De dag dat Berry van Aerle Europees kampioen werd

Vandaag 25 jaar geleden werd Oranje Europees kampioen. Dit is hoe Berry van Aerle die dag beleefde – de rechtsback die geen bijgeloof had, het shirt niet lelijk vond en altijd zijn best deed.

Ruud Gullit heeft op 25 juni 1988 de Coupe d’Europe ontvangen van UEFA-preses Jacques Georges. Rechts Berry van Aerle, naast hem Ronald Koeman.
Ruud Gullit heeft op 25 juni 1988 de Coupe d’Europe ontvangen van UEFA-preses Jacques Georges. Rechts Berry van Aerle, naast hem Ronald Koeman. Foto ANP

08:00 Goedemorgen, Willem

Berry van Aerle is eerder wakker dan Wim Kieft. Hij kijkt opzij, naar zijn kamergenoot in hotel Huber in Unterhaching, een stukje onder München. Het is zaterdag, 25 juni 1988. De dag van de EK-finale. Sovjet-Unie tegen Nederland.

Hij blijft nog even liggen onder de witte lakens. In aangrenzende kamers heerst enkel stilte.

Het zijn kleine kamers, kleiner dan hij gewend is. In het voorgaande seizoen reisde hij met PSV langs grote steden, onderweg naar wedstrijden voor Europa Cup I. Istanbul, Wenen, Bordeaux, Madrid, Stuttgart. In sommige hotels kon je een balletje hooghouden tussen bed en dressoir.

Nu kan Berry van Aerle sowieso niet hooghouden. Hooghouden doen ze maar een paar kamers verderop, waar Van Basten ligt. De spits van AC Milan schoot Oranje vier dagen geleden naar de finale, op een pass van Jan Wouters. Hij kon niet anders dan binnenschieten met een sliding, in een uiterste poging eerder bij de bal te zijn dan Jürgen Kohler van West-Duitsland. Diagonaal, als een biljartbal over het laken, schoof de bal over het gras van het Volksparkstadion, dat, zo jubelde commentator Evert ten Napel een paar seconden later, ‘van Oranje was’.

Van Basten. Die zou nog van tientallen meters afstand de kroon van een bierflesje kunnen schieten, bij wijze van spreken. Berry van Aerle niet.

Geklop op de deur, drie keer. Teammanager Carel Akemann. ‘Ja!’, roept Van Aerle, ten teken dat ze wakker zijn. Hij kent het strakke schema van Michels: om 9:00 uur wordt er ontbeten. Niet eerder, niet later.

Hij stapt onder de douche en peilt de spanning in zijn lichaam. Wedstrijdspanning, meer is het niet. Berry van Aerle heeft goed geslapen.

09:00 Het horloge

De bondscoach zit in de ontbijtzaal aan een van de grotere tafels, samen met de rest van de staf. Eromheen tafeltjes met drie of vier spelers. De sfeer is ontspannen als Van Aerle aanschuift.

Brood, kaas, melk, jus d’orange, een eitje. Er is een Nederlandse kok mee. Je bent in Duitsland en je weet maar nooit.

Gisteravond hebben ze Michels verrast. Gullit nam het woord toen de groep bij elkaar was in een zaaltje van het hotel. Hij bedankte de trainer voor de mooie tijd samen – het was een prachtige ervaring, zelfs als de finale verloren zou gaan. Toen kwam een horloge van een paar duizend gulden tevoorschijn. Op de achterkant: Bedankt, de groep Euro ’88.

Michels nam het horloge aan, keek ernaar, zijn keel ging op slot. „Ik zal het altijd dragen”, zei hij. En daarna dat hij zijn vrouw wilde spreken. Huilend belde hij haar vervolgens vanaf zijn hotelkamer.

De finale was dinsdag al gespeeld. Zo voelden veel Nederlanders het. Van Aerle belde naar huis en zijn vader vertelde hem over de uitzinnige taferelen op straat. De overwinning op West-Duitsland, vlak voor tijd en op hún grondgebied, had de anders zo nuchtere Nederlanders in lantaarnpalen doen klimmen, toeterend de snelweg over laten gaan, wildvreemden laten knuffelen.

Maar het had ook iets met de spelersgroep gedaan, merkt Van Aerle als hij bij het ontbijt om zich heen kijkt. Niet alleen hij is ontspannen, alle twintig zijn op hun gemak.

