegelijk eisen velen het recht om niet-politiek te zijn: ze willen zich niet duurzaam organiseren, ze willen geen leiders – juist omdat ze politici wantrouwen. Ze willen een fijne stad, ze willen betaalbaar kunnen reizen met de bus en ze willen kunnen stemmen op leiders die leveren en hen verder met rust laten.

Probleempje: om te kiezen heb je wel meerdere kandidaat-leiders nodig, misschien zelfs met enige street credibility. En die produceren ze niet. Ze blijven stilstaan, roepen nee, en ze gaan weer naar huis.