Waar draait dit toernooi nu eigenlijk precies om?

België won in Rotterdam de halve finale van de Hockey World League Over de opzet van dit nieuwe evenement bestaat veel onduidelijkheid

Gisteren wasin Rotterdam ook de afscheidswedstrijd van oud-hockeyinternational Teun de Nooijer (rechts).
Gisteren wasin Rotterdam ook de afscheidswedstrijd van oud-hockeyinternational Teun de Nooijer (rechts). Foto Robin Utrecht

Redacteur Hockey

Uitgerekend in een weekeinde waarin IOC-voorzitter Jacques Rogge verkondigde dat de positie van hockey als olympische sport „niet ijzersterk” is, moesten de bestuurders van de internationale hockeyfederatie (FIH) diep door het stof.

Slecht weer, hoge toegangsprijzen. Coaches, onwetende toeschouwers en kritische hockeycoryfeeën maakten de afgelopen dagen overuren om de opzet van de Hockey World League te doorgronden. Het nieuwe evenement wordt het kwalificatietoernooi voor het WK en de Olympische Spelen, maar het toernooi in Rotterdam riep vooral vragen op. Welke landen kwalificeren zich nu precies voor het WK van 2014 in Den Haag? En waarom doet Nederland, als gastland automatisch geplaatst, eigenlijk mee aan het kwalificatietoernooi?

Een uurtje voor de vrouwenfinale belegde FIH-voorzitter Leandro Negre zaterdag nog een late persconferentie om de schade te repareren. De matig gevulde tribunes in Rotterdam hielpen de internationale aspiraties evenmin. „Dit was ongelukkig, dit mag niet gebeuren”, zegt Jan Albers, voorzitter van hockeybond KNHB en FIH-bestuurslid. „Maar ik hou niet van excuses – dat dit de eerste keer is, is ook geen excuus. Het moet gewoon goed zijn.” De FIH zal het toernooi grondig evalueren.

„Hockey voldoet niet aan alle eisen die het IOC aan een olympische sport stelt”, waarschuwde Rogge zaterdag in deze krant. De berichten die hem ongetwijfeld vanuit Rotterdam hebben bereikt – behalve de verrassende zege van zijn landgenoten – zullen hem niet optimistischer hebben gestemd. Ironisch genoeg is de Hockey League mede ontwikkeld om tegemoet te komen aan de kritiek van het IOC, dat het olympische kwalificatietraject te ondoorzichtig vond.

Dit staat vast: de tweejaarlijkse World League bestaat uit vier rondes van knock-outtoernooien waaraan alle hockeylanden kunnen deelnemen. In de eerste twee ronden vallen de kleintjes af, in ronde drie (de ‘halve finales’) strijden de beste zestien landen in twee toernooien om acht plaatsen in de finale. ‘Rotterdam’ was één van de twee ‘halve finales’. De finales worden eind dit jaar gespeeld in Argentinië (vrouwen) en begin volgend jaar in India (mannen).

Alleen al daarover bestond verwarring: hoewel het toernooi ‘slechts’ een halve finale was lagen er na afloop wel medailles klaar. „Dat gaat natuurlijk nergens over”, zegt bondscoach Paul van Ass, die met de Nederlandse mannen brons behaalde. „Ik had daar niet bij stilgestaan”, erkent Albers ruiterlijk. „Je geeft natuurlijk geen medailles aan landen die zich hebben geplaatst voor het eindtoernooi.”

Ook aan de bijzondere positie van Nederland als gastland had de FIH niet gedacht. Weer trekt Albers het boetekleed aan: „Het is raar dat Nederland meedoet aan het kwalificatietoernooi voor het WK terwijl ze automatisch geplaatst zijn. Eigenlijk is het zó stom.”

Verder blijft het moeilijk uit te leggen dat de groepsfase van een toernooi feitelijk bestaat uit opwarmduels: alle landen gaan naar de kwartfinales. „Dat moet er echt uit”, zegt oud-international Jacques Brinkman. „We hebben dit in de Champions Trophy ook al gezien. Het gaat volkomen tegen je topsportgevoel in.”

Maar ondanks alle kinderziektes omarmt de hockeywereld het idee achter de World League. Marc Lammers, de Nederlandse bondscoach van de Belgische mannen, noemt het nu zelfs een „reddingsboei” voor de sport. „De World League is heel goed voor het hockey. Anders zit je altijd met dezelfde zes landen. Kleinere landen met een goede lichting kunnen veel sneller naar de top. Daardoor krijgen ze eerder financiële ondersteuning van hun olympisch comité.” Kinderziektes, vindt Lammers, horen bij vernieuwing. „Als je niks doet sta je stil.” Ook zijn collega Van Ass is niet tegen de nieuwe opzet. „Onbekend maakt onbemind. In het grote plaatje past dit toernooi prima.”

KNHB-directeur Johan Wakkie vergelijkt het met de Euro Hockey League (EHL), die in 2007 werd opgezet om clubs uit kleinere landen bij de top te krijgen. Dit jaar stond het Belgische Dragons in de finale tegen Bloemendaal. „Gun de World League de tijd”, zegt Wakkie. „Je ziet nu al landen die je anders niet zou tegenkomen, zoals Chili, Frankrijk en Ierland. Wij kunnen ook alleen Champions Trophy’s organiseren, maar dan zegt iedereen: moet je lekker doen, maar dan heb je over twintig jaar helemaal geen tophockey meer. Dat heb ik geleerd van de EHL: neem de tijd, hou vol. De World League moet een stimulans zijn voor andere landen.”

Maar Wakkie erkent ook dat het aantal toeschouwers, die tussen 27,50 en 60 euro per dag moesten neertellen, hem tegenviel. „Na de play-offs, de toernooien en de EHL is Nederland een beetje klaar met hockey. En je moet hier betalen. Maar niet meer dan bij de Champions Trophy.”

De FIH heeft in elk geval voldoende huiswerk, zeker nu IOC-voorzitter Rogge zijn kaarten op tafel heeft gelegd. Toch is FIH-bestuurder Albers verbaasd over diens uitspraken. „De signalen die wij hebben gekregen wezen niet in die richting. Het IOC had zelfs gezegd dat het hockey vaak een voorbeeld is voor veel andere sporten.” De hockeybestuurders zullen de bewegingen binnen het IOC scherp in de gaten houden. „Nu worden we honderd keer alerter.”