Nu de Sovjet-Unie nog. Toen Michels gisteravond wegliep om zijn vrouw te bellen, draaide hij zich bij de deur nog even om. Hij zei: „Als jullie morgen verliezen, geef ik dat klokkie terug.”

11:00 Barry

De wedstrijdbespreking gaat als altijd: Michels schrijft afkortingen op het bord – linksboven: ‘BvA’ – en spreekt de namen uit als een bemoedigende, maar opruiende stomp tegen de schouder. ‘Barry!’, zegt hij. Meer niet. Van Aerle is eraan gewend dat zijn voornaam verhaspeld wordt door Michels. Hij weet ook wat het betekent: uitleg overbodig, je weet wat je moet doen.

Assistent-trainer Nol de Ruiter doet de spelhervattingen. Wie waar dient te staan op welk moment. Bij corners voor Oranje blijft Van Aerle achterin staan, zo is het lang geleden al afgesproken. Zo kunnen Rijkaard en Van Tiggelen naar voren en moet elke counter van de tegenstander langs Turbo Berry zien te komen.

Dan loopt Michels één voor één langs zijn spelers. Hij staat voor Van Aerle. Geeft hem een hand en kijkt hem recht in de ogen. Hier staat een coach die meer kan zeggen met een handdruk dan met pijltjes die looplijnen moeten uitleggen. Dat hoeft ook niet. Ze weten wat ze moeten doen, wie de tegenstander is, wat ze de vorige keer fout deden.

Ze weten dat ze 1974 kunnen uitwissen.

14:00 Het

shirt van je land

Als de bus de parkeerplaats van het Olympiastadion is opgedraaid, loopt de groep via de sintelbaan naar de kleedkamer. Op de tribunes ziet alles al oranje. Van Aerle loopt naar binnen, zet zijn tas in de kleedkamer en loopt meteen terug, het veld op. Hij speurt de tribune af naar familie, vrienden, mensen van vroeger. Hij knijpt zijn ogen bij elkaar, maar herkent niemand. Ze zitten er, dat wel. Ze zijn er ook voor hem. Dan loopt hij op zijn gympies terug, de catacomben in, naar de kleedkamer.

Het shirt van het Nederlandse elftal is glad, voelt glad. Hij weet dat het er voor de buitenstaander niet zo uit ziet: de schubben in het oranje doen van afstand aan als een diep reliëf. „We lijken net goudvissen zo”, zei Van ’t Schip eerder tijdens het toernooi in een interview met Harry Vermeegen. „We winnen wel ermee, dus ja, we houden ’m nog even aan.”

Misschien maakt John zich er druk om, had Van Aerle gedacht, ik niet. Het is het shirt van je land. Je mag het dragen. Daarmee uit.

Met een trainingsjasje over het shirt loopt de ploeg vijf minuten voor het begin van de wedstrijd de trap op, richting het veld. Van Aerle loopt naast Rinat Dassajev, bijnaam ‘Het IJzeren Gordijn’, misschien wel de beste keeper van de wereld.

Het is hetzelfde stadion als veertien jaar geleden, dezelfde datum als tien jaar geleden. Plaats en tijd van twee verloren WK-finales komen samen, en hier staan ze weer.

Op de tribune rolt een enorme rood-wit-blauwe vlag over de hoofden naar beneden.

15:33 Gullit knikt, nee sláát

Berry van Aerle begint de finale niet goed. Zijn eerste bal is een simpel passje van Ronald Koeman. De bal rolt onder zijn World Cups door – over de zijlijn. Toch die wedstrijdspanning.

De Sovjet-Unie is sterker. De tegenstander speelt vooruit, zoekt het strafschopgebied, is gevaarlijk. In de eerste tien minuten heeft Nederland weinig in te brengen. Van Aerle moet het doen met een balletje op Vanenburg, een overstapje en een uitgooi.

Dan de 31ste minuut. Erwin Koeman trapt een hoekschop van rechts, die bij de eerste paal wordt weggewerkt en terugrolt naar zijn linkerschoen. De oudere van de twee Koemans krult de bal tegen de uitlopende spelers in. De Sovjets kiezen voor de buitenspelval, maar die mislukt. Marco van Basten helt achterover, laat de bal op zijn hoofd vallen. Dit is het. Van Aerle ziet Ruud Gullit zich klaarmaken. De aanvoerder knikt, nee, sláát de bal met het hoofd. Zijn dreadlocks slingeren naar voren.

