Verwarring compleet in hockeysport

De Hockey World League veroorzaakte nogal wat verwarring in Rotterdam. Maar de hockeywereld ziet het toernooi als een reddingsboei in de sport.

Teun de Nooijer nam gisteren in Rotterdam afscheid te midden van oude hockeyvrienden. Links met rugnummer 7 Marc Delissen, helemaal rechts Floris Evers.
Teun de Nooijer nam gisteren in Rotterdam afscheid te midden van oude hockeyvrienden. Links met rugnummer 7 Marc Delissen, helemaal rechts Floris Evers. Foto Robin Utrecht

Uitgerekend in een weekeinde waarin IOC-voorzitter Jacques Rogge verkondigde dat de positie van hockey als olympische sport „niet ijzersterk” is, moesten de bestuurders van de internationale hockeyfederatie (FIH) in Rotterdam diep door het stof.

Slecht weer, hoge toegangsprijzen, coaches, onwetende toeschouwers en kritische hockeycoryfeeën maakten de afgelopen dagen overuren om de opzet van de Hockey World League te doorgronden. Het nieuwe evenement wordt het kwalificatietoernooi voor het WK en de Spelen, maar het toernooi in Rotterdam riep vooral vragen op. Wie kwalificeert zich nu precies voor de finale van de World League, en het WK van 2014 in Den Haag? En waarom doet Nederland, als gastland automatisch geplaatst voor het WK, eigenlijk mee aan het kwalificatietoernooi?

Een uurtje voor de vrouwenfinale belegde de Spaanse FIH-voorzitter Leandro Negre zaterdagmiddag nog een late persconferentie om de schade te repareren. De matig gevulde tribunes in Rotterdam hielpen de internationale aspiraties evenmin.

„Dit was ongelukkig, dit mag niet gebeuren”, zegt Jan Albers, voorzitter van hockeybond KNHB en FIH-bestuurslid. „Maar ik hou niet van excuses, ook niet dat dit de eerste keer is. Het moet gewoon goed zijn.” De FIH zal het toernooi grondig evalueren.

„Hockey voldoet niet aan alle eisen die het IOC aan een olympische sport stelt”, waarschuwde Rogge afgelopen zaterdag in deze krant. De berichten die hem ongetwijfeld vanuit Rotterdam hebben bereikt – behalve de verrassende zege van zijn landgenoten – zullen hem niet optimistischer hebben gestemd.

Cynisch genoeg is de Hockey League mede ontwikkeld om tegemoet te komen aan de kritiek van het IOC, dat het olympische kwalificatietraject veel te ondoorzichtig vond.

Dit staat vast: de tweejaarlijkse World League bestaat uit vier rondes van knock-outtoernooien waaraan alle hockeylanden kunnen deelnemen. In de eerste twee ronden vallen de kleintjes af, in ronde drie (de ‘halve finales’) strijden de beste zestien landen in twee toernooien om acht plaatsen in de finale. ‘Rotterdam’ was één van de twee semi finals. De finales worden eind dit jaar in Argentinië gehouden (vrouwen) en begin volgend jaar in India (mannen).

Alleen al daarover bestond verwarring: hoewel het toernooi ‘slechts’ een halve finale was lagen na afloop medailles klaar. „Dat gaat natuurlijk nergens over”, zegt bondscoach Paul van Ass, die met de Nederlandse mannen brons haalde. „Ik had daar niet bij stil gestaan”, erkent Albers ruiterlijk. „Maar je geeft natuurlijk geen medailles aan landen zich hebben geplaatst voor het eindtoernooi.”

Ook aan de bijzondere positie van Nederland als gastland had de FIH niet gedacht. En weer trekt Albers het boetekleed aan: „Het is raar dat Nederland meedoet aan het kwalificatietoernooi voor het WK, terwijl ze al automatisch geplaatst zijn. Eigenlijk is het zó stom: je hebt zóveel bij elkaar gezeten.”

Verder blijft het lastig uit te leggen dat de groepsfase van een toernooi feitelijk opwarmduels zijn: alle landen gaan naar de kwartfinales. „Dat moet er echt uit”, zegt oud-international en analist Jacques Brinkman. „We hebben dit in de Champions Trophy ook al gezien. Het gaat volkomen tegen je topsportgevoel in.”

Maar ondanks alle kinderziektes omarmt de hockeywereld het idee achter de World League. Marc Lammers, de Nederlandse bondscoach van de Belgische mannen, noemt het na zelfs een „reddingsboei” voor de sport. „De World League is heel goed voor het hockey. Anders zit je altijd met dezelfde zes landen. Kleinere landen met een goede lichting kunnen veel sneller naar de top. Daardoor krijgen ze eerder financiële ondersteuning van hun olympisch comité.” Kinderziektes, vindt Lammers, horen bij vernieuwing. „Als je niks doet sta je stil.”

Ook zijn collega Van Ass is niet tegen de nieuwe opzet. „Onbekend maakt onbemind. Maar in het grote plaatje past dit toernooi prima.”

KNHB-directeur Johan Wakkie vergelijkt het met de Euro Hockey League (EHL), die in 2007 werd opgezet om clubs uit kleinere landen bij de top te krijgen. Dit jaar stond het Belgische Dragons in de finale tegen Bloemendaal. „Gun de World League even de tijd”, zegt Wakkie. „Je ziet nu al landen die je anders niet zou tegenkomen, zoals Chili, Frankrijk en Ierland. Wij kunnen ook alleen maar Champions Trophy’s organiseren, maar dan zegt iedereen: moet je lekker doen, maar dan heb je over twintig jaar helemaal geen tophockey meer. Dat heb ik geleerd van de EHL: neem de tijd, hou vol. De World League moet een stimulans zijn voor andere landen.”

Maar Wakkie erkent dat het aantal toeschouwers – die tussen 27,50 en 60 euro per dag moesten neertellen – is tegengevallen. „Na de play-offs, de toernooien en de EHL is Nederland een beetje klaar met hockey. En je moet hier betalen. Maar niet meer dan in de Champions Trophy.”

De FIH heeft in elk geval voldoende huiswerk, zeker nu IOC-voorzitter Rogge zijn kaarten op tafel heeft gelegd. Toch is KNHB-voorzitter en FIH-bestuurder Albers verbaasd over diens uitspraken. „De signalen die wij hebben gekregen wezen niet in die richting. Het IOC had zelfs gezegd dat het hockey vaak een voorbeeld is voor veel andere sporten.” Maar de hockeybestuurders zullen de IOC-bewegingen niet meer bagatelliseren. „We waren al tien keer alerter, nu honderd keer alerter.”