Wapens ja, maar voor wie dan?

Dit weekend besloten de ‘Vrienden van Syrië’ in Doha om met spoed wapens te leveren aan de rebellen Maar er is geen overeenstemming over wélke rebellen gesteund moeten worden

Een strijder van het Vrije Syrische Leger in Aleppo.
Een strijder van het Vrije Syrische Leger in Aleppo. Foto Reuters

Redacteur Midden-Oosten

Wapenleveranties aan rebellen zijn mogelijk de enige manier om in Syrië vrede tot stand te brengen. Dat zei de Qatarese premier, sjeik Hamad bin Jassim Jaber al-Thani, dit weekeinde tijdens de bijeenkomst van de ‘Vrienden van Syrië’ in Doha. De aanwezigen – behalve gastheer Qatar, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Saoedi-Arabië, Turkije, Egypte en Jordanië – besloten inderdaad „met spoed” wapens te gaan leveren.

Het doel is, zoals de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, in Doha uitlegde, „niet een militaire oplossing”. Het doel is rebellen meer machtsmiddelen te geven zodat ze tijdens onderhandelingen, dat wil zeggen op een geplande conferentie in Genève, sterker staan tegenover het regime.

Is dat dichterbij gekomen in Doha?

Ieder z’n eigen rebellen

In een gemeenschappelijke verklaring meldden de deelnemers het eens te zijn geworden om met spoed alle benodigde materieel en uitrusting aan de oppositie op de grond te verschaffen, „elk land op zijn eigen manier”, om haar in staat te stellen zich te verzetten tegen brute aanvallen door het regime en zijn bondgenoten.

Deze formulering suggereert dat er geen overeenstemming is om alleen ‘gematigde rebellen’ van het Vrije Syrische Leger van wapens te voorzien, en niet ook de in kracht groeiende jihadistische en met Al-Qaeda verbonden groepen verder te versterken. Hoe dan ook bevoorraden de leden van de ‘Vrienden’ die al wapens leverden, met name Saoedi-Arabië en Qatar, elk hun eigen rebellen. Syrische activisten klagen dat rebellengroepen de agenda van hun buitenlandse sponsor uitvoeren. Dit heeft her en der tot gevechten tussen opstandelingen onderling geleid. De verdeeldheid heeft ook de huidige successen van het regime mede in de hand gewerkt.

Zowel bronnen in het Golfgebied als rebellen meldden vorige week al de bezorging van grotere voorraden geavanceerde wapens, met name anti-tankgranaten en van de schouder af te schieten luchtdoelraketten. Voor een deel zou het, volgens The New York Times, gaan om materieel uit Libische arsenalen dat met de medewerking van Qatar en Turkije bij rebellen zou zijn afgeleverd. Ander nieuw materieel zou door Saoedi-Arabië zijn gedoneerd.

De interventie van de Libanese shi’itische organisatie Hezbollah aan de zijde van president Assads regime heeft de Saoedische regering volgens Saoedische analisten daartoe aangezet. Hezbollah is in de ogen van Riad niets anders dan een verlengstuk van het gehate en gevreesde regime in Iran.

Nog steeds is overigens niet duidelijk wat Washington nu voor wapens gaat leveren – en wanneer – zoals het tien dagen geleden aankondigde. Londen blijft voorlopig bij zijn besluit met wapenleveranties te wachten, zoals minister van Buitenlandse Zaken William Hague zaterdag zei. Ook Parijs wacht nog: minister Laurent Fabius zei dat meer garanties ten aanzien van de bestemming van de wapens nodig zijn.

Nog grotere verwoestingen

Het gaat er zowel bij de Britten als de Fransen om dat hun wapens niet bij extremisten belanden, iets wat haast niet kan worden uitgesloten aangezien jihadisten en niet-jihadisten soms zij aan zij vechten. „We zullen geen wapens leveren zodat ze tegen ons kunnen worden gebruikt”, zei Fabius vorige week.

Wegens de voortdurende verdeeldheid van de rebellen blijft het de vraag of nieuwe wapenzendingen tot het keren van de kansen op het slagveld zullen leiden, en niet alleen tot grotere verwoestingen en hogere dodencijfers.

Afgezien daarvan is uit alles wat het regime zegt en doet duidelijk dat er geen sprake is van concessies aan de onderhandelingstafel. Zijn werkelijkheid is dat Assad volgend jaar meedoet aan de presidentsverkiezingen. Vooralsnog is er evenmin enige aanwijzing dat de oppositie bereid is tot een vergelijk met het regime – minus Assad – zoals het Westen zo graag wil. Het jihadistische deel ervan is in elk geval alleen geïnteresseerd in een islamitisch regime in Damascus als uitgangspunt voor een nieuw islamitisch wereldrijk.