Het net bolt. Sovjet-Unie-Nederland: 0-1. Het is opeens een andere wedstrijd, de duels worden feller. Oranje wint aan zelfvertrouwen, Van Aerle zelf ook.

Rust.

16:43 Pirouette van Dassajev

De 54ste minuut: een uitgooi van Van Aerle komt bij Gerald Vanenburg, die op hem teruglegt. Van Aerle besluit in één keer naar voren te rammen. Daar pikt de Sovjet-Unie de bal weer op, maar het bouwen aan een nieuwe aanval gebeurt onzorgvuldig: Van Tiggelen kan rond de middenlijn onderscheppen. Hij loopt met de bal op, de ruimte in, tot vlakbij het strafschopgebied. Dan legt hij naar links, waar Arnold Mühren is meegelopen.

De voorzet van Mühren is slecht. Dat denkt iedereen. Van Aerle ziet de bal in de verte voor hem langs gaan, van links naar rechts, tot bij de achterlijn.

Totdat de stijve enkel van Van Basten, die enkel die zo is ingetapet, de voet naar de bal tilt. Van Basten neemt de voorzet in één keer op zijn rechterschoen. Dassajev is kansloos, maakt een pirouette in een wanhoopspoging, zijn rechterhand tevergeefs in de lucht. De bal suist over Het IJzeren Gordijn heen en wordt achter hem gevangen door het net.

Van Aerle sprint naar de sintelbaan, waar Van Basten is heengelopen, probeert hem te grijpen, maar de spits rent langs iedereen, houdt één hand in de lucht, lacht gelukzalig.

Rijkaard heeft hem als eerste, dan Wouters. Van Basten houdt stil. Vanenburg erbij, Gullit. Dan Van Aerle. Ze staan in een kringetje, ongeloof in alle ogen. Het geluid van de tribune is oorverdovend. Van Aerle ziet Wouters iets zeggen, iets vragen, maar hoort het niet.

Hij ziet Van Basten gebaren: ik weet het niet. Ik weet het niet.

Europees kampioen word je als ook het geluk met je is. Belanov raakt de paal en mist vlak erna nog een strafschop. Van Aerle denkt tijdens het laatste half uur steeds twee dingen, herhaalt ze in gedachten, als een mantra.

We gaan het halen.

Scherp blijven.

Ondertussen loopt de klok richting het laatste fluitsignaal. Bij de reservebank zijn de andere jongens alvast gaan staan.

17:25 De Coupe d’Europe

Berry van Aerle speelde elke minuut van het EK. Hij was 450 minuten lang de rechtsback van het Nederlands elftal dat op 25 juni van dat jaar, om tien voor half zes, Europees kampioen werd.

Nooit was hij de eerste. De tweede die bij Van Basten was na zijn goal tegen West-Duitsland, de tweede die voor de finale het veld was opgelopen, de tweede die in beeld kwam tijdens het Wilhelmus. Hij was Buzz Aldrin.

Hij hoefde de eerste ook niet te zijn. Zijn plek tussen de anderen was genoeg. Het shirt dragen was genoeg. De hand van zijn trainer na de wedstrijdbespreking. Het vertrouwen. De vreugde in de kleedkamer.

Daarom liep hij om vijf voor half zes ook als tweede de tribune op, waar UEFA-voorzitter Jacques Georges en bondskanselier Helmut Kohl klaarstonden met de hoofdprijs. Daar aangekomen keek hij ongeduldig over de schouder van Gullit, links, rechts, weer links, en toen wachtte hij tot zijn aanvoerder de glimmende Coupe d’Europe omhoog hield. Het gejuich, de duizenden vlaggen in rood-wit-blauw en oranje. Van Aerle applaudisseerde, stak toen zijn handen zo hoog mogelijk de lucht in.

Toen draaide Gullit zich om. Als vanzelf gleed de beker naar het lege paar handen dat hij daar tegenkwam. Plotseling had Van Aerle het ding vast. De camera had alweer aandacht voor iets anders. Thuis zagen ze het niet, maar de Helmonder lachte schalks toen hij de beker de lucht in hield. Hij keek naar rechts. Daar moesten de Helmonders ongeveer zitten.

Hij had ’m vast. Het was echt. Ook Berry van Aerle was Europees kampioen.